Leesfragment: Violeta

19 februari 2022, door Isabel Allende

Isabel Allende, Violeta, vertaald uit het Spaans door Rikkie Degenaar. Lees nu een fragment bij ons, reserveer het boek en maak kans op een digitale meet & greet met Allende.

Violeta del Valle komt ter wereld op een stormachtige dag in 1920, als eerste meisje in een gezin met vijf onstuimige broers. Haar leven wordt vanaf het begin gekenmerkt door buitengewone gebeurtenissen. De schokgolven van de Eerste Wereldoorlog zijn nog steeds voelbaar als de Spaanse griep de kusten van Zuid-Amerika bereikt, bijna precies op het moment van haar geboorte.

Dankzij de vooruitziende blik van haar vader zal het gezin ongeschonden uit deze crisis komen. Maar algauw volgen er nieuwe problemen. De Grote Depressie verstoort het luxueuze leven in de grote stad dat Violeta tot dan toe heeft gekend. Haar familie verliest alles en moet zich terugtrekken in een afgelegen deel van het land. Daar wordt Violeta volwassen en ontmoet ze haar eerste minnaar…



 

Deel een
De ballingschap
(1920-1940)

1

Ik kwam ter wereld op een stormachtige vrijdag in 1920, het jaar van de epidemie. De middag van mijn geboorte was de elektriciteit afgesneden, zoals gewoonlijk bij noodweer, en hadden ze de kaarsen en de olielampen aangestoken die ze altijd bij de hand hielden voor dergelijke noodgevallen. María Gracia, mijn moeder, voelde de weeën, haar welbekend want ze had vijf zoons gebaard, en ze gaf zich over aan het lijden, erin berustend opnieuw van een jongen te bevallen met de hulp van haar zussen, die haar in die moeilijke momenten al vaker hadden bijgestaan en niet uit hun evenwicht te brengen waren. De huisarts was al weken continu aan het werk in een van de veldhospitalen en het leek ze nogal onbeschaamd om hem te laten komen voor zoiets prozaïsch als een bevalling. Bij vorige gelegenheden hadden ze kunnen rekenen op een vroedvrouw, altijd dezelfde, maar die was een van de eerste slachtoffers van de griep geweest en ze kenden geen andere.
Mijn moeder had het gevoel zo’n beetje haar hele volwassen leven zwanger te zijn geweest, herstellend van een bevalling of van een miskraam. Haar oudste zoon, José Antonio, was al zestien, daar was ze zeker van – want hij was geboren in het jaar van een van onze zwaarste aardbevingen, die het halve land in puin had achtergelaten en duizenden doden had geëist – maar de leeftijd van de andere kinderen kon ze zich niet precies herinneren, noch het aantal zwangerschappen dat was misgelopen. Na elke miskraam was ze maandenlang tot niets in staat en na elke bevalling was ze lange tijd uitgeput en somber. Voor haar trouwen was ze de mooiste debutante van de hoofdstad geweest, heel slank, met een onvergetelijk gezicht met groene ogen en een doorschijnende huid, maar de excessen van het moederschap hadden haar lichaam misvormd en haar geest uitgeput.
In theorie hield ze van haar kinderen, maar in de praktijk hield ze hen maar liever op een comfortabele afstand, omdat de energie van die bende jongens een enorme verstoring teweegbracht in haar kleine vrouwelijke koninkrijk. Ooit bekende ze haar biechtvader dat ze gedoemd was om jongens te baren, als een vervloeking van de duivel. Als penitentie moest ze twee volle jaren dagelijks de rozenkrans bidden en een aanzienlijke schenking doen voor het herstel van de kerk. Haar man verbood haar nog te gaan biechten.
Onder het toeziend oog van mijn tante Pilar klom Torito, het manusje-van-alles, op een trapleer en bond de touwen die voor deze gelegenheden in een kast werden bewaard, vast aan de twee stalen haken die hij zelf aan het plafond had bevestigd. Mijn moeder, in nachtpon, op haar knieën, hing met beide handen aan die touwen en perste, voor haar gevoel een eeuwigheid, intussen vloekend als een ketter terwijl er normaal geen onvertogen woord over haar lippen kwam. Mijn tante Pía, voorovergebogen tussen haar benen, stond klaar om de pasgeborene op te vangen voordat die de grond zou raken. Ze had de aftreksels van brandnetel, averuit en wijnruit voor na de bevalling klaargezet. Het lawaai van de storm, die de luiken geselde en stukken van het dak rukte, overstemde het gejammer en de lange, laatste schreeuw toen eerst het hoofd verscheen en direct daarna het lijfje dat, onder het slijm en het bloed, tussen de handen van mijn tante door glipte en hard op de houten vloer terechtkwam.
‘Wat ben je onhandig, Pía!’ riep Pilar uit, terwijl ze me aan een voet omhoogtilde. ‘Het is een meisje!’ voegde ze er verrast aan toe.
‘Dat kan niet waar zijn, kijk nog eens goed,’ mompelde mijn moeder, uitgeput.
‘Het is echt zo, zus, er zit geen piemeltje aan,’ antwoordde de ander.

Die avond kwam mijn vader laat thuis, nadat hij op de herensociëteit, de Club de la Unión, had gedineerd en verschillende potjes brisca had gespeeld, en hij ging direct door naar zijn kamer om zich te verkleden en zich in te wrijven met alcohol alvorens de familie te begroeten. Hij vroeg een glas cognac aan het aanwezige dienstmeisje, dat niet op het idee kwam om hem het nieuws te vertellen omdat ze niet gewend was met de patrón te praten, en ging zijn vrouw begroeten. De roestgeur van het bloed kondigde hem de gebeurtenis al aan voordat hij de kamer in ging. Hij trof mijn moeder rustend in bed aan, blozend, haar haren nog nat van het zweet, in een schone nachtpon. De touwen aan het plafond en de emmers met vieze lappen waren al weggehaald.
‘Waarom ben ik niet gewaarschuwd!’ riep hij uit nadat hij zijn vrouw een kus op haar voorhoofd had gegeven.
‘Hoe hadden we dat kunnen doen? De chauffeur was met jou mee en met deze storm kon geen van ons lopend naar buiten, als die gewapende kerels van jou ons al door hadden laten gaan,’ antwoordde Pilar op weinig vriendelijke toon.
‘Het is een meisje, Arsenio. Eindelijk heb je een dochter,’ kwam Pía tussenbeide, terwijl ze hem het bundeltje toonde dat ze in haar armen droeg.
‘De Heer zij gezegend!’ mompelde mijn vader, maar zijn glimlach verdween toen hij het wezen zag dat tevoorschijn kwam tussen de plooien van de omslagdoek. ‘Ze heeft een bult op haar voorhoofd!’
‘Maak je geen zorgen. Sommige kinderen worden zo geboren en dat trekt met een paar dagen bij. Het is een teken van intelligentie,’ verzon Pilar ter plekke om niet te hoeven vertellen dat zijn dochter op haar hoofd in het leven was geland.
‘Hoe gaan jullie haar noemen?’ vroeg Pía.
‘Violeta,’ zei mijn moeder vastbesloten, zonder haar man de kans te geven tussenbeide te komen.
Het is de beroemde naam van de overgrootmoeder aan moederskant die het schild borduurde op de eerste vlag van de onafhankelijke staat, aan het begin van de negentiende eeuw.

De pandemie had mijn familie niet bij verrassing overvallen. Zodra het bericht rondging over de stervenden die zich voortsleepten in de straten van de havenstad en het alarmerende aantal blauwe lijken in het mortuarium, nam mijn vader, Arsenio del Valle, aan dat de epidemie de hoofdstad in een paar dagen zou bereiken en hij verloor zijn kalmte niet, want hij was er klaar voor. Hij had zich op die mogelijkheid voorbereid met de voortvarendheid waarmee hij alles aanpakte en die hem van pas was gekomen bij zijn zaken en hem veel geld had laten verdienen. Hij was de enige van zijn broers die op weg was het prestige terug te winnen dat mijn rijke overgrootvader had genoten en dat mijn opa had geërfd maar in de loop van de jaren was kwijtgeraakt omdat hij te veel kinderen kreeg en eerlijk was. Van de vijftien kinderen die die grootvader kreeg, waren er elf in leven gebleven, een aanzienlijk aantal, wat de kracht bewees van het bloed van de Del Valles, zoals mijn vader pochte, maar omdat het moeite en geld kost om zo’n talrijk gezin te onderhouden, was het fortuin langzaam weggesijpeld.
Voordat de pers de ziekte bij zijn naam noemde, wist mijn vader al dat het om de Spaanse griep ging, want hij was op de hoogte van het wereldgebeuren via de buitenlandse nieuwsbladen, die weliswaar met vertraging op de Club de la Unión arriveerden maar meer informatie bevatten dan de lokale kranten, en via een radio die hij zelf had gebouwd volgens de instructies van een handleiding. Door die radio stond hij in contact met andere zendamateurs, en op die manier hoorde hij, onder het gekraak en gepiep van de korte- golfcommunicatie, over de werkelijke verschrikkingen die de pandemie elders aanrichtte. Hij had de voortgang van het virus vanaf het begin gevolgd en wist hoe het als een noodlottige wind door Europa en de Verenigde Staten was getrokken. Zijn conclusie was dat als de epidemie in beschaafde landen al zulke tragische gevolgen had gehad, het te verwachten viel dat die in het onze, waar de middelen beperkter waren en de mensen onwetender, nog erger zou huishouden.

[…]

 

© 2022 Isabel Allende / Penguin Random House Grupo Editorial, Barcelona
© 2022 Nederlandse vertaling Rikkie Degenaar / Uitgeverij Wereldbibliotheek

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3