Leesfragment: Het café zonder naam

17 juni 2024, door Robert Seethaler

Liesbeth van Nes is genomineerd voor de Filter Vertaalprijs met haar vertaling van Robert Seethalers Das Café ohne Namen, Het café zonder naam. Tijd voor een fragment! Lees de eerste pagina’s en koop dat boek.

Een Weens café en zijn clientèle. Een man met een onbestemd verlangen.

Wenen, 1966. Robert Simon verdient de kost met wat klusjes op de Karmelitermarkt. Hij is ogenschijnlijk tevreden met zijn bestaan. Maar nu de stad twintig jaar na de oorlog eindelijk weer echt tot leven komt en er overal nieuwe mogelijkheden zijn, besluit Robert het roer om te gooien: hij koopt een herberg en opent zijn eigen café. Het stelt niet veel voor, de clientèle bestaat vooral uit mensen uit de buurt, maar ze brengen wel bijzondere verhalen mee. Verhalen van verlangen en verlies, van onverwacht geluk. Terwijl de stad om hen heen ontwaakt, verandert ook Roberts leven voorgoed.

Het café zonder naam is een roman over het menselijke streven naar verandering. Met een veelheid aan onvergetelijke personages en zijn bijzondere kijk op het leven laat Robert Seethaler zien hoe plots een nieuwe wereld kan ontstaan.



 

1

Om halfvijf op een maandagochtend verliet Robert Simon het appartement waar hij woonde bij Martha Pohl, een oorlogsweduwe. Het was nazomer, 1966. Simon was eenendertig jaar oud. Hij had in zijn eentje ontbeten, twee eieren, brood met boter en zwarte koffie. De weduwe sliep nog. Hij hoorde zacht gesnurk uit haar kamer komen. Hij vond het een aangenaam geluid, het ontroerde hem op een vreemde manier en soms wierp hij een blik door de kier van de deur, waar hij in het donker de wijdopen neusgaten van de oude vrouw vermoedde.
Op straat sloeg de wind hem in het gezicht. Wanneer de wind uit het zuiden kwam, bracht hij de stank mee van de markt, de geur van afval en rottend fruit, maar nu kwam hij uit westelijke richting en de lucht was fris en koel. Simon liep langs het woonblok waar het gepensioneerde trampersoneel woonde, langs de plaatwerkerij Schneeweis & Söhne en een hele rij winkeltjes die allemaal nog gesloten waren. Hij nam de Malzgasse naar de Leopoldsgasse en bereikte na het oversteken van de Schiffamtsgasse de kleine Haidgasse. Op de hoek bleef hij staan om een blik in de gelagkamer van het vroegere marktcafé te werpen. Hij drukte zijn voorhoofd tegen de ruit en tuurde met samengeknepen ogen naar binnen. Voor de grote zwarte bar stonden tafels en stoelen op elkaar gestapeld. Het behang was verbleekt en op een paar plekken was het gaan bobbelen. Het zag eruit of de wanden gezichten hadden. De muren hebben lucht nodig, dacht Simon. De ramen moesten eerst een paar dagen openstaan en pas daarna zou hij gaan schilderen. De rot en het vocht. De oude schaduwen en het stof. Hij duwde zich van de ruit af, draaide zich om en stak de straat over naar de markt, waar Johannes Berg net met luid geratel de rolluiken van zijn slagerij optrok.
‘Goedemorgen,’ zei de meesterslager. ‘Je kunt een paar blokken ijs voor me fijnhakken, als je wilt.’
‘Ik heb genoeg te doen met de groenten,’ zei Simon. ‘Negentien kisten knolraap.’
De slager haalde zijn schouders op en begon met een slinger de markies uit te rollen. Hij zweette en de ochtendzon glom in zijn nek.
‘Als je wilt, smeer ik je scharnieren straks,’ zei Simon.
‘Dat kan ik zelf ook.’
‘Afgelopen winter heb je ze met ranzige reuzel ingesmeerd. Van het voorjaar was de stank tot in het Prater te ruiken.’
‘Dat was geen reuzel maar slachtvet.’
‘Zeg nou maar wanneer ik je moet helpen,’ zei Simon. ‘Ik kan het later doen. Het is zo gebeurd.’
‘Goed,’ zei de slager. Hij haalde de slinger uit de haak, zette hem naast de winkeldeur en veegde met zijn handen over zijn met bloed bevlekte schort. In het gedempte licht onder de rood-wit gestreepte stof maakte zijn gezicht een zachte indruk.
‘Het wordt een mooie dag,’ zei hij. ‘Veel zon, maar niet te warm.’
‘Zeker,’ zei Simon. ‘Tot straks.’
Hij was een knokige man met gespierde armen en lange, dunne benen. Zijn gezicht was bruinverbrand door het werk in de buitenlucht, zijn asblonde haar hing warrig over zijn voorhoofd. Hij had grote handen, bezaaid met de littekens die ontstaan bij het verplaatsen van ruwe houten kisten. Zijn ogen waren blauw. Ze waren het enige echt mooie aan hem.
Hij liep langzamer dan gewoonlijk en veel kooplui staken hun hand op of riepen een paar vriendelijke woorden naar hem. Het was zijn zevende jaar op de markt, maar vandaag was zijn laatste dag, en terwijl ze hem nakeken wisten ze niet of ze blij voor hem moesten zijn of het treurig moesten vinden.
Op de laad- en losplaats hees hij kisten met knolraap en uien op zijn schouder en droeg ze naar de groente- en fruitkraam van Navracek. Hij sneed de groene uitlopers van de uien en de scheuten uit de aardappelen, keerde een berg winterhout zodat er geen schimmel in kwam en stapelde lege pallets op. Bij de visboer maakte hij de ijskuipen vrij van schubben, slijm en bloed. Het vieze ijs en de vissenkoppen met hun uitpuilende ogen en open bekken stopte hij in een zak en sjouwde die naar de stortplaats. Daarna ging hij naar de kraam met het speelgoed, de houten auto’s en de kleurige blikken draaimolentjes, waar hij met een schraper het roest van het vloerrooster krabde. Hij had altijd van zijn werk gehouden: de afwisseling, de lichamelijke inspanning, het handgeld dat aan het einde van de dag in zijn broekzak rinkelde. Hij schepte genoegen in de koude, heldere winterlucht, in de hitte van de zomer die het asfalt zachter maakte, zodat de kroonkurken erin vast bleven zitten, in de schorre stemmen van de marktkooplui die elkaar overschreeuwden en in de gedachte dat hij maar een onderdeeltje was van dit enorme ademende en lawaaiige organisme.
Na het sluiten van de markt ging hij terug naar de slagerij. Hij had bij de ijzerhandelaar een blik vet gekocht en smeerde de tuimelscharnieren van de markies. Hij doopte een vinger in het vet en verdeelde het over de scharnieren en de schroefdraad van de grote stelschroef. Hij nam de tijd voor het werk en wreef en stipte steeds nieuw vet op de schroef tot hij er pijn van in zijn vingertoppen kreeg.
‘Als je nog langer zo doorgaat, wrijf je mijn ijzer nog aan gort,’ zei de meesterslager. Hij pakte een portemonnee uit de messenla en trok er met onhandige vingers een biljet uit.
‘Laat maar zitten,’ zei Simon.
De slager haalde zijn schouders op en borg het geld weer weg. ‘Je kunt altijd terugkomen,’ zei hij. ‘Voor iemand als jij is er altijd werk te doen.’
‘Bedankt.’
‘Veel geluk gewenst in ieder geval. Maar we komen elkaar nog wel tegen.’
‘Ja,’ zei Simon. ‘Vast wel.’
Die avond nam hij niet de gewone weg naar huis. Hij liep door de steegjes van Leopoldstadt en via de Praterstraße en de Vorgartenstraße helemaal tot aan de Donau, waar vrachtschepen en sleepaken opdoemden uit de schaduw van de Reichsbrücke en stroomopwaarts voeren in het fonkelende licht van de avondzon. Ter hoogte van het terrein van de oude machinefabriek begon hij te rennen. Hij rende over de onverharde oeverweg langs enorme betonbrokken, schervenkuilen, schroothopen en roestig traliewerk. Tegen de oever klotsten drijfhout en slap geworden dozen. De kokmeeuwen krijsten hoog boven hem en boven de Donauwiesen op de noordelijke oever stonden de vliegers van de kinderen uit de voorsteden als bonte vlekjes tegen de hemel afgetekend. Hij rende hijgend, met zijn mond open en roeiend met zijn armen. Het zweet liep over zijn gezicht en zijn hart voelde hij hevig kloppen in zijn hals. Hij knipperde tegen de zon in en zag het café met zijn stoffige gelagkamer voor zich, de tafels en stoelen in het schemerige licht, de gezichten in het behang aan de wanden, en terwijl hij struikelend en met pijnsteken in zijn longen onder de Augartenbrücke door rende, een uitgeslibd talud af, over warme, knerpende steenslag en langs zwarte biezen en kreupelhout met fladderende papiersnippers aan de doorns, had hij het gevoel dat hij altijd zo door zou kunnen rennen.

 

Copyright © by Ullstein Buchverlage GmbH, Berlin. Published in 2023 by Ullstein Verlag
Copyright Nederlandse vertaling © 2023 Liesbeth van Nes

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3