Leesfragment: Een zoon van Amerika

25 juli 2024, door James Baldwin

Nu in onze boekhandels: de nieuwe vertaling door Eefje Bosch en Manik Sarkar van James Baldwins Een zoon van Amerika (Notes of a Native Son). Wij publiceerden voor. Lees een fragment en koop je boek!

‘Niet alles wat we onder ogen zien kunnen we veranderen. Maar we kunnen niets veranderen zonder het eerst onder ogen te zien.’ — James Baldwin

James Baldwins non-fictiedebuut verscheen in 1955, toen hij dertig was en vestigde zijn naam als onontkoombaar denker. De tien cultuurkritische en autobiografische es­says zijn geschreven in de jaren veertig en vijftig en tonen een land waarin de maatschappelijke verhoudingen voorzichtig beginnen te schuiven. In uiterst scherpzinnig proza van grote schoonheid onderzoekt Baldwin met woede en empathie wat het betekent om van kleur te zijn in Amerika en Europa.

  • ‘Mijlpalen in de essayistiek, van grote kracht en schoonheid.’ — The Guardian, 100 belangrijkste non-fictieboeken aller tijden (#26)
  • ‘Ik wou dat ik dit boek in de handen van iedere Amerikaan kon drukken — eigenlijk van ieder mens.’ — Celeste Ng


 

Deel een

De protestroman van iedereen

In Uncle Tom’s Cabin, die steunpilaar van de Amerikaanse sociaal-protestfictie, zegt de goede meester St. Clare tegen Miss Ophelia, zijn kil afkeurende nicht uit het noorden, dat in zijn optiek de zwarten aan de duivel zijn uitgeleverd ten profijte van de witten in de wereld – waar hij peinzend aan toevoegt dat het in de volgende wereld weleens andersom zou kunnen zijn. De reactie van Miss Ophelia is op zijn minst bijzonder rechtschapen: ‘Maar dat is verschrikkelijk!’ roept ze uit. ‘Jullie moeten je schamen!’
We kunnen ervan uitgaan dat Miss Ophelia de mening van de auteur verwoordt; haar uitroep is die van de moraal, netjes ingekaderd, niet te weerleggen en vergelijkbaar met de verheffende spreuken die je in gemeubileerde kamers weleens aan de wand ziet. En net als die spreuken, waarvoor je steevast terugdeinst omdat ze onverdraaglijk, haast schaamteloos oppervlakkig zijn, is het gesprek tussen haar en St. Clare bloedserieus bedoeld. Geen van beiden zet vraagtekens bij de middeleeuwse moraliteit die aan hun gesprek ten grondslag ligt: zwart en wit, de duivel en het hiernamaals (met hemel en hellevuur als opties) bestaan allemaal echt voor hen, zoals ze ook voor hun bedenker bestonden. Ze verfoeien het donker – daar zijn ze doodsbang voor – en ze streven uit alle macht naar het licht; zo bekeken krijgt de uitroep van Miss Ophelia, net als Stowes roman in zijn geheel, een felle, bijna lugubere betekenis, als het licht van het vuur dat een heks verteert. Dit valt des te meer op als je haar boek vergelijkt met de romans die in onze meer verlichte tijd over de onderdrukking van zwarten worden geschreven; daarin wordt niet méér gezegd dan: ‘Maar dat is verschrikkelijk! Jullie moeten je schamen!’ (Laten we voorlopig nog voorbijgaan aan de romans over onderdrukking die door zwarten zelf worden geschreven, die alleen een woedende, haast paranoïde voetnoot aan deze bewering toevoegen en die, zoals ik later duidelijk hoop te maken, de grondslagen van de onderdrukking waar ze tegenin gaan juist versterken.)
Uncle Tom’s Cabin is een bedroevend slechte roman, die qua zelfingenomen, deugdzaam sentiment veel overeenkomsten vertoont met Little Women van Louisa May Alcott. Sentimentaliteit – het opzichtig tentoonspreiden van te grote, onechte emoties – is een teken van onoprechtheid, van een onvermogen om te voelen; de vochtige ogen van de sentimentalist verraden zijn afkeer van ervaring, zijn angst voor het leven, zijn dorre hart; en daarom is sentimentaliteit steevast een teken van onderdrukte, hevige onmenselijkheid, een masker van wreedheid. Net als zijn talrijke cynische nakomelingen is Uncle Tom’s Cabin een opsomming van gewelddaden. Dit wordt verklaard door de aard van Stowes onderwerp, haar bewonderenswaardige vastberadenheid om het hele plaatje te laten zien en nergens voor terug te deinzen; die verklaring schiet pas tekort als we ons eerst eens een keer afvragen of dat plaatje wel zo compleet is, en door welke blinde vlek ze zodanig terugviel op de beschrijving van – redeloze en zinloze – wreedheden dat ze de enige vraag die ertoe doet niet zag en niet beantwoordde: wat haar mensen ertoe bracht om zulke dingen te doen.
Maar laten we zeggen dat dit voor Stowe te hoog gegrepen was; ze was niet zozeer een romanschrijver als wel een hartstochtelijk pamflettist; ze wilde met haar boek alleen maar bewijzen dat slavernij verkeerd was, ja zelfs ronduit verschrikkelijk. Dat is genoeg materiaal voor een pamflet, maar eigenlijk niet voor een roman; en nu hoeven we ons alleen nog af te vragen waarom we onszelf steeds maar diezelfde beperking blijven opleggen. Hoe komt het dat we zo weinig zin hebben om dieper te graven dan Stowe, om iets te ontdekken en onthullen wat dichter bij de waarheid ligt?
Nu dat veel misbruikte woord ‘waarheid’ is opgedoken, confronteert het ons direct met een reeks vragen, en bovendien worden er zoveel verschillende gospels gepredikt dat het woord de onfortuinlijke neiging heeft strijdlust op te wekken. Laten we dus zeggen dat we waarheid hier gebruiken in de betekenis van toewijding aan het menselijke wezen en diens vrijheid en zelfvervulling; een vrijheid die niet bij wet kan worden vastgelegd, een vervulling die niet kan worden uitgestippeld. Dat is de voornaamste zorg, het referentiekader; het mag niet worden verward met een toewijding aan de mensheid in het algemeen, die te gemakkelijk gelijkgesteld kan worden aan toewijding aan een Zaak; en zoals we weten staan Zaken bekend om hun bloeddorst. In mijn optiek hebben we in deze uiterst mechanische en verweven samenleving geprobeerd de mens bij te snoeien tot het formaat van een tijdbesparende uitvinding. Maar hij is niet enkel deel van een Samenleving of Groep, of een betreurenswaardig raadsel dat door de Wetenschap moet worden opgelost. Hij is – en ja, dit klinkt ouderwets! – meer dan dat, iets volstrekt ondefinieerbaars en onvoorspelbaars. Als we zijn complexiteit – die niets meer is dan onze eigen verontrustende complexiteit – over het hoofd zien, ontkennen of uit de weg gaan, dan verzwakt dat ons en betekent dat het begin van ons einde; pas in het web van dubbelzinnigheden en paradoxen, in de honger, het gevaar, de duisternis, kunnen we zowel onszelf vinden als het vermogen ons van onszelf te bevrijden. Dit vermogen om bloot te leggen, deze reis naar een weidsere werkelijkheid die voorrang heeft boven alle andere beweringen, is het werkgebied van de schrijver. Wat men heden ten dage de Verantwoordelijkheid van de schrijver noemt – waarmee men lijkt aan te duiden dat hij formeel moet verklaren dat hij betrokken is bij en geraakt wordt door de levens van andere mensen en vervolgens iets verheffends over dit nogal vanzelfsprekende feit te berde moet brengen – is, als hij daarin gelooft, zijn bederf en ons verlies; bovendien is het geworteld in en verweven met de eerdergenoemde mechanisering, die het ook versterkt. Zowel Gentleman’s Agreement als The Postman Always Rings Twice zijn voorbeelden van deze dodelijke angst voor de mens en van de vastberadenheid hem tot de juiste afmetingen bij te snoeien. En misschien vinden we in Uncle Tom’s Cabin een voorbode van allebei: de formule, ontstaan door de noodzaak om een leugen te vinden die beter te verteren is dan de waarheid, is doorgegeven en bewaard en bestaat nog steeds, met een verschrikkelijke kracht.

[…]

 

Oorspronkelijke tekst © James Baldwin, 1955, hernieuwd in 1983 Inleiding © James Baldwin, 1984
Nederlandse vertaling © Eefje Bosch, Manik Sarkar en De Geus bv, Amsterdam 2024

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3