Recensie: Jippus et Jannica, Jip en Janneke, Schmidtiaans en in het Latijn

26 november 2024, door Daan Stoffelsen

Ik ben een groot fan van Annie M.G. Schmidt, maar geen fan van Jip en Janneke (#71 in de Grote Vriendelijke Honderd). De belevenissen van de buurkinderen uit de jaren vijftig zijn zoveel braver, ouderwetser en saaier dan de Puks grote avonturen, Otjes spannende zoektocht naar ‘papieren’, Floddertjes onbedoelde ongelukken, de metamorfoses van Wiplala en Minoes, de gedichten... Maar een selectie, bijvoorbeeld in het Latijn, kan me wel bekoren: Jippus et Jannica, vertaald door Harm-Jan van Dam.



Een van mijn bezwaren tegen de oorspronkelijke selectie vind ik terug in Van Dams artikel in Filter. Tijdschrift over vertalen (1999, jaargang 6, nummer 4): dat de hoofdpersonen zich niet ontwikkelen, en zelfs niet ouder worden: ‘Wanneer Janneke jarig is, op bladzijde 311, wordt ze vijf – weliswaar is ze op bladzijde 197 weer jarig, maar daar wordt geen leeftijd vermeld en ik verdenk haar ervan dat ze, net als mutatis mutandis sommige veertigers, opnieuw vijf wordt.’

Een ander: de al te traditionele verhoudingen in de gezinnen, en het herhaalde ‘hij zei’ (‘dicit’). Sommige verhalen zijn simpelweg erg vlak. In twee opeenvolgende Sinterklaasverhalen zijn de anekdotes erg klein: de twee zingen al vóór de aankomst heel hard en mogen een brief schrijven, Jips schoencadeau lijkt door Takkie gepikt te zijn. Bij een volgende viering gaat Janneke per ongeluk op een hart van borstplaat zitten. ‘Het is in duizend stukken. Maar al is het kapot, het is toch lekker.’ Tja. Maar als je kiest, of voor je laat kiezen door een goede lezer — en dat zijn vertalers, en zeker Van Dam — dan is het heel grappig om de kleuterverhalen weer op te halen. En toegegeven, het Latijn geeft het openingsverhaal een 2500 jaar oude statuur.

Wat zou er aan de andere kant van de heg zijn, dacht Jip. Een paleis? Een hek? Een ridder?
Mirabatur Jippus quid rerum trans saepem apparet. Regia domus? Murus? An heros?

Er zijn vogels, een egeltje, een rups, een spin, een papegaai (‘psittacus’!), een reus (‘Phy, Cyclopem horrendum!’)’, er zijn intertekstuele grapjes (‘Quo vadis, rogat Jannica.’) en de kinderen eten ijs. Een anachronisme, maar dit verhaal, ‘Een oom met een baard’ eindigt wel geslaagd Schmidtiaans. De oom met de baard is van Janneke, en hij geeft ze geld voor ijs (‘Ecce duos asses quibus globulum gelatum ematis.’). Jip wil ook zo’n oom! ‘“Goed,” zegt moeder. “Ik zal er een voor je kopen.”’ Van Dam: ‘Recte, hodie tibi emam, dicit mater.’

De combinatie van de taal van Cicero — in ultrakorte zinnetjes — met deze kleine verhaaltjes is heerlijk ironisch, en ik krijg zelfs weer zin in de oorspronkelijke verhalen. Een eerste stap: ik heb thuis Van Dams editie uit MM, maar de uitgave van 2017 is tweetalig en bevat nieuwe verhalen. De tweede: het grote boek erbij pakken en verder zoeken naar de genialiteit van Schmidt.

Daan Stoffelsen is webshopmanager van Athenaeum.nl en vader van twee.

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2