Leesfragment: Schaduwkind

19 maart 2025, door P.F. Thomése

P.F. Thoméses moderne klassieker Schaduwkind (2003) staat op plaats 20 in de lijst met beste boeken van de 21ste eeuw. Tijd voor een fragment!

P.F. Thomése schreef Schaduwkind na de dood van zijn dochtertje Isa, toen hij zichzelf terugvond in doodstille kamers, tussen onervaren woorden die hij nog moest leren schrijven. Het is een adembenemend relaas van dit zoeken naar woorden. Een heel leven wordt overhoop gehaald, elke betekenis moet opnieuw worden uitgevonden. ‘Als ze ergens nog is, dan in de taal.’

P.F. Thomése (1958) is een van de belangrijkste en veelzijdigste literaire auteurs van ons taalgebied. Hij is romanschrijver, essayist, polemist, verhalenverteller, ironicus en scherp cultuurcriticus. Zijn boeken werden meermaals genomineerd en bekroond met onder andere de AKO Literatuurprijs en de Bob den Uylprijs. Schaduwkind werd ook internationaal zeer geprezen en in meer dan twintig talen vertaald.



 

De knoppen gesnoeid

Vandaag een schutting geplaatst. Al wonen we op het dak van de stad, hoog boven het Dal der Mieren, er zijn altijd koppen, bekken, smoelen. God, wat haat ik de mensen. Kst! Vort! In ieder geval heb ik in onze afgezonderde tuin hierboven de bloesem afgeknipt, de knoppen gesnoeid, ik moet toch iets, het kan toch niet gewoon doorgaan alsof er niks is veranderd? Alles barst van het blad, het is niet te stoppen. Overal scheuten en jonge aanwas. (En in de donkerste hoek, stiekem en onaangeroerd, de els. Een grauw boompje dat ooit als verstekeling moet zijn meegekomen in oude aarde. Nu al net zo groot als een kind.)
Schuttingen, hekken, scharen. Anderen graven greppels, smeden sloten, halen bruggen op. Branden steden plat. Maar het komt op hetzelfde neer. Iets willen rechtzetten wanneer het te laat is. Iets willen rechtzetten ómdat het te laat is. Beperking, begrenzing, controle: de kleine terts van de onmacht.
Elke dag drijven we verder van haar af, elke stap die we zetten is er een van haar vandaan. Verder leven betekent verder, steeds verder van haar af. We zetten ons schrap tegen de dagen, maar de dagen zien ons niet staan. Ze sleuren ons mee, voeren ons weg naar plaatsen die een tref fende gelijkenis tonen met wat wij kenden. En toch is alles anders. Heeft iemand in onze afwezigheid expres de boel verschoven? We botsen overal tegenop, we blijven telkens haken, omdat we bij god niet weten waar we terechtgekomen zijn.
Ons huis het huis van twee vreemden. Hebben ze een kind? In de stilte is dat niet goed te horen. Voorzichtig tasten we ons een weg. We speuren naar de geur van witte was in schone kamers, de ademzachte rust van de middagslaap. Geluk is iets wat je pas begint te benoemen als je het niet meer kunt vinden. Katoenen gedemptheid, getemperd daglicht.
Stil is het zeker, maar het is de verkeerde stilte. Uit alle kasten, uit alle hoeken kan paniek te voorschijn springen. Overal loert radeloosheid. We zijn op onze hoede, proberen niet te kijken. Niet naar de kleertjes in de wasmand. Maar zeker ook niet naar de wieg, het rode dekentje met de melkvlek, het vliegeniersmutsje. Nee! Niet kijken!! Het is het smerige onheil dat zich vermomt, juist in de liefste dingetjes.
We moeten weerbaar worden, op deze manier zijn we veel te kwetsbaar. Als je al schrikt van een babymutsje ben je niet goed bezig.
Steeds het gevoel dat de boel niet klopt, dat de zaken hier beter geordend moeten worden. Wie heeft de knoppen afgeknipt, verdomme? De tuin kwam juist in bloei. Ik weet het, ik weet het (de dingen lopen niet zoals ze horen te lopen).
We moeten goed opletten bij wat we doen, want er zijn fouten gemaakt, er is iets fundamenteel verkeerd gegaan. En ondertussen, als een verstekeling in mijn gedachten, het bedrieglijke vertrouwen dat er een oplossing gevonden zal worden. We hoeven alleen maar de zaken op een rijtje te zetten. Als je iets kwijt bent, betekent dit dat je niet meer weet waar je het hebt neergelegd. Goed zoeken dus, ook waar je niks denkt te vinden. Vooral daar. En meteen de boel weer goed opbergen, anders raak je het overzicht kwijt. Als de dingen geen vaste plek hebben, houdt alles op. Voor je het weet trekt het gore verdriet het jurkje-met-de-tamme-dieren aan en laat het expres de kleinste sokjes slingeren.

 

Ontbrekend woord

Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?

 

 

© 2003, 2008 P.F. Thomése

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2