Leesfragment: Giovanni’s kamer

24 juli 2024, door James Baldwin

Nu in onze boekhandels: de nieuwe vertaling door Eefje Bosch en Manik Sarkar van James Baldwins Giovanni’s kamer (Giovanni’s Room), met een inleiding van Colm Tóibín. Wij publiceerden voor! Lees een fragment en koop je boek.

Giovanni’s kamer is een taboedoorbrekende, diepmen­selijke klassieker over liefde en de angst voor liefde, van een van de meest visionaire schrijvers van de twintigste eeuw.

In het Parijs van de jaren vijftig valt de jonge Amerikaan David voor de Italiaanse barman Giovanni. Als Davids verloofde Hella terugkeert van een reis raakt hij verscheurd tussen zijn verlangens en de conventionele moraal. Ondertussen neemt het leven van Giovanni een vreselijke wending.

  • ‘Baldwin is een van de weinige werkelijk onmisbare Amerikaanse schrijvers.’ – Saturday Review
  • ‘Van een gewelddadige, pijnlijke schoonheid.’ – San Francisco Chronicle
  • ‘Dit boek behoort tot de allerbeste fictie.’ – The Atlantic


 

Deel een

1

Ik sta bij het raam van het grote huis in Zuid-Frankrijk terwijl de avond valt, de avond die me naar de verschrikkelijkste ochtend van mijn leven zal voeren. In mijn hand heb ik een glas, de fles staat binnen handbereik. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld in de steeds donkerder glans van de ruit. Mijn spiegelbeeld is lang, spichtig bijna, mijn blonde haar glanst. Mijn gezicht is zo’n gezicht dat je vaak hebt gezien. Mijn voorouders veroverden een continent, rukten op over met dood bezaaide vlaktes tot ze bij een oceaan uitkwamen die met de rug naar Europa lag en uitkeek over een donkerder verleden.
Tegen de ochtend zal ik misschien dronken zijn, maar het zal niet helpen – ik stap toch wel op de trein naar Parijs. De trein zal hetzelfde zijn; de mensen die op de rechte, houten banken van de derde klas op zoek zijn naar comfort en zelfs een beetje waardigheid zullen hetzelfde zijn, en ook ik zal hetzelfde zijn. We zullen naar het noorden rijden door hetzelfde veranderende landschap en we zullen de olijfbomen, de zee en de glorieuze, stormachtige hemel van het zuiden verruilen voor de mist en de regen van Parijs. Iemand zal vragen of ik de helft van zijn brood wil, iemand zal me een slok wijn aanbieden, iemand zal om een lucifer vragen. Mensen zullen langs de coupé lopen, uit het raam kijken, bij ons naar binnen kijken. Op elk station zullen rekruten met slobberige bruine uniformen en gekleurde petten de coupédeur opentrekken en vragen: ‘Complet?’, en we zullen allemaal ja knikken, als samenzweerders, en als ze doorlopen zullen we flauw naar elkaar glimlachen. Er zullen er twee of drie voor onze coupédeur blijven staan; ze zullen met zware, ruwe stemmen naar elkaar schreeuwen en hun smerige legersigaretten roken. Tegenover me zal een meisje zitten, een beetje opgelaten vanwege de aanwezigheid van de rekruten, dat zich afvraagt waarom ik niet met haar flirt. Alles zal hetzelfde zijn, alleen ik zal stiller zijn.
En deze avond is het landschap stil, dit landschap dat ik door mijn spiegelbeeld heen in het vensterglas zie. Het huis ligt vlak bij een klein vakantieoord – dat staat nog leeg, het seizoen moet nog beginnen. Het staat op een kleine heuvel, beneden kun je de lichten van het stadje zien en de golven horen beuken. Mijn vriendin Hella en ik hebben het een paar maanden geleden gehuurd vanuit Parijs, aan de hand van foto’s. Ze is nu een week weg. Ze is op volle zee, op de terugreis naar Amerika.
Ik zie haar voor me: heel elegant, nerveus, sprankelend, omhuld door het licht dat de salon van de oceaanstomer vult; ze drinkt iets te snel, ze lacht en ze kijkt naar de mannen. Zo was ze ook toen ik haar ontmoette, in een café in Saint-Germain-des-Prés; ze stond te drinken en te kijken en daarom vond ik haar leuk; ze leek me iemand met wie je goed plezier kunt maken. Zo begon het, meer betekende het niet voor me; en ondanks alles weet ik nog steeds niet of het ooit meer voor me betekend heeft. Ondanks alles weet ik ook niet of het voor haar veel meer betekend heeft – althans niet voor ze die reis naar Spanje maakte en ze zich daar, toen ze alleen was, misschien afvroeg of ze echt de rest van haar leven wilde doorbrengen met drinken en naar mannen kijken. Maar toen was het al te laat. Ik was al met Giovanni. Voordat ze naar Spanje ging had ik haar ten huwelijk gevraagd; ze moest lachen en ik ook, maar vreemd genoeg werd het daardoor serieuzer voor me; ik drong aan, toen zei ze dat ze weg moest om erover na te denken. En de allerlaatste avond dat ze hier was, de allerlaatste keer dat ik haar zag, zei ik terwijl ze haar koffer pakte dat ik ooit van haar gehouden had, en dat liet ik mezelf geloven. Maar ik vraag me af of het waar was. Ik dacht natuurlijk aan onze nachten in bed, aan de bijzondere onschuld en vertrouwdheid die nooit meer zouden terugkomen, die de nachten betoverend hadden gemaakt, anders dan het verleden, het heden en alles wat nog zou komen, anders dan mijn leven kortom omdat ik er niet meer dan een plichtmatige verantwoordelijkheid voor hoefde te nemen. Die nachten speelden zich af onder een buitenlandse hemel, zonder toeschouwers, zonder gevolgen – en dat laatste luidde onze ondergang in, want als je het eenmaal hebt gevonden, is niets zo onverdraaglijk als vrijheid. Ik denk dat ik haar daarom ten huwelijk vroeg: om mezelf aan iets te ankeren. Misschien had zij daarom in Spanje bedacht dat ze met me wilde trouwen. Maar helaas kun je je ankers, je geliefden en je vrienden niet zelf uitkiezen, net zomin als je ouders. Die krijg je van het leven en dat neemt ze je ook weer af, en de grote moeilijkheid is om ja tegen het leven te zeggen.
Toen ik aan Hella zei dat ik van haar gehouden had, had ik het over de dagen voordat me iets afschuwelijks, iets onherroepelijks was overkomen, toen een relatie nog gewoon een relatie was. Vanaf nu, vanaf vanavond, vanaf morgenochtend zal ik, in hoeveel bedden ik tussen nu en mijn sterfbed ook zal liggen, nooit meer in staat zijn tot zo’n jongensachtige, enthousiaste relatie – die als je erover nadenkt eigenlijk een hogere of in ieder geval pretentieuzere vorm van masturbatie is. Mensen zijn te veranderlijk om lichtzinnig mee om te springen. Ik ben te veranderlijk om te kunnen vertrouwen. Als dat niet zo was, zou ik vanavond niet alleen in dit huis zijn. Dan zou Hella niet op volle zee zijn. En dan zou Giovanni niet ergens tussen vannacht en morgenochtend sterven onder de guillotine.

[…]

 

Oorspronkelijke tekst © James Baldwin, 1956. Voor de eerste keer gepubliceerd door The Dial Press, VS
Inleiding © Colm Tóibín, 2016
Nederlandse vertaling © Eefje Bosch, Manik Sarkar en De Geus bv, Amsterdam 2024

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3