Leesfragment: De boekhandel van de ballingen

01 mei 2026, door Uwe Neumahr

Het Athenaeum Boek van de Maand mei: Uwe Neumahrs De boekhandel van de ballingen. Parijs 1940: toevlucht en verzet (Die Buchhandlung der Exilanten, vertaald door Rogier van Kappel)! Tijd voor een fragment.

Ze behoorden tot de iconen van het Parijse culturele leven in de jaren twintig en dertig: de boekhandels Shakespeare and Company van Sylvia Beach en La Maison des Amis des Livres van Adrienne Monnier, vlak bij elkaar gevestigd in de Rue de l’Odéon. Beide winkels – door intimi liefkozend ‘Odeonië’ genoemd – waren ontmoetingsplaatsen van talloze schrijvers, kunstenaars en filosofen. Joyce, Hemingway, Colette, Picasso, Gide, Apollinaire, Eliot, Sartre, Beauvoir en vele anderen waren er kind aan huis. Behalve collega’s werden Sylvia Beach en Adrienne Monnier ook geliefden; decennialang klopte in de Rue de l’Odéon niet alleen het hart van de literatuur.

Met de Duitse inval in 1940 en de bezetting van Parijs werd alles anders. De literaire oase aan de linkeroever van de Seine werd een toevluchtsoord voor ballingen en een centrum van ondergrondse activiteiten. Met gevaar voor eigen leven ondernamen Beach en Monnier reddingsoperaties voor de filosoof Walter Benjamin, de fotografe Gisèle Freund, de journalist Siegfried Kracauer en de schrijver Arthur Koestler. Adrienne bleef uit handen van de Duitsers, maar Sylvia werd opgepakt en opgesloten in de Parijse dierentuin. Zes maanden later wist Adrienne haar vrij te krijgen. De echte bevrijding kwam pas na de val van Parijs, toen Ernest Hemingway met een privélegertje in de Rue de l’Odéon arriveerde.

Uwe Neumahr deed uitgebreid onderzoek om dit bijzondere verhaal van verzet en liefde voor het eerst te kunnen vertellen.



 

Voorwoord

‘Adrienne Française’ – zo noemde Nobelprijswinnaar Saint-John Perse de Parijse boekhandelaar Adrienne Monnier, en daarmee kende hij haar nationale betekenis toe. Samen met haar Amerikaanse partner Sylvia Beach heeft Adrienne Monnier in de eerste helft van de twintigste eeuw cultuurgeschiedenis geschreven.
De door haar in 1915 opgerichte boekhandel La Maison des Amis des Livres bevond zich in het hart van de stad, in de Rue de l’Odéon, tegenover de niet veel later door Sylvia Beach geopende Amerikaanse boekhandel Shakespeare and Company op nummer 12. Door van de ene kant van de straat naar de andere te lopen konden lezers zo als het ware de Atlantische Oceaan oversteken en literaire grenzen overschrijden. Grensoverschrijdingen stonden bij beide vrouwen hoog in het vaandel, niet alleen vanwege hun seksuele identiteit en hun lak aan maatschappelijke normen, maar ook vanwege de artistieke avant-garde waaraan zij de voorkeur gaven. André Gide, Paul Valéry, Pablo Picasso, Erik Satie, Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir waren in beide boekhandels al even graag geziene gasten als Ernest Hemingway, T.S. Eliot, Gertrude Stein en James Joyce. De Rue de l’Odeon ontwikkelde zich tot een trefpunt voor schrijvers, intellectuelen en kunstenaars, voor wie Parijs en de levendige sfeer rond de twee vrouwen het middelpunt van hun creatieve werk werden. De beroemdheden van het modernistische Parijs, en de mensen die dat binnenkort zouden worden, gebruikten de beide boekhandels als bibliotheek, evenementenlocatie, salon en – in het geval van Paul Valéry en James Joyce – ook als uitgeverij. Toen niemand anders het aandurfde, publiceerde Sylvia Beach in 1922 Joyce’ roman Ulysses. Afgeleid van de straatnaam ontstond zo de legendarische ‘Odéonie’, een van de levendigste centra van het Parijse culturele leven en een symbool van de special relationship die Amerika op cultureel gebied met Frankrijk verbond.
Aan Sylvia Beach, Adrienne Monnier en de culturele bloei van de Odéonie zijn niet alleen talrijke monografieën en artikelen gewijd, maar zelfs romans en films. En allemaal hebben die gemeen dat ze zich concentreren op de periode tussen de beide wereldoorlogen, op de années folles, de ‘dwaze jaren’ waarin de ketenen van een aangepast leven werden doorbroken en queere levensvormen vrijelijk werden geleefd. De duistere jaren van de bezetting worden doorgaans als het einde van deze bloeiperiode gezien en daarom, als ze al worden genoemd, in boeken over deze periode slechts terloops vermeld. Toch begon met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een nieuwe, ‘heroïsche’ periode in het leven van de twee boekhandelaren, waarin hun boekhandels niet alleen tot toevluchtsoorden werden voor Duits-Joodse ballingen, maar ook tot haarden van verzet. Vooral in La Maison des Amis des Livres kruisten individuele lotgevallen en de algehele catastrofe elkaar.
Veel Joodse Duitsers die voor de nazi’s waren gevlucht, onder wie de fotografe Gisèle Freund, de filosoof Walter Benjamin, de socioloog Siegfried Kracauer en de schrijver Arthur Koestler, woonden sinds de jaren dertig in de metropool aan de Seine. Ze werden opgenomen in de vriendenkring van de beide boekhandelaren en maakten deel uit van de Odéonie. Bij het uitbreken van de oorlog werden ze zowel door de Franse autoriteiten als door de Duitse invallers bedreigd. Een Frans decreet van 1 september 1939 bepaalde dat alle mannen uit ‘vijandelijk gebied’ zonder uitzondering onder dwang naar Franse ‘speciale centra’ moesten worden overgebracht. In deze interneringskampen bevonden Walter Benjamin, Siegfried Kracauer en Arthur Koestler zich plotseling tussen overtuigde nationaalsocialisten, maar als ze na de Franse nederlaag in het voorjaar van 1940 in handen van de Duitse bezetters waren gevallen, zouden ze naar concentratiekampen zijn afgevoerd. Adrienne Monnier en Sylvia Beach namen alle denkbare maatregelen om hun vrienden te redden. Zo regelde Adrienne Monnier een schijnhuwelijk voor Gisèle Freund en hielp haar om uit Frankrijk weg te vluchten.
Dit boek, dat is gebaseerd op archiefonderzoek, is de eerste monografie over dit hoofdstuk uit de Duits-Franse geschiedenis, waarin met name Adrienne Monnier zich op onverschrokken wijze heeft ingezet voor haar vrienden van Duitse afkomst. Sylvia Beach, die zich net zozeer heeft ingezet voor haar Joodse medewerkster Françoise Bernheim en voor Joodse kinderen, verkeerde zelf in levensgevaar sinds ze door de Gestapo in de gaten werd gehouden en in 1942 als vijandelijke buitenlandse naar een Duits interneringskamp was afgevoerd. Dit boek gaat over spectaculaire reddingsacties, humanisme, geweld en antisemitisme, grote literatuur en het ontstaan daarvan, maar ook over de liefde tussen deze beide vrouwen. In 1935 kwam Gisèle Freund er als derde bij. Ze nam tijdelijk Sylvia’s plaats naast Adrienne in en zou de relatie tussen de beide boekhandelaren voor altijd veranderen. Adrienne Monniers activiteiten in het verzet – ze steunde de verzetsgroep van Jean-Paul Sartre en verspreidde ondergrondse publicaties – komen eveneens aan bod, evenals haar geschriften, want ze was ook een uitmuntend schrijfster. De invloed van collaboratie en bezetting op het literaire Parijs wordt behandeld in hoofdstukken over Gertrude Stein en Ernst Jünger.
Omdat kennis van de beginjaren van de twee boekverkoopsters en van de jaren van het interbellum, waarin hun vriendschappen met Duits-Joodse emigranten ontstonden, onmisbaar is om deze geschiedenis te kunnen begrijpen, wordt het boek verteld op twee tijdsniveaus, in twee verhaallijnen die met een ritsconstructie verbonden zijn. Na een proloog begint de eerste verhaallijn tijdens de Eerste Wereldoorlog met de opzienbarende beginjaren van Sylvia Beach en Adrienne Monnier; de tweede begint in 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de daarmee gepaard gaande gevaren. In het jaar 1943 komen de twee verhaallijnen samen. Het boek eindigt met de bevrijding van beide boekhandels door Ernest Hemingway en zijn privélegertje in augustus 1944. In een korte schets wordt een vooruitblik gegeven op van de levensverhalen van de hoofdpersonen na 1944.

 

Proloog: Parijs, september 1942

Sylvia Beach wilde honing hebben. Toen ze het gerucht hoorde dat er niet ver van de Église de la Madeleine honing werd verkocht, was ze op de fiets gestapt om daar in de rij te gaan staan. Honing was kostbaar in het bezette Parijs. De zwarte markt bloeide, ook al werd zwarthandel door de bezetter een ‘misdrijf tegen de gemeenschap’ genoemd en streng bestraft. Maar geen enkele Parijse vrouw wilde zich neerleggen bij deze afgedwongen voedselschaarste. En Sylvia Beach had geluk. Nadat ze twee uur had staan wachten en tegen alle verwachting in haar pot had kunnen vullen, fietste ze naar haar woning in de Rue de l’Odéon. Als ze had geweten wat haar even later te wachten stond, had ze al die moeite waarschijnlijk niet gedaan. Madame Allier, haar conciërge, die zojuist de Gestapo op bezoek had gehad, ving haar op bij de voordeur. De Duitsers kwamen haar halen, liet ze Sylvia Beach met een door tranen verstikte stem weten. Ze moest zich onmiddellijk gereedmaken voor vertrek.
Het was 24 september 1942. Toen het Duitse leger in de vroege ochtend van 14 juni 1940 Parijs zonder slag of stoot bezette, had het daar een grote Amerikaanse gemeenschap aangetroffen. Hoewel de Amerikaanse ambassadeur bij het uitbreken van de oorlog in 1939 iedereen had aangeraden de stad te verlaten, waren bijna vijfduizend mensen gebleven, onder wie de in Baltimore geboren boekhandelaar Sylvia Beach. Velen hadden in hun beroeps- of familieleven banden met Parijs, en vanwege de unieke culturele relatie tussen de beide landen koesterden de meesten van hen een bijzondere liefde voor Frankrijk. Als burgers van een neutraal land meenden ze van de Duitsers niets te vrezen te hebben. Maar daarin vergisten ze zich.De vijfenvijftigjarige Sylvia Beach was toen al een literaire legende. Haar kleine Amerikaanse boekhandel aan de Rue de l’Odéon, Shakespeare and Company, maakte inmiddels deel uit van de geschiedenis van Ernest Hemingway, James Joyce, André Gide, Simone de Beauvoir en vele anderen. In 1922 publiceerde ze James Joyce’ Ulysses, dat vanwege enkele obscene passages de aandacht van de censuur trok en de Ierse auteur wereldfaam bezorgde. De boekhandelaar deed alles wat ze maar kon om hem te steunen in zijn werk en stond ervoor in dat zijn gezin en hij geen geld tekort zouden komen. Samen met haar gelijkgestemde partner Adrienne Monnier, die tegenover haar, aan de Rue de l’Odéon 7 de Franse boekhandel La Maison des Amis des Livres dreef, had ze tussen de beide wereldoorlogen in het hart van Parijs een literaire oase geschapen, waar vertegenwoordigers van verschillende nieuwe stromingen ‘samen geniaal konden zijn’ (Robert McAlmon). Maar onder de Duitse bezetting werd alles anders. Geleidelijk aan ontwikkelden beide boekhandels, die ooit hadden gefungeerd als podia voor ideeën en trefpunten voor de leden van een literaire elite, zich tot verzetshaarden. De boekverkopers hielpen Duits-Joodse ballingen te vluchten en boden Franse Joden en verzetsstrijders een toevluchtsoord. Aan zichzelf dachten ze zelden.
Vluchten kon toch al niet meer.

[…]

 

Copyright © 2026 Uwe Neumahr
Copyright vertaling © Rogier van Kappel

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3