Leesfragment: Het bewind van de gelukkigen

31 augustus 2025, door Nelleke Noordervliet

2 september verschijnt de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet, Het bewind van de gelukkigen! Wij publiceren voor. Lees nu een fragment en reserveer je boek!

‘O, god, ze wisten het. Natuurlijk wisten ze het. Hoe zouden ze het niet weten. Wisten ze het altijd al? Vandaar hun uiterst voorzichtige vriendschap? Ze waren mijn gangen nagegaan zodra ik in het dorp kwam wonen. Hadden de connectie met Alain gemaakt, hadden mijn kritische stukken gelezen, hun oordeel opgeschort, ze hadden getwijfeld en overwogen in hoeverre ik van nut kon zijn. Ze hadden me op de proef gesteld, geobserveerd, mijn woorden gewogen.’

In een samenleving waar al tien jaar geen vrije pers meer bestaat volgen we Sophie Roth, voormalig journalist, die de hoofdstad heeft verruild voor een huisje op het platteland, ver weg van het valse geluk dat het nieuwe bewind onder dwang heeft verspreid. Ze wil opnieuw beginnen in de kleine gemeenschap, maar stuit op achterdocht en terughoudendheid. Als ze in aanraking komt met het verzet wordt ze voor een moeilijke keuze gesteld: die tussen gewelddadige actie en verdachte afzijdigheid. De roman Het bewind van de gelukkigen houdt ons pijnlijk geloofwaardig voor wat er zou kunnen gebeuren als een democratisch gekozen partij de absolute macht in Europa naar zich toetrekt en de oppositie op allerlei manieren uitschakelt.


En beluister de podcast met Noordervliet (2022):

 


Deel I

1

Ja, daar moest het zijn. Aan het eind van een onverhard stuk weg stond een grijs huis in cottagestijl. Het huis herkende ik van zonnige foto’s, maar de frisgroene omgeving was nu winterdood. Het was sober en afgelegen. Daarom koos ik het uit. Ik wilde weg van de beklemming. Het moest een plaats zijn zonder stadse onrust en angst. Hardcore simpel leven. Ik keek door de voorruit van mijn warme auto naar het huis en het verwaarloosde stuk grond eromheen. Het licht was egaal grijs; loom en lui hing de bewolking over de heuvels. Het huis zei me helemaal niets, drong geen beeld of levenswijze op, vertelde geen enkel verhaal, het was een onderkomen. De totale onpersoonlijkheid beviel me. ‘Goed zo,’ zei ik hardop. Het klonk als een duw in mijn rug.
Ik draaide het contactsleuteltje om. De stilte sprong in mijn oren. Ik bleef wachten om mijn zweefhoofd te laten landen. In het limbo tussen vertrek en aankomst wilde ik even blijven hangen. Als ik het portier opendeed zou het beginnen. Maar ik moest toch op enig moment die auto uit. Het was de uiterste consequentie van het besluit weg te gaan: ergens aankomen en er zijn.
De wind likte me als een blije hond. In de verte blafte een echte. In een opwelling knielde ik en kuste de grond, zoals de paus landingsbanen van vreemde vliegvelden kuste. Dat was echt niet gepland. Als toegift zegende ik op ironische wijze het plukje gras waarop ik had geknield. Formules voor dergelijke gelegenheden schoten me niet te binnen, dus zei ik maar halfluid: ‘Amen.’ In één adem dacht ik het rijmpje dat mijn vader onveranderlijk na ‘amen’ uitsprak erachteraan: ‘als er nou eens dieven kwamen die het zootje meenamen, ik zou ze bij de lurven pakken en uit het raam smakken.’ Hallo papa. Ik zag de foto waarop hij uitdagend naar de fotograaf kijkt, sjekkie schuin omhoog in de mondhoek, haar tot op zijn schouders, de seventies weet je wel. ‘Hup, wegwezen,’ zei ik. Stop. Ik moest niet tegen mezelf gaan praten.
In mijn jaszak zat de sleutel van het huis, me overhandigd door het verhuurbedrijf. De deur was geschilderd in het grijs van de stenen en de lucht. Erachter verwachtte ik nog meer grijs en een geur van uitlopende aardappelen in de kelderkast. Gewoon een deur, gewoon een huis, gewoon binnenkomen. Ik stond in een kale, witgeschilderde hal met antracietkleurige, lichtgrijs gewolkte tegels op de vloer waar je weinig vuil op zag, een spiegel aan de muur waarin ik bij binnenkomst mezelf meteen tot mijn schrik tegen kwam, alsof er al iemand in huis was die me begroette, en drie deuren die toegang gaven tot wat er ook maar achter lag. Links een wenteltrap naar boven. Dit had ik al eens gedaan of dit was een droom die ik ooit – misschien vannacht – heb gehad. Ik schreef het déjà vu toe aan vermoeidheid en spanning en doofde snel het vlammetje van paniek.
De ruime woonkamer met open keuken was ingericht door een blinde styliste met een passie voor contrasten in stijl, kleur en materiaal. Levendigheid was het thema. Een op het oog comfortabele bank was bekleed met een gestreepte stof in felle kleuren waarvan een normaal mens al een migraineaanval zou krijgen. De keuken (rode hoogglans) leek praktisch. Terug naar de hal en de trap. Boven lagen onder het schuine dak twee slaapkamers met tweepersoonsbedden en een functionele, zij het foeilelijke badkamer. Ik testte de ramen, de stilstaande lucht moest zo snel mogelijk in beweging worden gebracht. Ze gingen open. Overal. Al snel sloegen door de tocht de deuren achter me dicht, alsof er iemand in huis was die me volgde en corrigeerde. Hoelang stond dit eigenlijk al leeg? Het was betrekkelijk goedkoop. Verzette het huis zich tegen me of heette het me welkom? Magisch denken was niet mijn stijl. Door de auto uit te pakken en de spullen die ik had meegenomen in het huis een plaats te geven veroverde ik het stukje bij beetje.
Ik verbond mijn laptop en andere elektronica met de wifi, waarvoor het wachtwoord op tafel lag, en zette de digitale fotolijst die mijn dochters me mee hadden gegeven aan op ‘repeat’: het oude leven, telkens opnieuw. Remember me. Maar er viel zoveel te herinneren wat ik me niet wilde herinneren. Met plaatjes van warmte en vreugde dringt altijd een stoet monsters door de kieren van het geheugen mee naar binnen. Het afscheid van Daphne en Chloe viel me zwaar. Een nieuwe fase van mijn moederschap begon, de fase van betrokken afstandelijkheid. Zij slaakten misschien een zucht van verlichting, ik een zucht van weemoed. Het was mijn eigen besluit. Ik had de afstand nodig, niet zozeer van hen als wel van de groef waarin mijn leven was beland. Onvrede en ergernis. En alles wat ertoe had geleid.
Mijn kleding legde ik op mooie stapeltjes in de kleding kast; de voorraadkast in de keuken deelde ik handig in, niet omdat ik van mezelf zo netjes ben, maar omdat ik me had voorgenomen voortaan een geordend leven te leiden, een onbetekenend maar ordelijk leven. Ik begon te neuriën. Dat hoorde bij een tevreden huisvrouw. Het homerische gelach van familie en vrienden klonk virtueel op uit de digitale fotolijst. Ik inspecteerde de keukenapparatuur, de verwarming, de televisie. Alles functioneerde. Om me heen kijkend vroeg ik me af of ik ooit aan dit hysterische interieur zou wennen en ik antwoordde mezelf dat het een kleine moeite was over de bank een effen grand foulard te draperen, waarin pinda’s en kruimels zouden verdwalen. De rode hoogglans keuken kon met een gordijn aan het zicht worden onttrokken. Ik zag mezelf een jaar later zit ten, volkomen op mijn gemak, mijn dagen ingedeeld als een getijdenboek. Bid en werk. Ruimte om me heen. Op afstand een kring dorpelingen om te groeten en een praatje mee te maken. De deur naar de walging en de onrust dicht.
Hoewel het al schemerde, ging ik naar buiten, om de landerijen te inspecteren. Ik dacht: ik moet laarzen kopen. Kaplaarzen om mee in de modder te lopen, door het bos, in murmelende beken. De kaplaarzen van een boer of een grootgrondbezitter. Het waren allemaal blinkende voor uitzichten, als foto’s flitsten ze voorbij, ultrakorte TikTokfilmpjes zoals Daphne die vroeger maakte, ‘mama in de blubber, mama in de tuin, mama in ballingschap...’
De moestuin was verwaarloosd en overgroeid met onkruid, een schaduw van beddingen zichtbaar. Ook in de polytunnel (‘Wat is een polytunnel?’ vroeg Daphne) was het een rommelige bedoening van oud blad en omgevallen en vertrapte plastic potten. De gevallen potten en de half ingezakte houten werktafel brachten in het door het plastic gezeefde licht schimmen van vorige bewoners binnen. Ik dacht aan de tomaten die ik hier zou telen. Tomaten. Aardbeien. Blozende, sappige, rode vruchten. Een filmpje van zon, lachende gezichten, mandenvol fruit. Je bent optimist of je bent het niet.

[...]

 

© 2025 Nelleke Noordervliet

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2