Leesfragment: De zwevende wereld

25 augustus 2025, door Annejet van der Zijl

29 augustus verschijnt het nieuwe boek van Annejet van der Zijl: De zwevende wereld. De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Ine! Wij publiceren voor. Lees een fragment en reserveer je boek.

In 1823 vertrok een jonge Duitse arts naar Deshima, de Hollandse handelspost in het toen verder nog volledig van de buitenwereld afgesloten Japan. Zeven jaar later werd hij verbannen uit het land van de shoguns en daarmee uit de levens van zijn grote liefdes, de concubine Sonogi en hun gezamenlijke dochter Oine. Decennialang deden vader en dochter er alles aan om elkaar weer terug te zien.

Franz von Siebold vestigde, nog altijd hopend om terug te kunnen, zijn naam als ’s wereld grootste Japanexpert; Oine Kusumoto ontwikkelde ze zich met haar vaders voorbeeld voor ogen tot de eerste vrouwelijke arts in haar land. Maar toen Japan in 1854 eindelijk opengebroken werd en ze elkaar weer in de armen konden sluiten, pakten hun weerzien totaal anders uit dan ze hadden voorzien.



3
Het Wonderland

Japan geeft ons alles wat wij missen.
Uit: Beschryving van Japan
van Engelbert Kaempfer

Even leek Franz, letterlijk in het zicht van de haven, nog te stranden. Want nauwelijks was De Drie Gezusters de Papenberg, zoals de Hollanders het puntige eilandje bij de Baai van Nagasaki noemden, voorbij, of het fregat werd omringd door Japanse vaartuigen. Om te voorkomen dat ongewenste indringers hun land trachtten binnen te komen, vroegen controleurs eerst om te vlaggen met geheime, met de voorgaande missie naar Batavia meegegeven, seinen. Vervolgens klommen ze aan boord en doorzochten ze het schip van onder tot boven op ongewenste objecten en personen. Handwapens, bijbels, crucifixen, het kruit van de kanonnen en zelfs de zeilen werden in beslag genomen; reizigers met bestemming Desjima werden met behulp van tolken aan een uitgebreide ondervraging onderworpen.
Hier kwam Franz in de problemen. Hoewel hij gedurende de zeereis elke dag met kolonel De Sturler had geoefend, was zijn beheersing van het Nederlands nog zo gebrekkig dat zowel de tolk als de ondervrager argwaan kreeg. De Sturler zag hem worstelen en schoot hem te hulp: hij legde uit dat zijn factorijarts een zogenaamde ‘Berg-Hollander’ – door de tolk vertaald als yama-Orandajin – was en daarom zo’n merkwaardig dialect had. Kennelijk klonk deze verklaring plausibel genoeg, want even later werd het sein gegeven om de Hollandse schepen de baai in te laten slepen.

De Baai van Nagasaki gezien vanaf de heuvels met in de verte de Chinese zee. Links ligt Desjima, daarachter de (vierkante) Chinese handelspost. In het midden liggen de twee bezoekende Nederlandse schepen voor anker. Door Kawahara Keiga. Uit: Annejet van der Zijl, De zwevende wereld
De Baai van Nagasaki gezien vanaf de heuvels met in de verte de Chinese zee. Links ligt Desjima, daarachter de (vierkante) Chinese handelspost. In het midden liggen de twee bezoekende Nederlandse schepen voor anker. Door Kawahara Keiga.

Vanuit de heuvels klonken kanonschoten als welkomstsaluut. Voortgetrokken door Japanse roeiboten gleden de schepen langs de groene heuvels die aan drie kanten een prachtige, natuurlijke haven vormden. Achter de stad Nagasaki, een wirwar van smalle straten met lage houten huizen, verrees de heuvel waar de legendarische generaal Toyotomi Hideyoshi in 1597 bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld zesentwintig christelijke missionarissen en bekeerlingen aan het kruis had laten nagelen. Het laatste wat de Portugese geestelijken in hun doodsnood hadden gezien, waren de baai en de oceaan in de verte – daar waar ze ooit vandaan gekomen waren.
Aankomend in dezelfde baai, had Franz twee eeuwen later oog voor het even vredige als mooie ‘wonderland’ dat hem in het vooruitzicht was gesteld:

Wat een uitnodigende oevers met hun vriendelijke woningen! Wat een vruchtbare heuvels, wat een statige tempelbossen! Deze levendige groene bergtoppen – wat zien ze er schilderachtig mooi uit met hun vulkanische vormen! Met welke weelderigheid rijzen groenblijvende eiken, ceders en laurierbomen vanaf de hellingen op. Welke ijver, welke toewijding openbaart hier de natuur die door mensenhanden is getemd […] We kunnen de muren van Desjima al zien en onderscheiden de glas-in-loodramen en groene kozijnen. We hebben onze bestemming bereikt en het anker valt.

Kapiteins, koopmannen en de nieuwe bewoners van Desjima stapten over in roeiboten. De overige bemanningsleden dienden gedurende hun maandenlange verblijf in Japan aan boord van hun schip te blijven. Op een vijf treden tellende, bakstenen steiger stonden opperhoofd Jan Cock Blomhoff en nog een paar Hollanders de nieuwkomers op te wachten. Achter hen stond een streng ogend poortgebouw, met ‘als mummies zwijgende, op matten gezeten wachters’, zoals een aankomend kapitein ooit schreef. Het begroetingsritueel verliep zo plechtstatig dat het Franz voorkwam dat hij eeuwen terug was in de tijd:

De stijve hoffelijkheidsbetrachtingen van deze heren onder elkaar en jegens de Japanse ambtenaren en de ouderwetse dracht waarin onze landgenoten ons tegemoettraden, gestikte fluwelen jassen en zwarte mantels, hoeden met veren, stalen degens en een Spaans riet met grote gouden knop, maakten op ons geen gunstige indruk. Maar na enige dagen raakten we gewend aan de omgang met de Japanse ambtenaren van de factorij, met de Nederlandse vertegenwoordigers, en met de op Desjima heersende atmosfeer en konden we ons vinden in het 17e-eeuwse ceremonieel.

Desjima in 1820 op een rolschildering van Kawahara Keiga. In het midden de landpoort die naar het vasteland leidde, rechts de waterpoort met daarachter het huis van het opperhoofd en andere belangrijke gebouwen. Links tuinen, stallen en het biljartgebouw met daarboven het huis van de bezoekend kapitein dat al snel door De Sturler aan Franz in gebruik werd gegeven. Uit: Annejet van der Zijl, De zwevende wereld
Desjima in 1820 op een rolschildering van Kawahara Keiga. In het midden de landpoort die naar het vasteland leidde, rechts de waterpoort met daarachter het huis van het opperhoofd en andere belangrijke gebouwen. Links tuinen, stallen en het biljartgebouw met daarboven het huis van de bezoekend kapitein dat al snel door De Sturler aan Franz in gebruik werd gegeven.

Desjima bestond uit één, met de waaiervorm van het eiland meelopende, straat waaraan deels houten en bakstenen woningen en pakhuizen van een of twee etages hoog stonden. Er mochten maximaal twintig Hollanders tegelijkertijd verblijven. De vaste bezetting bestond uit het opperhoofd, een factorijarts, een secretaris, een pakhuismeester, enkele klerken en pakhuisknechten. Gedurende het handelsseizoen kwamen daar nog de kapiteins van de bezoekende schepen en hun assistenten bij. Ook woonden er Maleisische slaven die door de Hollanders uit Batavia waren meegenomen. Hun aantal is onbekend omdat deze mensen zo vervangbaar werden geacht dat ze, net als koeien en varkens, niet in de annalen werden opgenomen.
Elke ochtend trok een kleurrijke stoet Japanse koks, tuinmannen, tolken en bewakers vanaf het vasteland via de stenen brug en de dag en nacht bewaakte hoofdpoort het eiland op; in de avond vertrokken ze allemaal weer.

[…]

 

© Annejet van der Zijl, 2025
© Hollands Diep, Amsterdam 2025

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3