Schrijver Thomas Heerma van Voss en popduo Clean Pete zijn onze vroege drie wijzen. Op Winternacht, de tweede kerstplaat van het duo, is het titelnummer een kerstverhaal, geschreven en voorgedragen door Thomas Heerma van Voss. En dit is hun geschenk: wij mogen het publiceren! Wees welkom aan tafel, eet, zing en lees.
Middenin de winternacht gaan we terug naar de plek waar we vandaan komen.
Weten jullie nog, vroeger, vraagt mijn moeder, dat we altijd onze matrassen om de kerstboom legden? Dan mochten jullie onbeperkt playstationnen.
Dat mocht hij alleen, zegt mijn broer, en hij wijst naar mij.
Ach mam, wat veel eten, dát had niet gehoeven, zegt mijn zus.
Er is geen tafelschikking, iedereen zit op de vaste plek, dezelfde plek als vroeger.
Wat staat de verwarming hoog, zegt mijn broer, die sinds een jaar vrijgezel is.
Welnee, zegt mijn moeder. Dat is global warming.
Is dat aardappelpuree? vraagt mijn zus.
Wat is het anders? zegt haar man.
En mijn broer vraagt of we nog willen bidden, en hij lacht en lacht en neemt een hap.
We proosten – op opa en oma, op iedereen die hier vroeger ook aanschoof, op papa natuurlijk, wiens stoel aan het hoofd van de tafel de hele avond leeg blijft.
De truc is kaneel, zegt mijn moeder. Kaneel, daar hield jullie vader ook zo van. Hij hield zó van Kerstmis.
Dat was wel en niet zo. Hij stond altijd uren gestresst in de keuken – en na afloop klaagde hij dat er te weinig aandacht aan zijn eten was besteed, dat de gesprekken te oppervlakkig bleven, dat hij net te lang had gepraat met een oom in wie hij geen zin had, en hij zei dat iedereen zo snel wegging, en dat het daarna zo stil werd in huis. Maar mijn vader hield van het klagen, hij hield van elk ritueel van Kerstmis.
Middenin de winternacht gaat de Hema open, zegt mijn moeder.
Dat dachten jullie altijd dat de tekst was.
Onderbroeken en bh’s, twintig cent goedkoper.
Alleen hij dacht dat het lied zo ging, zegt mijn broer en hij wijst naar mij.
Met cadeaus zijn we al jaren geleden gestopt – alleen mijn moeder heeft iets gekocht, we krijgen allemaal een pakketje in hetzelfde formaat, in hetzelfde papier – voor iedereen een kerstbal met gouden versiering.
Dan zegt mijn broer: ik heb een nieuwe Iphone gekocht. De allernieuwste, ik ben straks een man met de allernieuwste Iphone.
En het zoontje van mijn zus heeft de kerststal gevonden en speelt ermee.
De houten schuur die papa ooit bij elkaar timmerde.
De lijm onder de plastic Jezus laat los.
Dan vraagt mijn zus wat we vandaag nou eigenlijk precies vieren.
De wederopstanding, zegt mijn moeder. Willen jullie trouwens weten hoe ik de vulling van de kalkoen heb gemaakt?
Nee, de geboorte, zegt de man van mijn zus. De wederopstanding komt later.
Wortel, zegt mijn moeder.
En mijn broer zegt dat papa die Jezus meteen zou hebben gelijmd.
Dat kan ik ook hoor, zegt de vriend van mijn moeder.
En het zoontje van mijn zus roept: ik haat kerst.
Middenin de winternacht gaat de Hemel open.
Mijn zus vraagt wat dat eigenlijk betekent
Mijn broer roept dat niemand nog kerstliederen zingt.
Echte kerstliederen wil ik, zegt mijn moeder.
Middenin de winternacht / Gaat de Hemel Open / Die ons heil de wereld bracht / Antwoord op ons hope
Tja, zegt mijn broer, die Kerstman is natuurlijk wel gewoon een gore pedo.
Ssssssht, zegt mijn zus.
En als vredesoffer zet mijn moeder de chocolademousse op tafel.
Ik zit vol, zegt mijn zus.
En daar zit ik, mijn vaste plek in de hoek, op de stoel waarop ik achttien jaar dagelijks zat.
Sindsdien heb ik banen gehad en wereldreizen gemaakt, en steeds meer mensen bestaan alleen nog in mijn hoofd.
Laatst schatte iemand me op vijftig jaar – vijftig.
Maar zodra ik hier binnenkom, krimp ik vanzelf weer tot het jongste kind – een toeschouwer die slinkt en pas als alle anderen meedoen ook meezingt.
We moeten maar eens gaan, zegt mijn zus.
Oké schatten, zegt mijn moeder, ik vond het zo fijn dat jullie er waren.
En ze neuriet en ze zingt, en wij zingen voor één keer mee:
Ondanks winter, sneeuw en ijs bloeien alle bomen.
Het aardse paradijs zal binnenkort wel komen.
En we gaan allemaal onze eigen kant op, aan het einde van de winternacht.
© Thomas Heerma van Voss