Leesfragment: Meneer Putmans ziet het licht

01 augustus 2024, door Hendrik Groen

6 augustus verschijnt het nieuwe boek van Hendrik Groen: Meneer Putmans ziet het licht! Wij publiceren voor. Lees een fragment en reserveer je boek!

Na het succes van Groeten uit Benidorm neemt bestsellerauteur Hendrik Groen je in zijn nieuwe roman mee op reis naar het noorderlicht – een heerlijk zomercadeau voor zowel vakantiegangers als leunstoelreizigers.

Geurt Putmans (47) woont met zijn chronisch zieke moeder in een nette vierkamerflat in Beverwijk. Ze hebben elkaar en leven een tevreden leven. Kalm en zonder verrassingen. Geurt werkt al vijfentwintig jaar als boekhouder bij Beter Slapen Matrassen en er is nog nooit één rekening de deur uitgegaan die niet tot op de cent klopte. Hij houdt eerlijk gezegd meer van cijfers dan van mensen. Cijfers doen nooit onverwachte dingen.

Maar als zijn moeder overlijdt, valt de bodem weg onder zijn harmonieuze bestaan. Hij heeft haar op haar sterfbed moeten beloven goed voor zichzelf te zorgen en iets van zijn leven te maken. Door een mooie reis te maken bijvoorbeeld. En hoewel het avontuur nadrukkelijk niet lonkt, doet hij zijn belofte gestand en boekt een twaalfdaagse busreis naar het noorderlicht, het natuurfenomeen dat hem al jaren mateloos boeit.

Als hij drie maanden later op een donkere oktoberochtend bij overstapplaats Didam in de bus van Den Oude Intratours stapt en om zich heen kijkt naar zijn medereizigers, vraagt hij zich af waar hij aan is begonnen. Maar er is geen weg terug.



 

‘Eerste kopje koffie of thee bij vertrek gratis.’
Toen Geurt Putmans dat las in de reisbescheiden die hij per post had ontvangen, sloeg hij, zoals meestal, aan het rekenen.
‘Ik betaal voor deze reis 2.324,00 euro en dan krijg ik van Den Oude Intratours bij vertrek vanaf station Sloterdijk één gratis kopje koffie of thee,’ zei hij hardop tegen zichzelf. ‘Stel dat een kopje koffie twee euro vijftig kost, dan is het…’ hij sloot zijn ogen en rekende, ‘… een kleine 1,1 promille korting op de hele reissom. Maar belangrijker nog,’ constateerde hij, ‘blijkbaar heeft de bus een koffiezetapparaat aan boord, want om zes uur in de ochtend is er vast nog niks open bij Sloterdijk.’
Voor de zekerheid moest hij het reisbureau bellen om te vragen of er inderdaad een koffiezetapparaat aan boord was. In dat geval kon hij zijn thermoskan thuislaten.
Op zijn paklijst zette hij achter ‘1 thermoskan’ een vraagteken.
Putmans verzonk in gepeins.

 

Geurt Putmans was zevenenveertig jaar, vrijgezel, 175 centimeter lang (naar boven afgerond), 90 kilo zwaar (naar beneden afgerond), brildragend, enigszins kalend en met een bleek gezicht waarop de wijnvlek op zijn rechterwang goed uitkwam.
Gedurende zijn hele schoolcarrière had Geurt op zijn rapporten zesjes voor gymnastiek gehad (voor de moeite) en tienen voor rekenen.
Na de middelbare school had hij accountancy gestudeerd, waarvoor hij cum laude was geslaagd. Daarna was hij als boekhouder gaan werken bij een groothandel in matrassen.
Daar was hij nu vijfentwintig en een half jaar in dienst.
Hij had na zijn afstuderen aanbiedingen gekregen van twee grote accountantskantoren, Deloitte en Ernst & Young, maar had gekozen voor de matrassen omdat zijn oom Frits daar directeur was. Geurt Putmans hield de zaken graag overzichtelijk.
Zijn boekhoudwerk bij de firma Beter Slapen Matrassen was een fluitje van een cent voor hem. Zo kon hij extra veel tijd en aandacht besteden aan uiterste precisie. Er was in de afgelopen vijfentwintig en een half jaar geen jaarrekening of balans opgemaakt die niet tot op de cent klopte.

Toen Geurt een half jaar geleden vijfentwintig jaar in dienst was, had hij van de huidige directeur (oom Frits was elf jaar geleden vredig ingeslapen op een van zijn eigen matrassen) een kamerplant en een maand salaris gekregen. Dat kreeg iedereen die een kwarteeuw op de zaak was.
Geurt was vooraf nogal bezorgd geweest. Hij was namelijk op 5 januari in dienst gekomen en de directeur was op 10 januari nog niet met de cadeaus over de brug gekomen. Zou hij het vergeten zijn?
Maar toen hij op 11 januari om twee minuten voor half negen het kantoor binnenkwam stonden er op zijn bureau een grote Ficus benjamina en een slagroomtaart, en naast zijn bureau een gelegenheidskoor van de directeur, diens secretaresse, twee magazijnmedewerkers en de chauffeur, die ‘Lang zal hij leven’ zongen. De directeur sprak de jubilaris toe, de secretaresse sneed de taart aan en de chauffeur annex manusje-van-alles schonk de koffie in.
‘Speech, speech, speech,’ scandeerden de magazijnmedewerkers met een mond vol taart, zodat de klodders slagroom in het rond vlogen.
Het angstzweet brak hem uit.
‘Komaan, Geurt, een klein dankwoordje,’ moedigde de directeur hem aan.
Geurt zocht een plekje waar hij zijn armen kon laten en wist niets anders te bedenken dan ze over elkaar geslagen voor zijn buik te houden. Hij schraapte zijn keel.
‘Geachte collega’s. Ik eh… ben blij verrast met eh… met dit alles… vooral omdat het eigenlijk vijfentwintig jaar en zes dagen geleden is dat ik in dienst kwam. Dus ik dacht dat jullie het vergeten waren. Het is een mooie plant, dus ik hoop dat hij niet doodgaat, en het is een lekkere taart.’
Er viel een stilte.
‘En wat ga je met het geld doen?’ vroeg de secretaresse.
‘Dat weet ik nog niet.’
‘Misschien een mooie reis maken?’ suggereerde zij.
Geurt slikte. ‘Eh… misschien, ja. Wie weet.’

***

Geurt woonde met zijn moeder in een vierkamerflat uit de jaren zeventig in Beverwijk.
Zijn vader was achttien jaar geleden overleden aan darmkanker.
Geurt had naar aanleiding van zijn vaders dood alle beschikbare gezondheidsstatistieken bestudeerd en berekend dat de kans om aan darmkanker te overlijden door de aanwezigheid van de Hoogovens niet significant groter was dan elders. Althans, er waren te veel andere, niet te kwantificeren factoren, die een rol hadden kunnen spelen. Maar het viel ook niet uit te sluiten dat de staalfabriek wel de boosdoener was.
Geurt was nogal van slag geweest van zo veel onzekerheid.
Dat werd er niet beter op toen, kort na het overlijden van zijn vader, zijn moeder klachten kreeg: duizeligheid, aanhoudende vermoeidheid en spierpijn.
Ze had het maandenlang weggewuifd. ‘Gaat vanzelf wel weer over.’
Tot ze binnen een week twee keer zonder aanleiding viel.
Ze was eindelijk naar de huisarts gegaan. Die kon niets vinden en stuurde haar door naar een internist, die haar na verschillende onderzoeken doorstuurde naar een neuroloog, die na weer andere onderzoeken met de onheilstijding kwam: ‘Mevrouw Putmans, u hebt multiple sclerose.’
Hij had haar uitgelegd dat ms een zeer onvoorspelbare ziekte is, zowel qua symptomen als qua snelheid waarmee de ziekte zich ontwikkelt.
‘Nou, dan gaan we er voor het gemak maar van uit dat ik er oud en gelukkig mee word,’ had mevrouw Putmans geantwoord.
De neuroloog had verbaasd opgekeken. Zulke opgewekte en optimistische patiënten kwam hij niet vaak tegen.
Geurt daarentegen was totaal van de kaart geweest. Hoe moest dat nou verder? Met zijn moeder en met hem?
Er zat één positieve kant aan de ziekte van zijn moeder: de al jaren durende aansporingen om toch eindelijk eens op zichzelf te gaan wonen verstomden. Hij moest immers voor zijn moeder gaan zorgen. Dat verzachtte de pijn.

[…]

 

© 2024 Peter de Smet en Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3