Stephan Steinmetz won de Prinsjesboekenprijs met De tien van Den Haag, en maakt deze Maand van de Geschiedenis nog kans op de Libris Geschiedenisprijs. We legden hem onze vragen voor. Lees over Bob den Uyl, Chris De Stoop, Michael Sandel en het archiefwerk voor De tien van Den Haag.



Welk boek heeft je hardop doen lachen?

Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam van Bob den Uyl. Op twee en drie staan andere bundels van deze droogkomische reisauteur. Eigenlijk is de hele toptien door Bob den Uyl volgeschreven. Nog steeds moet ik de echtelijke sponde verlaten wanneer ik mijn partners slaap verstoor door gehinnik als ik weer eens een boek van Den Uyl herlees. In 1985 heb ik bij de Haagse Hogeschool enkele weken schrijflessen gevolgd die Bob den Uyl daar toen gaf. Dit was de ultieme mogelijkheid mijn held in de praktijk aan het werk te zien. Hij stelde niet teleur: voor de klas stond een chagrijnige man die met tegenzin wat obligate tips gaf. Na enkele lessen werd de cursus gestaakt, ik mag hopen omdat Den Uyl ontevreden was over de gage.

Welk boek dring je op aan je vrienden?

Dit is mijn hof van Chris De Stoop. Ik ben het trouwens kwijt, dat komt ervan als je opdringerig boeken uitleent. De Stoop verweeft in dit boek zijn privéleven met bredere maatschappelijk ontwikkelingen. Dat doen meer schrijvers maar doorgaans stranden dergelijke pogingen in gekunstel. Ook in de andere boeken van De Stoop komt die symbiose tussen smal en breed minder fraai uit de verf. In Dit is mijn hof echter valt elke waarneming op natuurlijke wijze op zijn plaats. Meesterwerk.

Welk boek had je zelf willen schrijven?

Niet alles is te koop van Michel Sandel. Met eenvoudige, sprekende voorbeelden laat Sandel zien wat een verwoestend effect dolgedraaide marktwerking geeft op terreinen als zorg, cultuur en het delen van de publieke ruimte. Tijdens het schrijven van een boek over mijn gehandicapte buurvrouw (De brievenbus van mevrouw De Vries) lag het steeds binnen handbereik. Het knappe zit hem erin dat de wetenschapper (Harvard, jawel) zijn betoog onderbouwt en illustreert met simpele voorbeelden uit de alledaagse praktijk zonder door de hurken te gaan.

Waar genoot je het meeste van tijdens het werken aan dit boek?

Van het openen van een nieuwe kartonnen doos in het archief. Het uitpakken van een verjaardagscadeau valt er bij in het niet. Bladeren in archieven is lijfelijk contact hebben met een andere tijd. Zoals sciencefictionliefhebbers wegzwijmelen bij fantasieverhalen in de toekomst, zo krijg ik een siddering door mijn lichaam als ik een handgeschreven briefkaart van Wibaut in handen krijg uit 1922. Of een knullig getekend poppetje met een roodwitblauw vlaggetje in de kantlijn van conceptnotulen van een bijeenkomst van secretarissen-generaal uit 1941. Daar kan ik dan een kwartier naar blijven turen wat niet verstandig is want er staan nog twaalf dozen op de kar.