Vandaag verschijnt het romandebuut van Emma van Hooff, De waanzinpartituur. We legden haar onze vragen voor. Lees over Sasja Janssen, Ariana Harwicz, Renata Adler, Virginia Woolf en over De waanzinpartituur.
Welk boek houdt je op de been in moeilijke tijden?
Dat is toch wel de bundel Virgula van Sasja Janssen. Het zijn nachtelijke gedichten, vol wanhoop, gericht aan de komma, maar met een stuwing waar ik iedere keer weer levenslust uit put. Ik heb de bundel vermoed ik al wel honderd keer gelezen en vind iedere keer weer iets nieuws tussen de hazelaar, de kauwen en de gewonde merel. Ja, Virgula is echt een godsgeschenk.
Welk boek heeft je leven veranderd?
Bezeten van Ariana Harwicz. Dat de taal in een roman zo beeldend, razend en poëtisch mag zijn, dat realiseerde ik me pas toen ik de eerste zinnen van Bezeten las. Zonder dat boek was ik nooit aan mijn eigen roman begonnen, dus ja, ik sta voor eeuwig in het krijt bij Ariana Harwicz.
Welk boek had je zelf willen schrijven?
Pikdonker van Renata Adler. In dat boek lijkt alles te kunnen. Het is fragmentarisch, springt van plek naar plek en heeft tegelijkertijd een enorm dwingende vertelstem. De taal wordt uit alle hoeken getrokken en ingezet om woorden te geven aan het liefdesverdriet van het hoofdpersonage. Of Naar de vuurtoren van Virginia Woolf. Alleen al dat tussenhoofdstuk waarin de tijd verstrijkt is echt waanzinnig goed!
Waar genoot je het meeste van tijdens het werken aan dit boek?
Volledig in het hoofd van mijn hoofdpersonage kunnen duiken en haar leven een paar jaar mogen leiden. Ik had me van tevoren nooit gerealiseerd hoe verslavend (en een beetje gevaarlijk) dat is.