Leesfragment: De waanzinpartituur

15 januari 2026, door Emma van Hooff

22 januari verschijnt het romandebuut van Emma van Hooff: De waanzinpartituur! Wij publiceren voor.

Emma van Hooff sleurt je mee op het meedogenloze ritme van Am, een jonge vrouw die is opgesloten in een psychiatrische inrichting. Tijdens een groepssessie met de andere patiënten daalt ze af naar haar verleden. Am wil maar één ding: de lezer ervan overtuigen dat niet zij, maar haar moeder op haar stoel in de kring thuishoort. Met grote vaart neemt ze ons mee in haar monoloog over een moeder die haar dochter zo klein mogelijk wil houden, haar geen enkele vrijheid gunt. Maar is Am wel te vertrouwen als verteller?



Een

Het is de hele tijd te laat voor alles. Te laat om fatsoenlijk te beginnen, mijn hand uit te steken en in duidelijke, heldere taal te vertellen wie ik ben, wat mij dwarszit. Maar het is ook te laat om op te staan met een gretigheid waarvan mijn stoeltje achterover dendert en door de deur te verdwijnen. Hallo, ik ben Am die nergens heen ging. Duizendkoppig koor terug: hallo Am die nergens heen ging. Nu is het te laat om terug te krabbelen maar ook te laat om aandachtig te luisteren naar de andere gestoorden in het kringetje, die hun namen door de ruimte roepen, en de groepsleider die het maar over wolken heeft, wolken die verdwijnen door alles in één keer te laten lopen. Het klinkt zo simpel, opgroeien en een met de borst vooruit opgewassen tegen alle stront volwassen vrouw te worden. Maar de menselijke natuur krijgt mij maar niet te pakken. Aan één draadje trekken is genoeg om mijn huid aan flarden te scheuren als een kasjmieren sjaal. Eén draadje en hop, daar ga ik. Maar het is te laat om te beginnen met leven en, als je het mij vraagt, nog net even te vroeg om er definitief een klap op te geven.

Het is ook nog te vroeg om over dat zaaltje met die andere krankzinnigen te beginnen, kijk, hun vingers staan net zo strakgetrokken als de mijne, maar het is nog te vroeg om dat soort details op te merken. Ik ben daar helemaal niet. Niet in dat bedompte zaaltje met de koffievlekken op het tapijt, niet in de verduisterde kamer waar ze me iedere ochtend komen wekken met een handje pillen en een glas water. De verduisterde kamer waar mijn reizen van bed naar toilet te volgen zijn aan de plukjes haar op de grond, die ik uit mijn hoofd trek, waarna de verzorging ze twee keer per dag met veel bombarie in de vuilnisbak kiepert, ik ben daar helemaal niet, nee nee. Ik lig in mijn moeders armen in de groene nacht waarin ik uit haar gleed. Te laat, zoals het de hele tijd te laat voor alles is. Ik ging helemaal nergens heen. Niet in die buik en ook niet uit die buik. Het strand waar mijn voorouders op waren uitgestrooid, zou hetzelfde strand zijn waar ze mijn laatste resten uit hun handen zouden laten waaien. Dat is nu eenmaal het lot dat zich uitstrekt in de palliatieve nacht waarin ik in mijn moeders armen lag als een naakte paarse wurm en haar tranen op mijn voorhoofd landden. Zo werd ik gedoopt. Am die nergens heen ging.

Ik trilde en schudde heel lang vanaf die groene nacht, dat moet je weten. De vlinderstruik die ze bij mijn geboorte kreeg is allang uitgebloeid en boven mijn hoofd uitgetorend als mijn spieren eindelijk bedaren. Soms vraag ik me af wat er eerder was: mams houdgreep of dat getril. Soms vraag ik me af hoe heet de dagen moeten worden voordat het vlees van mijn botten valt. En wat ik dan in godsnaam onder die dagen moet leggen om ze op te stoken tot de gewenste temperatuur. O, en heel de tijd het beuken van de zee tegen de kliffen op de achtergrond. Dat moet ik er wel bij zeggen. De golven die de kliffen uit hun slaap houden. Mijn hersenen horen die kliffen krijsen, zelfs hier in het gesticht, iedere avond weer zodra de zee haar gebied verovert. Het geluid zal er altijd zijn, ook als ik lig te creperen in een isoleercel, ver weg van de kust, dan nog zal dit het laatste geluid zijn dat ik hoor als ik sterf. Waar het nog te vroeg voor is, eenendertig is nog te vroeg om te sterven, zelfs Jezus hield het langer uit.

Aan het eind van die groene nacht zijn we al reuze aan onze rollen gewend, mam en ik. Loopt ze te ver bij mijn wiegje vandaan, dan trek ik de deken over mijn mond, klaar voor wiegendood. Laat ik mezelf als peuter van het duin afrollen richting branding, dan trekt zij me aan mijn teentjes omhoog en wikkelt me in een laken. Samen graaien we met onze handen in het zand. Mam leert me de as van mijn voorouders zo in de lucht te gooien dat we de zilveren armbanden van mijn grootmoeder horen rinkelen, we haar snerpende stem uit haar dunne lippen lokken, waarna ze hele middagen onophoudelijk door ons heen praat. Ik sabbel op de korrels, slik ze door in de hoop dat ze mijn binnenste schuren, waarna mam een vinger in mijn keeltje steekt. Er moeten dingen gezegd worden over onze relatie, die van mam en mij. Over de boksrondes, de manieren waarop we elkaar de hele tijd buitenspel slaan, over hoe zij opleeft, staat te springen zodra ik kreunend op de grond lig, smekend om een time-out, waarna ze over mijn voorhoofd aait alsof ik een pasgeboren lam ben. Ruwe tong, natte tong. Dit is wat wij doen, dit is hoe wij leven. Stop maar kindje, stop maar, klinkt het vanaf de grond van het gesticht, waar de as van mijn grootmoeder zich rond mijn stoelpoten heeft verzameld. Je loopt te hard van stapel, je bent niet kalm, kijk naar die trillende handen, kijk naar dat getrek aan die haren, het is geen gezicht. Je bent net een geëlektrocuteerde laboratoriumrat, volledig in jezelf gekeerd. Nee, in geen enkel opzicht houd je de aandacht vast. In geen enkel opzicht is dit een ouverture. Begrijp dat dan.

Vergeef me. Misschien zijn het de medicijnen waardoor ik zo onsamenhangend praat, misschien zijn het de medicijnen waardoor ik denk dat ik warrig praat maar in feite kraakhelder te verstaan ben. Misschien dat het overbodig is te zeggen, maar het is tien over een, de gong heeft nog maar net geklonken, alle gestoorden zijn nog maar net met veel kabaal en gerinkel de eetzaal uitgedreven. De komende twee uur zit ik met ze in dit zaaltje opgesloten, dit vierkante blok op de benedenverdieping, met de ramen die van de grond tot het plafond uitzicht bieden op de moestuin, de frambozenstruiken daar aan de zijkant en de borders vol klaprozen en cosmea’s tegen de stenen omheining. De gestoorden in de kring steken hun trillende vingers in die open monden van ze, likken hun botten af, kijken elkaar met vernauwde pupillen aan. Ik zit onbeweeglijk tussen ze in, de eenheid van tijd, plaats en handeling op de toppen van haar kunnen. Als ik je vertel over de kliffen aan de kust, dan zit ik hier naar die pisvlek op het tapijt te staren, die pisvlek in het midden van de kring waar straks een gestoorde op moet gaan staan en een verhaal uit zijn keelgat moet toveren. Als ik je zeg dat de meeuwen krijsend boven ons huis cirkelden, zich tegen ons keerden omdat mam ieder mens die zijn oude hompen brood aan die beesten kwam voeren gillend wegjaagde, dan bonkt de gestoorde rechts van me met zijn stoel, wordt er door de begeleiding, hup, een waterkussen onder zijn billen geschoven. De gestoorden praten hard, steeds harder, ze doen een klapspelletje, ze willen bepalen wie de eerste spreker van het kringgesprek zal zijn. Het is een kakofonie van stemmen waar het zaaltje helemaal niet op berekend is. De akoestiek is vreselijk door het lage plafond. Soms wil ik de doek van mijn hoofd trekken en die in hun monden proppen, ze op hun knieën dwingen als de gegijzelden die ze zijn. Alleen een gesmoord gegil horen, dat is het enige wat ik nog trek. Ik zou klep dicht naar ze kunnen schreeuwen, maar ik kan niet schreeuwen, alles is verstijfd en dicht door de medicatie die ze me hier geven. Mijn rechterbuurman slaat zijn vlakke hand hard tegen de zijkant van zijn stoel. Mijn linkerbuurvrouw krimpt ineen. Ja, ze ziet er keurig uit zoals ze met haar benen over elkaar op haar stoeltje zit, maar ondertussen broedt ze op een plan om het schoonmaakhok binnen te dringen en de fles met chloor aan haar mond te zetten. Wedden.

[…]

 

© 2026 Emma van Hooff

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2