Leesfragment: Tussenjaren

03 februari 2025, door Yannick Dangre

Het Boek van de Maand februari van Athenaeum Boekhandel Spui: Yannick Dangres Tussenjaren! Het verschijnt 6 februari. Wij publiceren voor!

Zal ze er zijn? Met die vraag stapt Charles de luchthaven binnen.
Dertig jaar eerder is Sylviane, zijn eerste vrouw en moeder van hun dochtertje Claudia, met de noorderzon verdwenen. Het enige wat ze achterliet: een brief met de belofte om elkaar drie decennia later terug te zien in Napels.
Gedreven door onopgeloste vragen, en zonder iets tegen zijn gezin te zeggen, besluit Charles te vertrekken. Op Italiaanse bodem wordt het verleden ogenblikkelijk als een zandstorm in hem losgewoeld. Terwijl de Napolitaanse zon ongenadig op hem inbeukt, vraagt hij zich met elk naderend uur af of Sylviane op de afspraak zal zijn en waarom hij hun dochter nooit de waarheid heeft verteld.

Tussenjaren is een roman over de vraag of je in het leven werkelijk opnieuw kunt beginnen. Het is een vertelling over liefde, schuld, ouderschap en de werking van de tijd.



 

1

Je amoureuze verleden is zoals de oorlog: iedereen wil er het fijne van weten, behalve jij die alles meegemaakt hebt. Niemand verdraagt de mist, de stilte, de hiaten, de zuurstofgaten, iedereen wil je liefdesleed tot op de bodem uitspitten omdat alleen je liefdesleed vertelt wie je werkelijk bent. Of dat denken mensen althans. Als je ouder wordt, besef je dat niemand kan vertellen wie je bent. Nog het minst jijzelf.
Ik heb me lang voorgehouden dat ik de mist wél verdroeg. Ik heb Delphine, mijn vrouw, nooit naar mijn voorgangers gevraagd; ik hoef niet te weten of ze, voor we elkaars bestaan binnengleden, een stoet eendagsminnaars heeft gekend of juist elke avond als een kuis studentinnetje op haar kamer zat, de neus tussen de wetboeken, de vlam in haar schoot slechts bestemd voor haar ernstige, volstrekt monogame geliefde. Wat weet zij, nu ze de vijftig is gepasseerd, bovendien zelf nog van die tijd?
Wat herinner ik me van het eerste decennium van mijn liefdesleven, van de periode waarvan ik nog steeds niet weet of ik haar mijn ‘voorgeschiedenis’ moet noemen of juist de hoofdmoot, waarna ik in nadagen verzonk? De grote, liefdevolle nadagen met Delphine en mijn tweede dochter.
Vaststaat dat ik, net als mijn gezinsleden, altijd een zekere discretie over het onderwerp heb bewaard. Niet alles hoeft opgerakeld te worden, niet elke nieuwsgierigheid bevredigd. Bovendien kan ik me niet van het idee ontdoen dat mijn verleden, en vooral het amoureuze deel ervan, met de jaren onophoudelijk van kleur en lichtinval is veranderd, zonder daarbij ooit helderder te worden; al geldt dat misschien voor iedereen, is die vertroebeling slechts een heilzaam trucje van het geheugen.
Vanaf een bepaalde leeftijd wordt je verleden zoals je gezicht: het is gebaat bij enige schemering.

Ik heb me dan ook, zo goed en zo kwaad als het kon, lang afzijdig gehouden van mijn voorgeschiedenis, en toch ben ik er nu, na al die decennia, naar op weg. Ik sta in de centrale hal van de luchthaven, waar ik op het aankondigingsbord de zwarte letterbordjes zie omslaan, met dat klepperende geluid dat automatisch je verwachting aanscherpt. Vingers die zich vastklemmen om het handvat van mijn rolkoffer, een binnensmondse vloek omdat mijn vlucht een halfuur vertraging blijkt te hebben, alsof het lot me nog dertig minuten extra bedenktijd gunt. Maar ik weet dat ik geen rechtsomkeert zal maken; ik ben klaar voor mijn lijnvliegtuig naar Napels.
Met langzame passen begeef ik me naar de controlezone, waar joelende kinderstemmen de boventoon voeren. Het is eind juni, de gezinnen zijn begonnen aan de langverwachte uittocht, hun jaarlijkse verlossing uit de dagelijkse sleur. Voor me leggen enkele zakenlui met routineuze kalmte hun leren attachékoffertje op de band. Ik volg hun voorbeeld, stel vast dat er op mijn telefoon nog geen nieuw bericht is verschenen. Niemand vermoedt iets. Toch versnel ik, zodra ik het detectiepoortje voorbij ben, mijn pas, alsof ik ermee kan weglopen van de herinnering aan de laatste dag van mijn voorgeschiedenis.
Je amoureuze verleden is zoals de oorlog: het einde komt altijd onverwacht. Het einde lijkt nooit echt.
Steeds vaker meen ik dat het dat ook niet is.
Je verleden is nooit voorbij, het houdt alleen maar tijdelijk op, maakt als een balletdanser een langgerekte pas op de plaats, om je vervolgens weer bij de hand te nemen. Je oude, klamme, wachtende hand.

Terwijl ik me, omwolkt door deodorantgeuren en parfummengsels, een weg door de taxfreeshops baan, denk ik aan mijn smoes. Delphine meent dat ik op weg ben naar een medisch congres, en ook mijn beide dochters zijn in de waan dat ik me weer eens, tussen de rijkelijke diners met vakgenoten door, ga verdiepen in de nieuwste technieken omtrent de kleppen, kamers, kransslagaders en andere toevoerkanalen van het kloppende orgaan dat ons elke dag in leven houdt. Ik ben cardioloog. Een ‘hersteller van harten’, zoals Sylviane het graag uitdrukte. Na drie decennia heb ik enige renommee in mijn vakgebied opgebouwd, zij het niet buitensporig. Ik reis de continenten niet af om de dichtgeslibde aorta’s van de groten der aarde te opereren en heb zelfs nog nooit een topsporter behandeld; ik doe gewoon mijn werk. Ik red levens op kleine schaal. Of beter gezegd ik verleng ze.
En ik verlies er soms, dat ook.
Ik zou kunnen zeggen dat ik, als eenenzestigjarige, door de wol geverfde arts, daar allang geen moeite meer mee heb, dat ik vlotjes met collega’s meepraat over het verliezen van patiënten zoals je je sleutels verliest – vervelend, heel vervelend, maar je mist die sleutels niet – maar dat zou een leugen zijn. Al decennia lig ik, na een uitputtende werkdag, alsnog ’s nachts te tobben over hoe ik die ene hoogbejaarde man had kunnen redden, of er werkelijk geen mogelijkheid bestond om dat kleine, met een aangeboren afwijking behepte hummeltje nog een toekomst te schenken, of... Dwaze redenaties. Doelloze schuldgevoelens, zorgvuldig verstikt door de netjes gevolgde medische checklist. En toch. Soms leek het vroeger makkelijker, alsof ik als jongeman met een reeks beschermingslagen ben begonnen die de tijd langzaam, dode na dode, van me heeft afgekrabd.
Het went niet, levens verliezen.
De ironie ervan ontgaat me niet. In zekere zin ben ik mijn eigen leven immers al dertig jaar kwijt, hoewel ik er, toegegeven, een ander voor in de plaats heb gekregen. Een beter, gerieflijker, mooier leven zelfs, dat ik steen voor steen, met inzet van al mijn krachten, uit een reeks ruïneresten heb opgebouwd en dat de meeste mensen als mijn enige beschouwen. Dokter Dumont en zijn van geluk en gezondheid blakende gezinnetje. Dokter Dumont die een gezegende oude dag tegemoet gaat, op de lauweren van zijn succesrijke carrière, met een goed geconserveerde vrouw en twee voorbeeldig uit het nest gewiekte kinderen. Waarom in godsnaam de loopgraven van het verleden in gaan?
En waarom, besef ik, met een schuldgevoel dat me aan deze door miljoenen kofferwieltjes gekraste vloertegels nagelt, heb ik er, diep vanbinnen, nooit wérkelijk aan getwijfeld dat ik hier vandaag zou staan?

[…]

 

Copyright © 2025 Yannick Dangre

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3