Leesfragment: Rouwdouwers

02 september 2024, door Falun Ellie Koos

5 september verschijnt het romandebuut van Joost Zwagerman essayprijswinnaar Falun Ellie Koos: Rouwdouwers! Wij publiceren voor. Lees een fragment, kort na het begin, en bestel vast je boek!

Ada is samen met haar broer Broos opgegroeid in de stacaravan van hun vader, een verbitterde hovenier die recht wilde schoppen wat door moedervingers krom was geaaid. Hij prentte zijn kinderen in dat de wereld keihard is en dat ze zich er tegen moeten wapenen. Dit staat diep in Adas ruggengraat gekerfd, al heeft ze geen contact meer met haar vader en broer. Nu ze haar leven als gedesillusioneerd kunststudent de rug toe heeft gekeerd en naar Galicia is vertrokken om hout te hakken met een man waar ze geen taal mee deelt, dringt haar broer zich met elke bijlslag sterker aan haar op: hij is de enige wiens lichaam dezelfde herinneringen draagt, zijn spieren hebben dezelfde reflexen. Toch kennen ze elkaar niet meer.

Rouwdouwers gaat over zinken of zwemmen, buigen of barsten. Falun Ellie Koos smijt alle pijn en ellende eerst met precisie tegen de muur, om er vervolgens vol liefde en mededogen naar te kijken. Met een uitgebeende stijl en groot psychologisch inzicht toont Koos de ambivalente aard van de mens.



 

Jij en ik, wij stammen af van het soort mens dat niet verder dan de in de grond gestoken heggenschaar aan de rand van de tuin kan kijken. Dus hoe ben ik in godsnaam in contact gekomen met zo iemand als Frédérique, zou je me misschien vragen, als je me dingen zou vragen. Het zou een terechte vraag zijn.
Ik heb Frédérique ontmoet in de vleesverwerkingsfabriek waar ik een paar jaar gewerkt heb. Zij begaf zich dus op mijn terrein, niet andersom. Op haar terrein zou ik haar nooit ontmoet hebben. Daar kwam ik niet, ik kwam nergens.
Die fabriek zat in een grote loods op een industrieterrein. Omdat er de hele dag met vlees gewerkt werd was iedere ruimte, de kantine en de kleedkamer uitgezonderd, een koelcel. In de ruimtes waar ik werkte was het ongeveer vier graden Celsius. Iedereen droeg haarnetjes, latex handschoenen, witte overalls en een schort van zwart rubber. Bij het verlaten van de kleedkamer ontsmetten we onze schoenen aan de borstels naast de deur. Op mijn eerste werkdag had ik onder mijn overall alleen een spijkerbroek en een trui aan. Op mijn tweede werkdag droeg ik onder mijn broek een thermolegging, had ik drie truien aan en droeg ik twee paar sokken. Toch had ik het nog koud. Mijn werkzaamheden bestonden uit het snijden, malen en mengen van vlees en het vervolgens verpakken en etiketteren. Alles werd machinaal gedaan. Ik zorgde dat de hompen vlees goed lagen en drukte op de juiste knoppen. Ik legde de juiste hoeveelheid plakken in de plastic schalen die op een lopende band voorbij kwamen. Het was werk waar je bij moest opletten, maar je stond ook de hele dag stil. Langzaam vroor ik op mijn plek vast. Mijn lekkende neus trok een schraal spoor naar mijn lippen. Mijn wangen waren gebarsten. Mijn handen, die het ijskoude vlees steeds moesten vastpakken met alleen een dun laagje latex als bescherming, voelden afwisselend alsof ze in brand stonden, of alsof ze afgestorven waren: koude, levenloze stukken vlees die niet verschilden van de hompen die ik door de snijmachine duwde.
De machines maakten een takkeherrie dus er werd niet gesproken. Wat viel er ook te zeggen? We leefden van pauze naar pauze: we begonnen om zeven, hadden koffiepauze om tien, lunchpauze om één en een laatste pauze om halfdrie. Die sloegen we meestal over in de hoop sneller klaar te zijn. We mochten naar huis als al het vlees voor die dag verpakt was. Als het station waar ik werkte om vier uur al klaar was, moest ik helpen bij een station waar ze achterliepen. Als iemand besloot om toch wel een kwartiertje pauze te nemen in de behaaglijke kantine om halfdrie, dan werd die schuin aangekeken. Alsof het dan alleen aan hem lag dat we pas om half zes klaar waren. Overuren werden niet betaald. En dan waren er ook nog het koppijngevende tl-licht en de stank van rottend vlees. Ieder uur werden de machines gereinigd en toch die stank, die ook ’s avonds nog in mijn neusgaten zat. Veel collega’s werkten er als onderdeel van hun uitkeringstraject. Wat betekent dat ze wel moesten: als je een uitkering hebt, mag je – vanzelfsprekend – geen werk weigeren. Maar ik was er uit vrije wil. Ik dacht dat het een goede leerschool zou zijn. Een leerschool in blijven staan, verdomme. Ook als je denkt dat je handen eraf zullen vallen. Ook als je het liefst voor altijd in een donker hol zou willen wegkruipen.
Ik had ook gewoon met pa kunnen blijven werken. Dat deed ik toch al, eerst alleen in de weekenden en na school, en toen de mavo erop zat, altijd. Ik wilde denk ik iets bewijzen. Dat ik ook hard zou werken als hij me niet kon zien. Dat ik op mezelf kon staan. Het zou jou misschien verbazen, dat ik voelde dat ik iets moest bewijzen. Toen jij nog thuis woonde was dat ook nooit nodig. Het maakte niet uit wat ik deed. Jij stond er altijd naast. In vergelijking was ik altijd sterker, altijd beter.
’s Avonds kwam ik stinkend naar rot bij de caravan terug. Tijdens het avondeten smeet ik de dode hompen vlees die mijn handen waren lomp op tafel. Mijn hart pompte zo paniekerig bloed naar mijn zowat afgestorven vingers dat je ze kon zien zwellen en krimpen bij elke hartslag. Ik wilde dat hij het ook zag. Ik wilde dat hij er iets van zou zeggen.

Ik heb van mijn negentiende tot mijn eenentwintigste in die fabriek gewerkt. Een paar maanden voor ik stopte ontmoette ik Frédérique. Ik moest haar inwerken. Ze deed haar broek uit om haar werkoverall aan te trekken en ik schrok zo van haar roomkleurige billen dat ik vergat te zeggen dat het zonder broek veel te koud zou zijn. Ze had wilde, blonde krullen die ze maar met moeite in het haarnetje kreeg. Na een korte rondleiding ging ik aan het werk. Zij keek over mijn schouder mee en in plaats van me praktische dingen te vragen over de bediening van de machine, vroeg ze me hoe ik me voelde tegenover het dode varken dat ik door de machine drukte zodat er alleen dunne plakken ham van hem overbleven. Ze moest het dicht in mijn oor roepen om boven het geluid van de machine uit te komen. Ik verstond haar maar riep toch ‘Wat?’ net toen de ham op was en het lawaai van de machine verstomde.
‘Ik studeer aan de kunstacademie en voor een project wil ik onderzoeken wat mijn verhouding is tot het vlees dat ik eet. Want ik hou van dieren, maar ik kan mezelf er maar niet toe brengen om vegetariër te zijn,’ zei ze met een serieus gezicht. Ik had nog nooit van een academie voor kunst gehoord, maar ik knikte alsof wat ze zei vanzelfsprekend voor me was.
‘Maak je ook kunst?’ vroeg ze.
‘Joah,’ zei ik. Geen idee waarom. Omdat ik dacht dat ze dit een goed antwoord zou vinden denk ik. En ik wilde haar goede antwoorden geven. Ik smeet een nieuwe ham neer zodat ik haar blik kon vermijden.
‘Wat maak je?’ vroeg ze.
Ik zette de machine weer aan zodat het kabaal een gesprek onmogelijk maakte. Maar ze bleef me onderzoekend aankijken terwijl ik porties van acht plakken ham in de plastic schaaltjes kwakte die op de lopende band voorbij kwamen. Toen de ham op was werd het weer stil. Ik keek om naar Frédérique, haar onderlip trilde en even was ik bang dat ze om een of andere reden zou gaan huilen en wat moest ik dan in godsnaam doen. Maar toen hoorde ik het klapperen van haar tanden. ‘Wil je even opwarmen?’ vroeg ik.
‘Jezus, ja!’ In de kleedkamer was het een aangename vijftien graden. Ik deed mijn handschoenen uit en hield mijn handen onder de kraan. Mijn vingers waren zo onderkoeld dat het koude water warm voelde. Terwijl mijn handen langzaam ontdooiden draaide ik de warme kraan open. Direct onder de warme kraan was een beginnersfout. Je handen moesten langzaam wennen, anders was de pijn niet te harden. Frédérique trok haar schoenen en overall uit, en haar broek aan. Ik ving een glimp op van haar navel.
‘Ik teken,’ zei ik plots en te hard. Frédérique deed haar gulp dicht en keek me vragend aan. ‘Ik maak tekeningen, kunst,’ mompelde ik tegen de vloer.
‘Oh! Cool!’
Ik knikte alsof dat vanzelfsprekend was.
‘Studeer je dat ook?’ vroeg ze.
Ik keek haar niet aan terwijl ik nee schudde.
‘Zou je dat wel willen?’
Ik haalde mijn schouders op. Blijkbaar was ik een debiel zonder tong. Frédérique was op het bankje onder de kapstok gaan zitten en klemde haar handen tussen haar dijen om ze op te warmen.
‘We moeten door, over twee uur is het pauze,’ zei ik terwijl ik een paar schone handschoenen in de zak van mijn overall deed. Frédérique maakte geen aanstalten om haar overall weer aan te doen en trok in plaats daarvan het haarnet van haar hoofd.
‘Sorry ik ga niet mee, ik trek dit echt niet.’ Ze haalde haar handen door haar krullen en de lucht rook vaag naar vanille.
‘We zijn nog niet klaar,’ zei ik, omdat ik niet begreep wat ze bedoelde. Ze schudde haar hoofd.
‘Ik hou dit echt niet vol. Die kou, die stank, wat doe ik mezelf weer aan!’ Ze lachte, stopte toen ze naar mij keek. ‘Respect dat jij het wel kan.’
Ze trok haar jas van de kapstok en ik keek toe. ‘Ik bedenk voor dit vak wel wat anders.’ Ze zei het meer tegen zichzelf. Ze leek even in gedachten verzonken terwijl ze haar jas dichtknoopte. Haar ogen zochten wazig door de ruimte en stelden scherp op mij. ‘Maar ik wil graag je tekeningen eens zien, wat is je nummer?’ Ze pakte haar telefoon uit haar zak. Ik stotterde mijn nummer en ik hoorde mijn telefoon hardnekkig trillen tegen het metaal van de binnenkant van mijn kluisje. Ik greep het slotje van de kluis en viste met twee vingers naar het sleuteltje in de borstzak van mijn overall. ‘Nu heb je mijn nummer ook,’ zei ze terwijl ze weer ophing. Ik stak het sleuteltje naast het slot.
‘Sorry dat ik zo’n mietje ben!’ zei ze. Toen ik me omdraaide viel de deur achter haar dicht. Mijn telefoon trilde nog twee keer kort om aan te geven dat ik een gemiste oproep had. De rest van de dag voelde mijn werk voor het eerst echt ondraaglijk. Verwoestend.

 

© 2024 Falun Ellie Koos

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3