Leesfragment: Als de zon ondergaat

06 mei 2026, door Florian Illies

12 mei verschijnt het nieuwe boek van Florian Illies: Als de zon ondergaat. De familie Mann in Sanary (Wenn die Sonne untergeht. Familie Mann in Sanary, vertaald uit het Duits door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst)! Wij publiceren voor.

De zomer van 1933 is een keerpunt in de politieke geschiedenis van Europa – en ook in het leven van de familie Mann. Thomas en Katia Mann en hun zes kinderen ontvluchten Duitsland voor de nazi’s. Net als andere schrijvers en kunstenaars wijken ze uit naar het dromerige havenplaatsje Sanary- sur-Mer aan de Middellandse Zee.

Als de zon ondergaat is een aangrijpend familieportret, over het verdriet om het verlies van een thuis en de angst voor plunderingen door de nazi’s. Over weemoed en de wil om te overleven, terwijl de oude wereld op instorten staat.

 

Februari

Dit is niet het goede moment om Duitsland te verlaten. De trein naar Amsterdam vertrekt al om vier uur ’s middags en Katia heeft de chauffeur besteld voor kwart over drie. Waarom heeft de Deutsche Reichsbahn noch zijn eigen vrouw eraan gedacht dat hij, de Nobelprijswinnaar, juist dan meestal een uur rust?
Ongehoord!
Thomas Mann onderdrukt zijn woede en haalt zijn naar viooltjes geurende zakdoekje uit zijn jasje. Hij vouwt de fijne zijde niet open, maar bet alleen kort en serieus zijn voorhoofd en stopt het zakdoekje dan even keurig opgevouwen weer terug.
Niets mag zijn vorm verliezen.
Het beangstigt hem als zijn leven in het ongerede raakt. Dus als hij bijvoorbeeld tussen vier en vijf uur niet kan rusten. Als de plaat op de grammofoon begint te krassen. Als een zoemende vlieg in zijn werkkamer verdwaalt. Als hij bij het slikken de eerste tekenen van opkomende keelpijn voelt. Alles is een persoonlijke krenking.
We schrijven 11 februari 1933. In het huis van de familie Mann in Poschingerstrasse 1 in München zitten de ouders Thomas en Katia met hun twee oudste kinderen, Erika en Klaus, aan het middagmaal. Verder de kleine Elisabeth en de huisdame Marie Kurz, die op zijn Beiers Kurz Marie wordt genoemd.
Het is een stille lunch, het enige wat te horen is, is het getik van de lepels. Geen maaltijd zonder soep, heeft de heer des huizes beschikt, hij ziet dat als een teken van zijn sociale opkomst.
Drie kinderen ontbreken vandaag, het zijn degenen met een verkreukeld zelfbewustzijn: de drieëntwintigjarige Golo bereidt zich in Göttingen voor op zijn staatsexamen, Michael, de zoon van dertien, zit op het internaat in Neubeuern en de tweeëntwintigjarige Monika neemt het ervan in Berlijn. En hun vader? Hij is blij dat juist deze drie op dit moment ver weg zijn.
Katia bespreekt met Kurz Marie wat ze voor de aan-staande reis naar Amsterdam moet inpakken. Alleen lichte bagage, zegt ze. En alle winterspullen alsjeblieft rechtstreeks naar Arosa sturen.Want na de lezingen in Amsterdam, Brussel en Parijs wil het echtpaar drie weken op vakantie naar Arosa, in hun favoriete Waldhotel, waar Katia zo vaak gekuurd heeft en waarvan Thomas de eetzaal heeft vereeuwigd in De Toverberg. Drie weken – ze willen net zo lang in de ‘toverberg’ blijven als Hans Castorp, de held van het boek, aanvankelijk ook van plan was.
Na de lunch gaat hij naar zijn werkkamer om zijn koffertje te pakken; buiten begint het al te schemeren. Thomas neemt het manuscript van zijn lezing Leiden und Grösse Richard Wagners en stopt het – lichtelijk ontroerd over zichzelf – in zijn leren map. Ook zijn sigaren uit het in de muur ingebouwde koelvak pakt hij in. De zacht glijdende Waterman-vulpen, de inkt. Hij pakt het laatste stukje gem-bercake van de schaal.
Zo.
Hij kijkt om zich heen.
Denkt na.
En dan deponeert hij als laatste zijn actuele dagboek in de wandkast, legt het bij al die andere dagboeken van de laatste dertig jaar, draait de sleutel twee keer om en dan – hij weet zelf niet waarom – stopt hij de sleutel in het binnenvak van zijn koffer om hem mee te nemen.
De hoge stapel met het manuscript van het derde deel van Jozef en zijn broers<, waar hij op dat moment aan werkt, laat hij echter liggen. Daar wil hij pas na de reis mee doorgaan.
Ten slotte loopt hij met afgemeten pas naar de grote zwart-gouden slingerklok in de hoek, die daar al twee decennia op het palissanderkastje staat te tikken. Oud Lübecks familiebezit. Even denkt hij na of het wel raadzaam is de klok zo vlak voor vertrek nog op te winden. Dan besluit hij het toch te doen. Voor de goede orde. Met heilige ernst trekt hij aan het koord tot in het binnenste van de klok geluid te horen is. Het geliefde metalige getik vult de grote ruimte.
De tijd loopt.
Als hij daarna op zijn bureaukalender nog 11 februari opslaat en Katia vanuit de voorkamer al roept dat ze moeten opschieten, herinnert hij zich geschrokken dat het vandaag zijn trouwdag is, ja, inderdaad, 11 februari 1905, vandaag achtentwintig jaar geleden, hoe kon hij dat vergeten. Ontroerd denkt hij aan Katia, die dat natuurlijk absoluut niet is vergeten maar zo decent was hem nog niet aan zijn verzuim te herinneren. Hij loopt naar de voorkamer en kijkt haar teder aan, tederder dan anders, en ze begrijpt wat hij wil zeggen.
Elisabeth, zijn lievelingskind, komt uit haar kamer naar beneden en geeft hem een knuffel, hij geeft zijn ‘Medi’ ten afscheid een zoen op haar voorhoofd. De bedoeling is dat zij nakomt wanneer haar ouders over tien dagen in Arosa zijn. Dan trekt Thomas eindelijk zijn jas aan, doet zijn sjaal om en zet zijn hoed op. Muschi, het kleine witte Maltezer hondje met de grappige middenscheiding strijkt onrustig langs zijn been, wil niet dat zijn baasje weggaat en blaft een beetje. ‘Rus-tig!’ roept Thomas Mann geïrriteerd en vraagt Kurz Marie het hondje bij zich te houden, zodat het hen niet achternaloopt.
‘Rus-tig.’ Hij verdeelt dat woord altijd keurig in twee lettergrepen wanneer een onnodige storing hem boos maakt. Iedereen in huis, zelfs de hond, weet dan dat hij vanaf dat moment met rust gelaten moet worden.
Vervolgens trekt Thomas Mann de voordeur van het huis in München met Lübeckse vastberadenheid achter zich dicht en lopen hij en Katia de paar treden af naar het pleintje voor het huis, waar hun chauffeur Hans Holzner al met draaiende motor in de Horch op hen wacht.

*

En Klaus en Erika? Zij zijn blij dat hun ouders eindelijk vertrekken.
De vorige dag is Annemarie Schwarzenbach op bezoek geweest, de ernstige, rijke Zwitserse vriendin met het enge-lengezicht. Ze heeft voor Thomas en Katia verse bloemen en voor Klaus en Erika verse drugs meegebracht. Nu ‘Mielein’ en ‘Pielein’ eindelijk op weg zijn naar het station, nemen ze die. Klaus is al eerder speciaal in de apotheek gedistilleerd water gaan halen, maar toch is het ook nu weer lastig de ampullen leeg te zuigen, de arm af te binden, de spuit te zetten. Het is allemaal erg gecompliceerd, maar, aldus Klaus ’s nachts opgelucht in zijn dagboek: ‘Het werkt wel.’
’s Avonds zitten Erika en Klaus alleen thuis in de voorkamer ontdaan voor de radio te luisteren naar de redevoeringen tijdens de nationaalsocialistische bijeenkomst in het Berlijnse Sportpalast. Ook in dit geval: het werkt wel. Om het vol te houden, bladert Klaus terwijl hij luistert vol overgave in Der Schöne Mensch, het kunstboek met Griekse sculpturen. Wat een prachtige mannenlichamen. Maar ook dat helpt niet: ’s nachts wordt Klaus in zijn dromen achtervolgd door allemaal lelijke Duitse SS-soldaten. Precies dan passeren zijn ouders in hun slaapwagen de Duitse grens.

*

In Michaels internaat in Neubeuern worden voortdurend grappen gemaakt over ‘Bibi’s’ broer Klaus en zijn schrijfpogingen. ‘Veel talent lijk je niet te hebben,’ vat Bibi de praatjes van het schoolplein tegenover zijn grote broer samen als ze ’s winters een keer met Monika bij elkaar zitten. Hij grijpt elke gelegenheid aan om zijn vijf oudere broers en zussen op de hak te nemen. Maar Moni spreekt hem tegen. Volgens haar heeft Klaus wél talent (tenslotte is hij de enige die haar altijd steunt). Maar Bibi blijft erbij en stelt met de logica van een dertienjarige nuchter vast: ‘Jij hebt geen talent, want je hebt tenslotte minder succes dan onze Herr Papale.’
In deze vermaledijde februari van 1933 moet Klaus Mann vaak aan Bibi’s woorden denken.

[...]

 

Copyright © 2025 Florian Illies
opyright © 2026 Nederlandse vertaling Gerrit Bussink, Izaak Hilhorst en Alfabet Uitgevers

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3