Leesfragment: Vandaag is geen dag voor verraad

13 mei 2025, door Robert Pollack

22 mei verschijnt de nieuwe thriller van Robert Pollack: Vandaag is geen dag voor verraad! Wij publiceren voor. Lees een fragment en reserveer je boek - voor thuisbezorging of om af te halen bij een van onze zes boekhandels.

In het Stadsziekenhuis zijn advocaat Werner en kunstschilder Rien veroordeeld tot elkaars gezelschap. Ze herstellen beiden van een darmoperatie. Deze periode van rust en regelmaat wordt ernstig verstoord als buiten rellen uitbreken, die het begin blijken van een revolutie. Werner en Rien die totaal verschillend in het leven staan proberen te begrijpen wat er gebeurt, maar zijn voor hun informatie afhankelijk van hun ondoorgrondelijke arts Brigitta Rasmussen, hun bezoekers en de media. Maar niemand is onpartijdig. Langzaamaan worden de twee meegezogen in een keten van onherroepelijke gebeurtenissen waarin het politieke en het persoonlijke niet meer van elkaar zijn te onderscheiden.



 

Dag 1

Meer dan de helft van de demonstranten op het Monumentenplein was onder invloed van amfetamine, alcohol of cocaïne. Daarmee konden zij hun natuurlijke angst voor de wapenstokken en stroomstootwapens van de oproerpolitie onderdrukken. De meeste demonstranten droegen een masker of hadden de onderkant van hun gezicht bedekt met een sjaal. Een enkeling droeg boven die sjaal een zonnebril of een skibril om te voorkomen dat de gezichtsherkenningssoftware van de politie ze zou herkennen.
En inderdaad, in het operationele hoofdkwartier van de politie voerden agenten de camerabeelden aan de kunstmatige intelligentie die toegang had tot de bestanden waarin vrijwel iedereen was opgenomen die zich de afgelopen jaren op het grondgebied van de staat had begeven. Die kunstmatige intelligentie kon alle data in milliseconden overzien en aan elkaar koppelen, soms incorrect, maar dan was er echte intelligentie om dat te corrigeren. Degenen die hun ogen onbedekt lieten zouden worden geïdentificeerd. Wie werd geïdentificeerd, zou daarvan de gevolgen ondervinden.
Er waren meer dan duizend demonstranten. Sommige gooiden stenen naar de politie. Vele schreeuwden leuzen.
Stop de politiestaat!
Patze go home!
Verwarm elkaar, niet de aarde!
Why is ending racism a debate?!
Wij horen hier, zij daar!
Huisje boompje privilege!

Ze streden allemaal tegen hetzelfde, maar verschilden in wat ze ervoor in de plaats wilden stellen.
De demonstratie was georganiseerd door de Socialistische Unie en werd gesteund door de Partij voor Ruimte en Vrijheid. Het begin was vreedzaam geweest. Pas toen de oproerpolitie belette dat de demonstratie zich vanaf het plein verder door de stad zou verplaatsen, begonnen de deelnemers stenen te gooien.
Het was een kwestie van perspectief hoe je de stenengooiers en hun meelopers verder nog zou kunnen noemen. Waren het onruststokers, activisten, opstandelingen, verzetsstrijders, revolutionairen?
Hoe moest men denken over Dmitri Brjanski, een Russische kickbokser die al jarenlang in Duitsland woonde en goede banden onderhield met verschillende politieke groeperingen in diverse landen en ook met fanatieke voetbalsupporters, voor wie hij vechtpartijen organiseerde met concurrerende groepen? Op zijn borst had hij een hakenkruis laten tatoeëren, op zijn rug een hamer met sikkel. Tijdens knokpartijen trok hij na een geslaagde klap of schop soms zijn shirt uit, extatisch, alsof hij een voetballer was die had gescoord.
Waar de demonstratie vandaag over ging, wist hij niet. Het was hem wel duidelijk dat deze confrontatie deel uitmaakte van een reeks van rellen die steeds groter en gewelddadiger werden. Hij hoopte iets te doen wat de kranten zou halen, of nog beter: de geschiedenisboeken. Daarvoor was het nodig dat hij zich niet zou beperken tot stenen gooien of klappen uitdelen.
Hij had altijd een mes bij zich. Normaal was het zijn eer te na om tegenstanders aan te pakken met iets anders dan zijn ledematen, maar soms waren er uitzonderingen, bijvoorbeeld als ze vuurwapens bij zich hadden, zoals de politie. De politie verdiende sowieso een aframmeling. Op zijn hand stond 1312, het getal waarmee alle ultra’s elkaar konden herkennen.
Iedere keer droeg hij een ander masker, altijd dat van een filmster, want hij hield van film. Vandaag had hij gekozen voor John Travolta in zijn jonge jaren, tijdens Saturday Night Fever. Hij bleef lange tijd aan de kant staan om te observeren. Als de stenengooiers naar voren renden, bleven de agenten hen staan opwachten met schilden en wapenstokken totdat de menigte tot zo’n twintig meter was genaderd. Dan stroomden de agenten op commando naar voren, waarbij ze links en rechts tikken uitdeelden, ook aan kinderen, ook aan ouderen. De kranten zouden er schande van spreken, maar dat interesseerde Brjanski niet.
Na zo’n klappenfestijn trok de menigte zich ongecoördineerd terug, slechts een enkeling bleef vechten totdat hij of zij (meestal hij) tegen de grond werd geslagen en door de agenten werd meegesleurd om in een arrestantenbus te worden afgevoerd. Even later hergroepeerde de menigte zich, niet op bevel maar als vanzelf, een natuurlijke afname van de chaos. Dan volgde een nieuwe aanval, die ook weer werd gepareerd.
Brjanski genoot van deze golfbeweging. Hij probeerde de zwakke plekken in de pelotons te zien. Aan de lichaamscontouren en ook aan de bewegingen kon hij zien dat sommige agenten vrouw waren. Aan de zijkant, niet eens zo ver van hem, zag hij zelfs twee vrouwelijke agenten naast elkaar. Ze hadden een goede slagtechniek, maar waren minder sterk dan de mannen. Hij probeerde uit te denken hoe hij bij de volgende aanval in de buurt van deze twee vrouwen zou kunnen komen. Dit was geen vrouwenwerk en dat zou hij ze laten zien. Hij bewoog zich in de richting van de meute en zocht een positie in de achterste linies.
Het mes zat met een mechaniek in zijn mouw en kon hij in één beweging tevoorschijn halen, zoals Robert De Niro dat kon met zijn pistool in Taxi Driver. Brjanski ontsloot de beveiliging. Alles kwam aan op timing.
Toen de volgende golf oprukte, liep hij in rustige tred achteraan mee, het slagveld links en rechts verkennend. Stenen gooide hij niet, zodat hij niet onbedoeld het mes zou werpen. Hij hield de twee vrouwen in het oog. Het was heel spijtig voor ze dat ze binnen zijn gezichtsveld waren gekomen, maar ze hadden hier niet moeten zijn, ze hoorden hier niet.

‘Grote man met John Travolta-masker, sluipt achter de groep langs en scant de omgeving.’
De oprukkende agenten hoefden niet alleen op hun eigen waarneming te vertrouwen, maar ontvingen ook informatie vanuit het operationele hoofdkwartier in hun oortjes. Agenten Irene de Ridder en Marloes Graafman hadden de man snel in het vizier.
‘Mogelijk explosief in hand,’ klonk het.
Intussen vlogen de stenen weer door de lucht. De agenten konden ze makkelijk afweren met hun schilden. Door uitgebreide training hadden ze geleerd hun angst in een apart, afgesloten gedeelte van hun bewustzijn te plaatsen, zodat ze al hun aandacht konden richten op hun taak.
Ze hadden bevel gekregen op te rukken. Het leek wel alsof John Travolta de kortste lijn naar haar volgde, dacht Marloes. Zou hij naar haar op zoek zijn? Rare gedachte, hoe kon hij haar kennen?
De menigte was nog maar enkele meters van hen verwijderd. Het was niet fijn, dacht Marloes, maar ze moesten weer gaan slaan.
Opeens sprong de man naar voren en rende op Irene af.
Later, bij de debriefing, zou Marloes zeggen dat alles als vanzelf ging en dat ze nergens over had nagedacht omdat daar geen tijd voor was. Ze liet haar wapenstok vallen en trok in dezelfde beweging haar Walther P99. Ze richtte op de benen van Travolta en schoot. Ze raakte hem, maar niettemin maakte hij een duik naar Irene, met in zijn hand een mes. Marloes schoot nog een keer. De kogel drong aan de bovenkant zijn schedel binnen en zou bij de sectie in zijn keel worden gevonden.
De menigte stoof weg.
Dmitri Brjanski was nooit ergens voor veroordeeld. Hij had geen familie met wie hij nog in contact stond. Toen zijn identiteit publiekelijk bekend werd, wat nog dagen zou duren, was er alweer veel gebeurd. De kans dat hij de geschiedenisboeken zou halen was zeker vergroot, want maanden later werd hij tijdens een korte plechtigheid tot martelaar uitgeroepen.

*

In kamer 112 van het Stadsziekenhuis was het meeste in tweevoud aanwezig: de rijen stopcontacten en ingangen voor medische apparatuur en datakabels, de televisies hoog hangend aan plafondbeugels, de opbergkastjes, de nachtkastjes op wielen, en natuurlijk ook de handsets met hun oranje knoppen om verpleging op te roepen. Alleen de twee bedden waren er niet.
Bij de ingang van de kamer drentelde een man heen en weer. Arnold van Sterken was de broer van Werner van Sterken, die op dat moment in de verkoeverkamer lag bij te komen van een darmoperatie. Arnold was gebeld door dokter Rasmussen, de arts die zijn broer had geopereerd. Alles was goed gegaan, had ze gezegd, geen complicaties, alleen was de snee in de buurt van de navel iets langer geworden dan ze hadden voorzien, anders had het stuk dunne darm niet kunnen worden verwijderd. Bij een laparoscopische ingreep moest je soms improviseren.
Goed gegaan, geen complicaties, dat was wat Arnold van het korte gesprek had onthouden. Rasmussen had gehaast geklonken en zich geëxcuseerd omdat ze zo de volgende operatie in moest.
Niet ver van het ziekenhuis klonk het geschreeuw van boze mensen, spreekkoren en sirenes, maar dat geluid bereikte kamer 112 niet.

[…]

 

© 2025 Robert Pollack

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2