11 maart verschijnt Isa Davids’ debuutverhalenbundel Yenta, en diezelfde avond spreekt ze erover bij Athenaeum Boekhandel. Wij publiceren voor!
Een eenbenige vrouw die terugblikt op een missverkiezing, een bedaagde hoogleraar die zijn mannelijkheid terugwint met tennisles, de dochter van een Joods stel die naar een christelijk zomerkamp wil: Isa Davids verweeft in Yenta in negen verhalen de geschiedenis van een Joods-Amerikaanse familie. Door deze vertellingen lopen terugkerende dagboekfragmenten: het verhaal van een journalist die na een affaire zijn huwelijk probeert te redden door een correspondentschap in Jeruzalem te aanvaarden en die zijn vrouw op bepalende momenten op de hoogte houdt van zijn belevenissen.
Davids debuteert met fascinerende verhalen die gaan over heimwee, schaamte, trots en verworvenheid en die alle met elkaar verbonden zijn.
Grip
Parijs, 2015
Je zou kunnen zeggen dat er buitenaardse wezens bestaan. Je zou kunnen zeggen dat de liefde alles overwint. Je zou zelfs kunnen zeggen dat pasta niet afkomstig is uit Italië. Maar niemand had je geloofd als je zei dat Adrien Cohen een goede tennisspeler was.
‘Seniorentennis?’ mopperde zijn vrouw Shayna, terwijl ze het kopje onder het nabrommende espressoapparaat vandaan haalde en zich afvroeg of haar man ten prooi was gevallen aan premature dementieklachten. Ze was knap en verfijnd en droeg nog altijd hetzelfde parfum als dertig jaar geleden. Haar stem was vastberaden als die van een spraaklerares.
‘Ze spelen toernooien door heel Europa.’
‘Goh, en allemaal van dezelfde leeftijdsgroep?’
‘Mannen van boven de zestig. Ja, heus! We beginnen in het noorden, in Zweden, en dan reizen we verder richting het zuiden. Het is een zomertoernooi. En je speelt dus tegen verschillende nationaliteiten, althans, dat hangt af van je speelsterkte. Die moet natuurlijk wel in orde zijn.’
Hij klonk ontredderd, als een jongen die zijn ouders vroeg of zijn eerste vriendinnetje mocht blijven logeren. Dat was een veilige term die pubers graag gebruikten om te verhullen wat ze precies van plan waren, iets waarbij pyjama’s overbodig waren. Zijn vrouw trakteerde hem op een bezorgde blik, die alleen de uitkomst kon zijn van een decennialang huwelijk. Haar mond krulde daarbij.
De keuken was het enige deel van het huis in Le Marais waar ze elke ochtend samenkwamen. De kamer diende als vergaderruimte, en de tafel als plek waar hij zijn verlangens kon aanstippen. Er werd medisch leed gedeeld en, in een verder verleden, ook toegelegd op opvoedkundige kwesties. Hier kon hij in alle vrijheid zijn pleidooi voeren tegenover zijn vrouw, die als een Romeinse keizer in een handbeweging zijn plannen kon sparen of op brute wijze neerhalen. Ze kon bijzonder kieskeurig zijn. In deze opstelling leken ze minder op gehuwden en meer op zakenpartners. Hij de ondergeschikte met wisselende moed. Soms homerisch, af en toe teruggeworpen tot spartelende vis.
Maar Adrien had ditmaal geen keuze.
De afleiding werd te groot. Tijdens zijn vrijpartijen zag hij niet langer het lichaam van zijn vrouw of het plafond dat voor een van de twee als aangezicht gold. Hij voorzag lijnen, gespierde armen, hoofdbanden en rally’s. Mannen die in moeilijke posities leunden om de bal te raken. Een service die de lucht deed suizen en joelende toeschouwers in bescheidenheid bracht. Afgematte spelers, vervuld met trots die je vanaf de tribune kon ruiken. En het geluid van op en neer gaande ballen in zijn geest leek niet te stoppen. Hij moest er, en dit was een zekerheid, gehoor aan geven.
‘Ik zie het nut er niet meteen van in.’ Shayna streek haar hand langs haar gezicht.
En hij zweeg. God, natuurlijk zweeg hij. Dit was zijn eigen Sinaï, de berg waar hij over moest, waarna het Beloofde Land zou opdoemen, de oplossing voor zijn problemen. Zijn visioenen. Maar zie de ander maar eens mee te trekken in jouw overtuiging!
‘En de universiteit dan? Wil je niet wat rustiger aan doen, schat? Je zit tot je nek in de colleges. Ik dacht... dat we dit jaar gingen afbouwen. En tennis? Hmm, het klinkt zo atletisch voor jouw doen.’
Ja, ze kon goed vragen stellen, en of! Ze had er talent voor, en hij stelde die ondervragingen op prijs, omdat er zoveel aandacht en liefde achter schuilgingen. De keerzijde was dat hij niet altijd bijtijds op antwoorden kwam. Dan voelde hij zich een sukkel. Een weetniet in het lichaam van een professor. Zeg hé, was dat niet ironisch?
Het plan was tot hem gekomen tijdens zijn laatste college, waarin hij van plan was de thema’s van Benito Cereno en Huckleberry Finn aan elkaar te vlechten. Melville en Twain waren hem even dierbaar als zijn eigen handen en voeten. Hij had de A4’tjes van de syllabus uitgeprint, zichzelf getrakteerd op een café crème en zich even gelukkig gevoeld over het feit dat hij op leeftijd nog met dezelfde geestdrift zijn vak kon beoefenen, tot negen van de tien studenten niet kwamen opdagen omdat het ‘te hard waaide’.
Goed, na al die jaren als professeur was hij niet zo makkelijk uit het veld te slaan. Er waren studenten die meermaals dezelfde mimi’s hadden begraven, er waren levensgevaarlijke moedervlekken die weggelaserd moesten worden, er was huismijt, er was iemand (en dit was zijn favoriet) die tijdens een tentamen zijn geiten moest melken en er was een breed palet aan ziektes die allang waren verdwenen in de moderne tijd, maar dit excuus was nieuw en dat vond hij verfrissend.
Adrien keek naar zijn knoestige vingers, en in een kort moment zag hij zichzelf een tennisracket omklemmen, een weg naar links banen en de tennisbal, licht en stoffig, over het net heen knallen.
Plop!
Zijn vrouw keek hem aan alsof ze die gedachte kon volgen. ‘Maar lieverd, je kunt helemaal niet tennissen,’ probeerde ze nog.
‘Als je goed bent in het leven, ben je goed in tennis. Die twee lijken precies op elkaar.’
‘Waar heb je dat gelezen?’
‘Liefste, dat heb ik zelf verzonnen.’
Hij had het natuurlijk niet zelf verzonnen. Hij had een interview gelezen met een tweevoudig Roland Garros- winnaar, wiens naam hem was ontschoten. Tennis, zo bleek uit het verder weinig opzienbarende artikel, vergde aanpassingsvermogen, behendigheid, veel heen en terug hollen, nog meer heen en terug hollen en dat je nooit de hoop opgaf als je verloor.
Aha, daar school een psychologisch spelletje in. Dat had Adrien meteen door, en hoewel hij nog steeds met alle liefde prevelde over de goedgelovigheid van kapitein Delano, begon er ook iets te broeien in zijn oudemannenbrein, omdat er in oudemannenbreinen nou eenmaal niets erger is dan verveling. In dat opzicht had pensionering veel overeenkomsten met het afkicken van drugs of alcohol. Je moest bezig blijven, iets doen, die verslaafde hersenen afleiden tot ze gedesoriënteerd waren en vergaten waar ze precies naar hunkerden.
Op een dag, toen Adrien terugkwam van zijn boodschappenrondje (sigarenboer, opticien, apotheek en bloemenmarkt) langs Rue de Rivoli, stond zijn vrouw naast de auto te wachten, als in een jarenvijftigfilm, achterovergebogen. Alleen de baboesjkasjaal ontbrak. Ze had een verrassing voor hem. Hoewel hij daar niet echt op zat te wachten, stapte hij bij haar in. Ze reden een tijdje, hoogstens vijfentwintig minuten, tot ze bij een kleine heuvel met een lommerrijk grasveld kwamen.
Wat een plek! Wat een schaduw, een veld dat zo uit een schilderij van Caspar David Friedrich leek te komen, zo fris en afschuwelijk groen, vrij van uitlaatgassen en stadse lelijkheden. Aan de voet van de boom bloeiden wilde violen en het enige georganiseerde aan deze woeste natuurvondst leek het in het midden gesponnen net. Shayna had deze locatie waarschijnlijk gekozen dankzij haar behoedzaamheid, aangezien ze astma had en haar longen het waarschijnlijk zouden begeven van het stof van gravel.
Een jongen kwam aangelopen om hen te verwelkomen. Uit de vanzelfsprekende manier waarop zijn vrouw hem tegemoet trad, kon hij opmaken dat ze elkaar eerder hadden ontmoet. Ze gaf hem twee kussen en streek moederlijk door zijn haar, als iemand die zijn voormalige, inmiddels volwassen oppaskinderen tegenkomt op straat.
‘Dit is Élias. Het neefje van mijn vriendin Rosalie, en een heel aardige tennisser. Hij kan je helpen met de eerste vaardigheden.’
[…
Copyright © 2026 Isa Davids