3 juni verschijnt Annette Portegies en Gioia Smid, Fiep. Leven en werk van Fiep Westendorp! Wij publiceren voor.
Ze werd beroemd als de vrouw die Jip en Janneke tekende, en Pluk van de Petteflet, Pim en Pom, Floddertje en Otje. Maar daarnaast maakte Fiep Westendorp (1916-2004) muurschilderingen en boekomslagen en illustreerde ze reclamecampagnes voor uiteenlopende bedrijven.
Westendorp wist al als kind dat ze illustratrice wilde worden. Ze volgde de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch en ging daarna naar de Academie in Rotterdam. In 1937 kreeg ze haar eerste opdracht: het illustreren van de vvv-gids van haar geboorteplaats Zaltbommel. Na de oorlog kon ze aan de slag bij Vrij Nederland en Het Parool, waar ze tekeningen maakte voor de vrouwenpagina en de kinderrubriek. Later illustreerde ze boeken van onder anderen Annie M.G. Schmidt, Mies Bouhuys en Han G. Hoekstra – karakteristiek werk dat haar onsterfelijk maakte, doordat generatie na generatie ermee opgroeit en erdoor geraakt wordt.
Fiep Westendorp, die lang in de schaduw bleef van de schrijvers met wie ze werkte, heeft zich altijd ingezet voor het vak van illustrator. Ze beschouwde illustraties terecht als een volwassen kunstvorm. In Fiep worden nu voor het eerst alle genres getoond waarin ze zich bekwaamde, ingebed in een biografische schets die licht werpt op haar kunstenaarschap.

Vooraf
Fiep Westendorp droeg het hart niet op de tong. Ze had een hekel aan corresponderen, ze werd niet graag geïnterviewd en in grote gezelschappen zweeg ze. Liefst zat ze twaalf uur per dag in stilte te tekenen, als een monnik in een kloostercel. Toch leidde ze geen saai of vergeestelijkt leven, integendeel. Ook kan niemand beweren dat ze raadselachtig en ongrijpbaar was, want juist in veel van haar tekeningen sprak ze zich uit, zelfs als ze in opdracht werkte: ze nam (en kreeg) de ruimte om de teksten die ze illustreerde op haar eigen manier te interpreteren. Zo liet ze zien wie ze was en waar ze voor stond.

Al op de hbs in haar geboorteplaats Zaltbommel wist Fiep dat ze kunstenaar wilde worden. Ze volgde de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch en ging daarna naar de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam. Dat was in de jaren dertig van de twintigste eeuw bijzonder voor een meisje – en zeker voor een meisje dat, zoals Fiep, niet opgroeide in een artistiek milieu. Maar ze liet zich door niets of niemand tegenhouden en overwon de angsten die haar als kind hadden gekweld. Ze volgde haar droom en accepteerde zonder klagen dat ze offers moest brengen om die te verwezenlijken.
Fiep was drieëntwintig toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Bij het bombardement op Rotterdam gingen vrijwel alle schilderijen, tekeningen en etsen verloren die ze tot dan toe had gemaakt. Haar carrière was tijdens de Duitse bezetting nog maar nauwelijks begonnen of hij kwam alweer tot stilstand. En erger nog: ze werd tijdens de oorlogsjaren meermaals geconfronteerd met verraad – verraad dat soms grote consequenties had en dat haar vertrouwen in de mensheid schaadde. Daardoor kwam de bevrijding voor Fiep pas jaren ná 1945, toen ze een vrouw leerde kennen op wie de voorbije nazitijd weliswaar zwaar drukte, maar die een manier had gevonden om ermee te leven. Een vrouw bovendien die van kunst hield en die haar de tijd gunde om te tekenen zo vaak en zo lang als ze wilde, waardoor ze haar talent ten volle kon benutten.
Zo werd Fiep beroemd als de illustrator die Jip en Janneke hun iconische uiterlijk gaf. Ze tekende ook Pluk van de Petteflet, Otje, Pim en Pom, Floddertje, Prélientje, Ibbeltje en tal van andere kinderhelden. Dat karakteristieke en vindingrijke werk maakte haar onsterfelijk, doordat generatie na generatie ermee opgroeide en erdoor werd geraakt. Met Dick Bruna en Max Velthuijs wordt ze dan ook gerekend tot de Grote Drie van de Nederlandse kinderboekillustratie – een kwalificering waar ze zelf, bescheiden als ze was, om gegniffeld zou hebben.
Minder bekend is dat ze vooral in de eerste vijfentwintig jaar van haar loopbaan ook met veel succes voor volwassenen tekende. Zo maakte ze cartoons, affiches, boekomslagen en illustraties voor diverse kranten en tijdschriften. Een deel van die tekeningen werd indertijd tentoongesteld in binnen- en buitenlandse musea. Maar vanaf halverwege de jaren zestig, toen de fotografie aan een opmars begon in de gedrukte media, werden illustratoren langzaam verdreven naar het domein waar ze nog wél op waarde werden geschat: dat van de kinder- en jeugdliteratuur. Fiep vond dat weliswaar jammer, maar niet echt problematisch. De manier waarop ze naar de wereld keek, en hoe ze die verbeeldde, was niet aan leeftijd gebonden.
Dit boek biedt een geïntegreerd beeld van het leven van Fiep Westendorp en haar werk voor kinderen en volwassenen. Hoe werden haar tekeningen beïnvloed door wie ze was en wat ze ervoer? In hoeverre weerspiegelen ze de veranderende tijdgeest en de werkelijkheid waarin ze tot stand kwamen? Door wie werd Fiep geïnspireerd, met welke schrijvers werkte ze samen en wie waren haar opdrachtgevers? In de jaren voor haar dood heeft ze veel persoonlijke papieren opgeruimd, maar op haar zakelijke correspondentie, noodzakelijk voor de financiële administratie van haar kleine onderneming, was ze zuinig. Die correspondentie heeft archivaris Anneke Eijkelboom in staat gesteld om te reconstrueren waar Fieps tekeningen in de loop der jaren zijn gepubliceerd. Het overzicht ervan, dat achter in dit boek is opgenomen, vormde voor ons een belangrijke bron van informatie en maakte het mogelijk een aanzienlijk deel van de ruim achtduizend tekeningen die Fiep bewaarde te identificeren en te dateren. Ook het gebruik van de tekeningen ná haar dood is in dat overzicht gedocumenteerd – een bewijs ten overvloede dat het oeuvre nog steeds springlevend is.
Diverse schrijvers, wetenschappers, schilders, illustratoren en journalisten kozen op ons verzoek hun favoriete tekening. Wat is de betekenis van die tekening voor henzelf, en wat is er typisch ‘Fiep’ aan? Ze schreven daarover kleine essays die even kleurrijk zijn als informatief: ze wijzen op betekenisvolle details, ze laten zien welke vrijheden Fiep zich permitteerde als het om perspectief of anatomie ging, en ze werpen licht op haar inspiratiebronnen. Vormgever Wietske Lute verdeelde de gastbijdragen als strooigoed over de bladzijden, die uitnodigen tot lezen én kijken.
Zelf selecteerden we naast de hoogtepunten uit het omvangrijke oeuvre veel onbekend werk en enkele nooit eerder gepubliceerde tekeningen, die een andere kant laten zien van Fieps talent. Een flink aantal illustraties is hier afgebeeld in de oorspronkelijke vorm, dus met de door Fiep aangebrachte correcties en met de instructies van lithografen en zetters. Ze bieden niet alleen zicht op haar werkwijze, maar ook op die in de grafische industrie vóór de digitalisering. Andere illustraties zijn weergegeven in een bewerkte, schoongemaakte versie – soms omdat de originele tekeningen niet bewaard zijn gebleven, soms om te laten zien hoe ze eruit zagen als ze in kranten, tijdschriften of boeken werden afgedrukt: aanzienlijk ‘strakker’ dan zoals Fiep ze bij haar opdrachtgevers aanleverde.
In de halve eeuw waarin ze professioneel illustreerde, heeft Fiep Westendorp gemiddeld twee tekeningen per dag gemaakt, ervan uitgaande dat ze in de weekenden, als ze ziek was en tijdens haar vakanties gewoon doorwerkte, want anders ligt het aantal nog hoger. Dat is een duizelingwekkende productie, die getuigt van ambitie, werkkracht en een onstuitbare drang om zich uit te drukken. De tekeningen laten zien hoe speels, eigenzinnig en onafhankelijk haar geest was – en waarom haar werk het verdient om door elke generatie opnieuw ontdekt te worden.
© 2026 tekeningen Fiep Westendorp: Fiep Amsterdam BV