Leesfragment: Het Stravinsky-spel

20 augustus 2024, door Arthur Japin

27 augustus verschijnt de nieuwe roman van Arthur Japin: Het Stravinsky-spel! Wij publiceren voor. Lees nu een fragment en bestel alvast je boek!

‘Hoever ben je bereid te gaan om iets voor een ander te betekenen?’ Dit is de kern van het spel dat twee pubers, Susan Sontag en Cody Garner, eind jaren veertig bedenken na een ontmoeting met de componist Stravinsky. De inzet is dan nog kinderlijk vrijblijvend, maar de vraag blijft hen levenslang bezighouden.

Decennia later arriveert Cody in het belegerde Sarajevo, waar Susan een toneelstuk regisseert. In die vervreemdende oorlogssituatie komen herinneringen boven aan hun jeugd in Hollywood, hun gezamenlijke eerste schreden in de liefde en hun bezoek aan Thomas Mann, maar ook aan het New York van de jaren tachtig, wanneer Susan het intellectuele en artistieke geweten van Amerika is geworden.

Geconfronteerd met het dagelijks leven en lijden van de Bosnische acteurs leren de twee jeugdvrienden hun eigen beperkingen onder ogen te zien. Dan dringt zich de vraag op: waarmee hebben wij nu het meest voor anderen betekend en wie wint uiteindelijk het Stravinsky-spel?



 

Sarajevo
juli 1993

I

Al wat leefde, zweeg. Dit was het eerste wat opviel en het enige waaraan ik al die weken niet zou wennen.
Vanuit het gebroken stadshart, niet meer dan een paar straten tussen de heuvels langs de smalle bedding van de bloedrode Miljacka, welde stilte op. Wijk na wijk raakte erdoor overspoeld, van de bazaar en stegen in de Ottomaanse buurt naar de statige straten in het Oostenrijks- Hongaarse deel tot diep in Tito’s droom, de breed opgezette communistische betonbouw.
Toen ik aankwam, lag Sarajevo overweldigend geruisloos voor me; doodse pleinen, sprakeloze stegen.

Van een belegering had ik het denderend tegendeel verwacht, schoten, ontploffingen, gejammer, zoals de wereld het dagelijks in de journaals te horen krijgt, nooit deze afwezigheid van leven.
Of nee, afwezig was het niet. Hiervoor ontbrak ieder geluid er te nadrukkelijk. Intens, alsof de stad haar adem inhield, handen stijf tegen de mond gedrukt om de minste ruis van rouwuit allemacht te onderdrukken. Zoveel huiskamerswaar almaanden nietsmeer viel te zeggen, te veel bedden waarin voorgoed gezwegen werd. Hoeveel van die brokkelende appartementen, vroeg ikme af, hoeveel etages in de flatgebouwen, gruizig na een jaar als schietschijf, waren er van gesneuvelden geweest en stonden leeg?
Dit was een stilte waarvan geen enkele rust uitging, zoals in de natuur, maar dreiging, de zekerheid dat een schreeuw haar weldra zou doorbreken.

Ten westen van de stad, aan de voet van schitterende bergen, hadden wij een zogenaamde hete landing gemaakt, waarbij de motoren ook tijdens het uitstappen blijven draaien. Van het toestel sprintten we naar de zwaar beschadigde terminal, die voor de Olympische Spelen, negen jaar eerder, nieuw was gebouwd. Wij moesten een hoge stalen afzetting passeren en het kordon van zwaarbewapende unprofor-soldaten, die met gespannen blik hun geweer richtten op alles wat bewoog.
Hierna viel er geen ziel meer te bespeuren.
Of misschien waren er wel mensen, maar hadden ze geleerd weg te duiken, zodra er iets of iemand naderde. Langs de straten waren muren van containers geplaatst om achter te schuilen zodra er werd geschoten. Hoe het ook zij, buiten het vliegveld zag ik geen levend wezen.

Veel kans om rond te kijken kreeg ik trouwens niet. Ik had gehoopt op een van de witte vn-pantserwagens die je op tv ziet, maar die waren deze ochtend in gebruik voor hoog bezoek.
Hasan, de chauffeur die de unhcr had ingehuurd voor Susan, moest me dus ophalen in zijn eigen auto, een oude Volkswagen Golf, waarin ik plankgas naar het Holiday Inn vervoerd werd, plat op de achterbank, schuil achter afgeplakte ramen. Het oude vehikel was te heet geworden in de zomerzon; het skai van de zitting plakte aan mijn wang.
De man zat niet, maar lag achter het stuur, rugleuning languit achterover, voortrazend over een brede, rechte weg. Af en toe tilde hij zijn hoofd even op om over de ruitenwissers heen te gluren. De rest van de tijd wierp hij mij via zijn spiegeltje verwijtende blikken toe, alsof ik hem persoonlijk aangewezen had om vandaag voor mij zijn leven te riskeren.
Weer zo iemand op safari, zag je hem denken, een van die buitenlandse diplomaten of persmuskieten die ons leven hier enkel verder komen bemoeilijken, die thuis met hun avontuur carrière hopen te maken, goeie sier, zonder ook maar ene flikker bij te dragen aan een oplossing.
Om eerlijk te zijn... dit dacht ik zelf.
Voortrazend over Sniper Alley, hart in mijn keel, schaamde ik me voor de roekeloze dwaasheid van mijn onderneming, die me ineens zo ondoordacht en zinloos leek, en ik had het de arme man niet kwalijk genomen als hij het hartgrondig met mij eens zou zijn geweest.

De held uithangen is ook maar een manier om niet te hoeven zijn als iedereen. Een mogelijkheid om je verlies aan de speeltafel van het leven terug te winnen door nog één keer alles in te zetten. Alleen al het plannen van je tocht naar een oorlogsgebied verandert hoe anderen naar je kijken. De blikken van ontzag als vrienden horen dat je gaat.
Helaas houd je jezelf hiermee nog geen seconde voor de gek.
Oorlog trekt de lafste types aan. Reken maar dat de frontlinies van oudsher worden gevormd door mensen zoals ik, op de vlucht voor hun verantwoordelijkheden.

In het hotel zaten mannen en vrouwen uit alle hoeken van de wereld. Bezweet scholen zij samen in het atrium, het hart van de betonnen kolos, op veilige afstand van de gebarricadeerde ramen en deuren: een groepje medische vrijwilligers dat werd geïnstrueerd, twee militairen met blauwe baret, de overigen leken mij vooral correspondenten in afwachting van nieuws.
Hun helmen en kogelvrije vesten lagen in donkerblauwe stapels binnen handbereik, want het Holiday Inn was, zoals de bbc het eens beschreef, ‘ground zero’.
Hier hoefde je niet naar buiten om de oorlog te verslaan, de oorlog kwam vanzelf naar jou.

Sommige journalisten zaten wat terzijde hun stukje voor vandaag te pennen. Andere hadden voor een beetje aanspraak tafeltjes bijeen geschoven of van de zandzakken die overal ter bescherming lagen opgestapeld, een zitje gemaakt.
Hol als een kathedraal torende het hart van het hotel boven hen uit, honderden kamerdeuren, balustrade na balustrade. Nietig leken daaronder de mensen in de cour, als hulpeloze onderkruipsels gevangen onder een omgekeerde emmer.
Zo nu en dan liep iemand naar de toog, waar een stekkerdoos stond die kon worden aangesloten op een aggregaat in de kelder. De een probeerde zijn batterij te laden of contact te krijgen met zijn redactie, de ander dook achter de bar voor een scheut whisky of vulde er zijn mok met koffie uit de bolle glazen pot die daar de hele dag op een petroleumbrandertje stond in te drogen.
Er was iets aan hun landerig bijeenzijn dat mij bekend voorkwam,maarwaaromzouhet? Ikmetmijnbeschermde leventje, waar kon ik zo’n club hebben gezien? In een of andere documentaire hooguit, want zulke mensen komen elkaar in rampgebieden over de hele wereld tegen. Ondanks de onderlinge competitie en hun nonchalante air van thuis te zijn in crisissituaties vertoonden zij ook de saamhorigheid van gijzelaars, dankbaar er niet in hun eentje voor te staan. Het alledaagse zijn deze wezens ontwend geraakt, daarom kruipen ze in hun tussenwereld bij elkaar, kreukelig, half stoer, alsof vredestijd ze maar verveelt.
Om eerlijk te zijn, het hád ook iets verleidelijks, die krampachtige camaraderie, iets waar je buiten staat maar in een situatie als deze liever bij zou willen horen.

[…]

 

Copyright © 2024 Arthur Japin

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2