Leesfragment: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin

01 november 2025, door Joël Dicker

Boek van de Maand bij Boekhandel Scheltema: Joël Dickers Het rampzalige bezoek aan de dierentuin (La Très Catastrophique Visite du Zoo), vertaald door Manik Sarkar! Lees nu een fragment en koop dat boek.

‘In het stadje waar ik opgroeide, stond de herinnering aan de gebeurtenissen in de plaatselijke dierentuin op een vrijdag in december, een paar dagen voor Kerstmis, in het geheugen van de inwoners gegrift. En al die tijd wist niemand wat er echt gebeurd was.’ Een schoolbezoek aan een dierentuin loopt uit op een ramp, maar wat is er nu echt gebeurd?

De ouders van Joséphine, die deelnam aan het uitstapje en een van de hoofdrolspelers van de ramp lijkt te zijn, zijn vastbesloten daarachter te komen. Enkele jaren later publiceert Joséphine, inmiddels volwassen, een boek over wat er tijdens dat schoolbezoek en in de noodlottige dagen ervoor is gebeurd. Joséphine en haar klasgenoten wisten vanaf het begin dat het geen ongeluk kon zijn geweest, maar tijdens hun onderzoek ontdekken ze dat een ramp nooit alleen komt, dat schijn vaak bedriegt en dat verhalen een onvoorspelbare wending kunnen nemen...

Met Het rampzalige bezoek aan de dierentuin heeft de Zwitserse meesterverteller weer een onvervalste pageturner geschreven, ditmaal voor álle leeftijden.



 

proloog
De gevolgen van de ramp

In het kleine stadje waar ik ben opgegroeid zijn de geesten getekend door iets wat zich jaren geleden, op een vrijdag in december, een paar dagen voor kerst, in de plaatselijke dierentuin heeft afgespeeld.
Al die jaren heeft niemand geweten wat er toen echt is gebeurd. Tot aan dit boek.

Hoewel ik zelf een van de hoofdpersonen in die geschiedenis ben, had ik niet gedacht dat ik die ooit aan iemand zou vertellen. Maar dat veranderde toen ik besefte dat we, wanneer we eenmaal volwassen zijn, zo dom zijn om het kind te vergeten dat we ooit zijn geweest. Terwijl dat kind nog steeds in ons zit. Ik heb mezelf beloofd dat ik daar ooit iets aan ging doen, en dit boek is er een goede gelegenheid voor. En dus heb ik besloten om precies uit de doeken te doen wat er toen is gebeurd en alles precies te beschrijven zoals ik het als kind heb ervaren.
En aan dat kind, dat ik hierbij graag aan jullie voorstel, geef ik nu het woord.

 

Jaren geleden

hoofdstuk 1
De rampentheorie

Vanavond mocht ik geen toetje. Om wat er in de dierentuin is gebeurd. Tijdens het eten zei papa aan één stuk door: ‘Maar dat kan toch niet, Joséphine! Dat kan toch niet!’ Mama zei helemaal niks, ze keek me alleen afkeurend aan. Ten slotte zei ze: ‘Morgen gaan we hem opzoeken in het ziekenhuis. En nu eet je je boontjes op.’
Ik hou niet van boontjes, maar ik wist dat dit niet het juiste moment was om te onderhandelen. En dus werkte ik ze zonder een spier te vertrekken naar binnen. ‘Onder de radar blijven’ noem je dat. Toen besliste mama dat ik geen toetje mocht. Dat vond ik niet leuk, want het toetje was worteltaart en dat is mijn lievelingstaart. Ik wilde huilen, maar ik troostte mezelf met de gedachte dat mijn klasgenootjes waarschijnlijk ook geen toetje zouden krijgen.
Na het incident in de dierentuin hadden alle ouders met elkaar gebeld. Ik hoorde mama het ene telefoontje na het andere plegen en tegen iedereen zeggen: ‘Hoe kan zo’n ramp gebeuren? Ik ben zó verbouwereerd!’ Ik weet niet precies wat ‘verbouwereerd’ betekent, maar de toon waarop ze het zei beloofde weinig goeds.
Toen ik mijn boontjes ophad, vroeg ik of ik van tafel mocht omdat ik toch geen toetje kreeg. Maar mama zei nee. Ze stond op, sneed een stuk worteltaart af en zette die voor me neer. Ze zei: ‘Je mag taart als je vertelt wat er vandaag in de dierentuin is gebeurd.’ Chantage noem je dat, maar ik zei er maar niks van. Ik pakte mijn lepel en verdeelde de taart in acht kleine hapjes.
Rampen gebeuren nooit zomaar: die zijn het gevolg van een reeks schokjes die je nauwelijks voelt maar die met elkaar een aardbeving veroorzaken. Ook wat er vandaag in de dierentuin gebeurde, was het resultaat van een hele reeks rampen.
Als mijn ouders het wilden begrijpen, moest ik ze eerst uitleggen dat het bezoek aan de dierentuin een ramp was omdat de schooluitvoering een ramp was omdat het toneelstuk een ramp was omdat de ontmoeting met de Kerstman een ramp was omdat het ingrijpen van de Karateman een ramp was omdat de verkeersles een ramp was omdat de gymles een ramp was omdat de bijeenkomst in de aula een ramp was omdat de oorspronkelijke ramp een ramp was.
En misschien moeten we bij die eerste ramp beginnen.

Hoofdstuk 2
Een niet zo doodgewone maandag

Op een maandagochtend aan het einde van de herfst, een paar weken voor kerst, gebeurde er iets ergs.
Zoals altijd als er een ramp gebeurt, zagen we niks aankomen. De maandag had zich vermomd als een doodgewone dag: de wekker ging, ik stond op, ontbeet met cornflakes (ik goot eerst de melk in de kom en deed daarna de cornflakes er pas bij, anders zie je niet hoeveel melk je gebruikt), poetste mijn tanden, kamde mijn haar en kleedde me aan en toen bracht mama me met de auto naar school. Tot zover was alles net als anders.
Mijn school heet De Groene Specht. Het is een bijzondere school. Een bijzondere school is een school waar kinderen op zitten die niet op andere scholen terechtkunnen. Ik hou van mijn school. Die is piepklein, want er is maar één klas. Het is een soort houten tuinhuisje. Mama noemt het een charmant gebouw. Zelf zou ik het eerder een cool gebouw noemen. Er is een hal die dienstdoet als garderobe. Aan de ene kant daarvan ligt het klaslokaal, aan de andere kant de speelzaal. Er is ook een keukentje, en vlak daarnaast zijn de wc’s. Ons schoolplein is een bloementuin met een houten hek eromheen waar we niet voorbij mogen zonder onze ouders of juf Jennings, de onderwijzeres. Daar weer omheen ligt een parkje met speeltoestellen en een paar bankjes waarop oude vrouwtjes gaan zitten als hun hondjes moeten poepen. Die hondenpoep moeten ze eigenlijk opruimen, maar vaak doen ze alsof ze niet doorhebben dat hun hond heeft gepoept. Als de conciërge van onze school dat ziet, loopt hij woedend naar ze toe en zegt dat ze de drollen onmiddellijk moeten opruimen. Dan kijken ze hem walgend en geërgerd aan, halen plastic zakjes uit hun tas en gaan op drollenjacht. Het zakje houden ze tussen hun vingertoppen vast alsof de drollen eruit kunnen springen en ze kijken er heel vies bij. Daar moeten we altijd om lachen.
Direct naast het park staat de school voor normale kinderen. Daar gaan de andere kinderen naartoe. Het is een groot bakstenen gebouw met een grote betonnen speelplaats en een reusachtig sportterrein ernaast. Vanuit onze bijzondere school kunnen we de school voor normale kinderen zien. Er zitten heel veel kinderen op, terwijl wij op school maar met z’n zessen zijn. Ik heb mama gevraagd of ik op een dag ook naar de school voor normale kinderen ga. Waarschijnlijk niet, zei ze, en toen zei ze dat ze van me hield zoals ik was.
Het coolste aan de bijzondere school is juf Jennings.
Ze is een ongelooflijke lerares. Ze is geduldig, schattig, slim en lief. Ze is ook heel mooi. Ze draagt altijd leuke kleren en haar haar zit altijd goed. Iedereen is dol op juf Jennings.
Het op een na coolste aan de bijzondere school zijn mijn vijf klasgenoten, allemaal jongens.

[…]

 

Copyright © 2025 Joël Dicker
Copyright Nederlandse vertaling © 2025 Manik Sarkar

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3