Leesfragment: Zoals zij het ziet

06 oktober 2024, door Alba de Céspedes

15 oktober verschijnt Alba de Céspedes’ Zoals zij het ziet (Dalla parte di lei), vertaald uit het Italiaans door Manon Smits, met een nawoord van Elena Ferrante! Lees de voorpublicatie & reserveer!

  • ‘Het lezen van Alba de Céspedes was voor mij als het betreden van een onbekend universum.’ – Annie Ernaux, Nobelprijs voor de Literatuur
  • ‘Het werk van De Céspedes heeft niets van zijn subversieve kracht verloren.’– The New York Times Book Review
  • ‘Een moedige roman, schitterend verbeeld en geschreven.’ – The Washington Post

Alessandra heeft altijd meer gewild dan het leven haar tot dusverre biedt. Ze groeit op in een overbevolkt flatgebouw in het Rome van de jaren dertig en ziet hoe haar moeders droom om concertpianiste te worden wordt verstikt door een onbevredigend huwelijk. Wanneer de traditionele familie van haar vader wil dat ze jong trouwt, komt ze in opstand tegen de toekomst die ze voor haar hebben bedacht. Terug in Rome, wordt Alessandra hartstochtelijk verliefd op Francesco, een antifascistische filosoof, en er lijkt een nieuwe wereld voor haar open te gaan. Te laat realiseert ze zich wat er van haar gevraagd zal worden in ruil voor die zo felbegeerde vrijheid.

Zoals zij het ziet is gebaseerd op Albade Céspedes’ eigen ervaringen. In een door fascisme en het patriarchaat gedomineerd Italië ontvouwt zich het intieme en zeer politieke lot van een vrouw die het onmogelijke mogelijk maakt: berusting omzetten in rebellie.



 

Ik ontmoette Francesco Minelli voor het eerst in Rome, op 20 oktober 1941. Ik was destijds met mijn afstudeerscriptie bezig en mijn vader was sinds een jaar bijna blind geworden door staar. We woonden in een van de nieuwe huurkazernes aan de Lungotevere Flaminio, waar we kort na de dood van mijn moeder onze intrek hadden genomen. Ik kon mezelf als enig kind beschouwen, ook al had voor mijn geboorte een broer van me net genoeg tijd gehad om ter wereld te komen, een wonderkind te blijken en te verdrinken toen hij drie was. Er waren veel foto’s van hem te zien in huis, waarop zijn naaktheid maar nauwelijks werd beschermd door een wit schortje dat van zijn ronde schouders af gleed; hij was ook afgebeeld terwijl hij op zijn buik op een berenvel lag, maar de favoriete foto van mijn moeder was een kleine waarop hij rechtop stond en zijn handje uitstrekte naar het klavier van de piano. Zij beweerde dat hij, als hij was blijven leven, een groot componist zou zijn geworden zoals Mozart. Hij heette Alessandro en toen ik geboren werd, een paar maanden na zijn dood, werd ik opgezadeld met de naam Alessandra, ter nagedachtenis aan hem en in de hoop dat zich in mij enkele van die deugden zouden manifesteren die zo’n onuitwisbare herinnering aan hem hadden achtergelaten. Deze band met mijn overleden broertje legde een loodzware last op mijn eerste kinderjaren. Ik kwam nooit van hem af: als ik een standje kreeg, was het om me erop te wijzen dat ik ondanks mijn naam de hoop die op me was gevestigd had verloochend. En ze lieten ook niet na eraan toe te voegen dat Alessandro het nooit zou hebben gewaagd om zoiets te doen; zelfs als ik een goed cijfer haalde op school, of blijk gaf van ijver en eerlijkheid, werd me de helft van de verdienste afgenomen met de insinuatie dat het Alessandro was die zich via mij had geuit. Doordat mijn eigen persoonlijkheid zo werd weggevaagd, groeide ik op als een schuw en zwijgzaam kind, en wat ik later aanzag voor vertrouwen in mijn kwaliteiten kwam enkel doordat de herinnering aan Alessandro bij onze ouders vervaagde.
Toch kende ik een boosaardige kracht toe aan de spirituele aanwezigheid van mijn broer, waarmee mijn moeder met de hulp van een medium genaamd Ottavia via een driepotig tafeltje contact maakte. Ik twijfelde er niet aan dat hij zich in mij had gevestigd, maar dan alleen – in tegenstelling tot wat mijn ouders beweerden – om me laakbare handelingen, slechte gedachten en ziekelijke verlangens in te fluisteren.
Zodoende gaf ik me daaraan over, met het idee dat het zinloos was me ertegen te verzetten. In mijn beleving stond Alessandro voor datgene wat andere meisjes van mijn leeftijd zagen als de duivel of de boze geest. Daar heb je hem weer, dacht ik, hij is de baas. Ik meende dat hij mij in bezit kon nemen, net zoals hij dat tafeltje in bezit nam.
Ik werd vaak alleen thuisgelaten, toevertrouwd aan de zorgen van een oude dienstmeid genaamd Sista. Mijn vader was op kantoor, mijn moeder ging elke dag de deur uit en bleef urenlang weg. Ze was pianolerares en ze had een aanzienlijk talent aan de dag kunnen leggen, begreep ik pas later, als ze dat had kunnen aanwenden voor de kunst in plaats van het om te buigen naar de eisen en voorkeuren van de rijke bourgeoisie wier kinderen ze moest instrueren. Voordat ze vertrok legde ze wat dingen voor me klaar, om me bezig te houden tijdens haar afwezigheid. Ze wist dat ik niet van luidruchtige, drukke spelletjes hield, dus zette ze me in een rieten stoeltje op kindermaat, en dan legde ze op een laag tafeltje naast me allerlei reepjes stof, schelpen en margrietjes die ik aan een touwtje kon rijgen als armbandjes of kettinkjes, en ook wat boeken. Onder haar liefdevolle leiding had ik al aardig leren lezen en schrijven, en ook die vroegrijpe vaardigheid werd tot mijn grote ergernis toegeschreven aan de invloed van Alessandro. In feite uitte ik me als een kind dat twee keer zo oud was, en mijn moeder keek daar niet van op omdat ze mijn leeftijd automatisch verving door de leeftijd die Alessandro zou hebben gehad. Dus liet ze me boeken lezen die eigenlijk meer voor oudere meisjes waren. Hoe dan ook kan ik nu wel constateren dat de keuze van die boeken uitstekend was, en ingegeven door een goede ontwikkeling.
Vervolgens vertrok ze dan, nadat ze me had bedolven onder de kusjes alsof ze een lange reis ging maken, en bleef ik alleen achter. Vanuit de keuken klonk het gerammel van de vaat en daarna gleed de magere schaduw van Sista door de gang; zij sloot zich tegen de avond altijd op in haar kamertje, in het donker, waarna ik haar de rozenkrans hoorde bidden. Dan wist ik zeker dat ik niet zou worden betrapt en liet ik de boeken, schelpen en armbandjes van margrietjes liggen om op ontdekkingstocht te gaan in ons huis.
Ik mocht geen licht aandoen omdat we zo zuinig mogelijk leefden. Ik begon in het schemerdonker rond te dwalen, langzaam, met mijn handen voor me uit als een slaapwandelaar. Ik liep naar de oude, massieve meubels, die op dat tijdstip voor mij uit hun onbeweeglijke kalmte leken te komen en allerlei mysterieuze verschijningen leken aan te nemen. Ik deed de deuren open en rommelde in de laden, gedreven door een koortsachtige nieuwsgierigheid, en ten slotte, als ik zag dat het licht zich terugtrok uit de sombere kamers, hurkte ik neer in een hoekje, doordrongen van een vreselijke angst waar ik tegelijkertijd van genoot.
In de zomer daarentegen ging ik op de galerij zitten die uitkeek op de gemeenschappelijke binnenplaats, of ik ging op een bankje voor het raam staan. Ik koos nooit de ramen aan de straatkant: ik wilde liever een raam met uitzicht op een binnenplaatsje begroeid met blauweregen dat ons huis scheidde van een nonnenklooster. De zwaluwen daalden graag neer in de schaduw van die binnenplaats, en zodra ik hun kreten hoorde sprong ik op alsof ik werd geroepen en haastte me naar dat raam. Daar bleef ik langdurig met mijn blik de zwaluwen volgen, de veranderlijke vormen van de wolken en het leven van die geheime vrouwelijke gemeenschap waarvan beelden binnensijpelden via hun verlichte ramen. Achter de witte doeken waarmee de ramen van het klooster werden afgeschermd, kwamen de nonnen traag voorbij, en projecteerden grote Chinese schaduwen. De schelle kreten van de zwaluwen waren als zweepslagen die mijn fantasie ophitsten. In een hoekje van het donkere raam plunderde ik stilletjes alles wat er om me heen was. Die onbeschrijflijke gemoedstoestand duidde ik aan met ‘Alessandro’.

[…]

 

© 2021 Mondadori Libri S.p.A., Milano
© 2024 Nederlandse vertaling Manon Smits
© Oorspronkelijke uitgave Arn Mondadori Editore (in 1949 voor het eerst gepubliceerd in de collectie La Medusa degli italiani; in 1994 in de collectie Scrittori italiani; in 2021 in de collectie Oscar Moderni) Het nawoord van Elena Ferrante komt uit Frantumaglia (2019, Wereldbibliotheek, vertaling Marieke van Laake) en is voor deze uitgave enigszins bewerkt.

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2