9 juli verschijnt de Amerikaanse sensatie van het moment, Caro Claire Burkes Yesteryear in de vertaling van Thijs van Nimwegen en Arjaan van Nimwegen! Wij publiceren voor.
Natalie Heller Mills is een traditionele Amerikaanse huismoeder, die haar pioniers-lifestyle van rauwe melk en zelfgemaakt zuurdesembrood verkoopt aan haar miljoenen volgers op sociale media. Haar boerderij is een idylle, haar man een knappe cowboy en haar zes kinderen zijn stuk voor stuk verrukkelijk. Dus wat maakt het uit dat er nanny’s, een producer en luxe keukengerei achter de coulissen schuilen? Wat Natalies volgers niet weten, kan geen kwaad. Haar leven is perfect. Tot ze op een ochtend wakker wordt in een vreemde, gruwelijke versie van de werkelijkheid. Haar huis, haar man, haar kinderen – ze zijn allemaal vertrouwd, maar er klopt iets niet... Is dit een hoax? Een realityshow? Wordt ze op de proef gesteld door God? Door Satan? Natalie beseft twee dingen: dit is niet haar prachtige leven en ze moet hoe dan ook ontsnappen.
Deel een
Het verleden
Dit is de laatste dag van het leven dat ik me had voorgesteld.
Ik werd zoals gewoonlijk twee minuten voor mijn wekker afging wakker. 5 uur 58 en bing: ogen wijdopen, klaar om de dag te begroeten. Ik heb nooit moeite gehad met ’s morgens wakker worden. Ik heb van mijn leven nog nooit de snooze-knop gebruikt. Nuchter zijn helpt. Ik drink niet. Discipline helpt ook. Ik ben geboren met een enorme lading discipline, ik zit er praktisch boordevol mee; dat is denk ik de reden dat ik in mijn leven nooit zoveel problemen heb gehad met wat dan ook. Niet met het moederschap, het huwelijk, niet met het bedrijf dat ik heb opgebouwd. Niet met mijn toewijding aan Hem. Voor mij leek het allemaal een reeks taken die ik elke dag moest verrichten op de juiste tijd en in de goede chronologische volgorde. Ik weet dat het voor anderen niet zo makkelijk is, maar voor mij eigenlijk wel.
Daarom mochten al die vreemden me zo graag.
Daarom, en om het geld. Geld hielp absoluut ook.
Het was winter. Januari. Er was net een koufront de bergpas in getrokken. Naast mijn slaapkamerraam stond de radiator hete lucht uit te walmen. Buiten was de lucht doods diepzwart en dat zou nog een paar uur zo blijven. Onze boerderij lag genesteld in de golvende graslanden tussen twee bergruggen in Idaho, wat betekende dat we in de wintermaanden de zon pas om een uur of negen zagen. Acht kilometer rijden over een lange, slingerende zandweg. Er vlogen zelfs geen vliegtuigen over.
In het donker luisterde ik naar het verre loeien van Sassafras, onze geliefde melkkoe. Aan de hoogte en toon van haar gekreun kon ik horen dat mijn man Caleb haar aan het melken was. Precies op tijd. Die man deugde.
Voor hij me kende had mijn man geen discipline. Hij was de jongste van vijf zonen, de kleinste uit het nest van een Amerikaanse dynastie. Zijn vader was de laatste senator in een lange reeks van senatoren, op dat moment in de race voor het presidentschap (driemaal is scheepsrecht!); zijn moeder was huisvrouw en had het grootste deel van haar leven weggespoeld met chardonnay. Samen hadden ze, door een bijna fatale combinatie van vaderlijke verwaarlozing en moederlijke sympathie, Caleb grootgebracht tot een zwakke, lieve, verwende jongen. Maar het enige dat meer waard is dan iemand met goddelijke trekjes is iemand die bereid is om te leren, en mijn echtgenoot, díé man dus, was bereid om te leren.
En wie was ik?
Een onberispelijke christenvrouw. De manische, feeërieke Amerikaanse droomvrouw uit de diepste, duisterste fantasieën van dit land. De moeder die elke vrouw wilde zijn en de echtgenote die iedere man thuis wilde aantreffen. Net als een non in een pornofilm sloeg het nergens op, maar verdomd, ook dit werkte.
Ik heet Natalie Heller Mills, en ik was volmaakt geschikt voor het leven.
In de stiltes tussen Sassafras’ bijna menselijke genotskreunen (soms grapte ik online dat mijn man een rundermaîtresse had, ha ha!), kon ik het verre gekakel uit de kippenren horen, dat meditatieve toktoktoktoktok dat de achtergrondruis van onze boerderij was. Ik hield van onze kippen. Ze waren zo tam als honden, zo ongevaarlijk als peutertjes. Soms ging ik zomaar naar de ren, gewoon om bij ze te zitten. Ik vond het fijn om hun zijdezachte nekjes te strelen en liet ze zachtjes pikken naar de zaadjes in mijn handpalmen.
We zouden ze binnenkort gaan slachten. In het donker liep het water me in de mond. Ik smachtte de laatste tijd naar verse kippensoep. Als je die eenmaal zelf gemaakt hebt, smaakt die troep uit de winkel ranzig.
Door de kier van mijn slaapkamerdeur klonk jongetjesgegiechel. De kinderen zaten verderop te ontbijten. Ik deed mijn ogen dicht en voelde de ritmes van mijn huis als een hartslag. Nanny Louise – een godsgeschenk voor ons gezin – stond aan het fornuis pannenkoeken te bakken. Producent Shannon – mijn rechterhand – stond aan het aanrecht en installeerde de videoapparatuur voor een lange werkdag. Stetson en Samuel – mijn lieve knulletjes – zaten aan tafel lamlendig elkaar te duwen en te trekken. Clementine – mijn oudste, het meisje dat me tot moeder had gemaakt – zat aan het hoofd van de tafel een boek te lezen en lette niet op haar broers. Nanny Aimee – onze onderbevelhebber – was achter in het huis bezig de kleintjes te wekken, kuste hun slaperige oogleden om mijn twee peuters zachtjes de dag binnen te voeren. Een ervan bracht ze naar de keuken, ze droeg haar over aan Nanny Louise en ging terug om de andere te halen.
Ik sloot mijn ogen en fluisterde mijn dagelijks dankgebed tot de Heer voor alles wat Hij me geschonken had.
Dank U, Vader, voor Caleb. Dank U voor de Erfenis. Dank U voor Clementine, Samuel, Stetson, Jessa, Junebug en het engeltje dat we nog geen naam hebben gegeven.
Mijn hand schoof intuïtief naar mijn buik en bleef rusten ter hoogte van de bolling. Ik was tweeëndertig jaar. Zes maanden zwanger van ons zesde kind. Het was tot dan toe mijn gemakkelijkste zwangerschap – al waren al mijn zwangerschappen betrekkelijk soepel verlopen. Ik was een geboren moeder. Nooit voelde ik me meer met Hem verbonden dan wanneer het mijn opdracht was een van Zijn scheppingen te dragen.
(Begrepen wat ik bedoel? Mooi zo.)
Onder mijn handpalm rolde mijn kleine meid langzaam op haar zij. Mijn zeeschepseltje. Ik hield zoveel van haar.
Dank U dat U waakt over onze dieren, Heer, en dank U dat U ons deze week de vijf miljoenste volger op Instagram hebt bezorgd. We komen nog maar een paar zielen tekort voor het miljoen op YouTube, Heer. Slechts door Uw wil heb ik zoveel harten en geesten kunnen bereiken. In Uw naam werk ik om Uw waarheid te verkondigen.
Er kwam een golf van misselijkheid opzetten en ik leed in stilte. Soms werd ik er gewoon beroerd van hoe volmaakt mijn leven was en hoe goed ik erin was.
Op het nachtkastje pruttelde mijn telefoon wakker. Ik stak mijn hand uit, legde hem het zwijgen op, sloeg de lakens weg en stond op.
We hadden niet altijd zoveel personeel gehad. De eerste paar jaar waren het wij, de kinderen en de boerderij geweest. Toen ik zwanger werd van mijn vierde, namen we Nanny Louise aan. Toen ik mijn vijfde verwachtte, nam ik Nanny Aimee aan, en kort daarna namen we producent Shannon aan. Wat we nu aan personeel hadden was voorlopig meer dan genoeg. Zo was ik in staat om de hele dag door op elk moment erbij te zijn met mijn kinderen en volgers, precies zoals ik het wilde. Zo gaat dat als je tegelijk moeder, echtgenote en influencer bent: het is eigenlijk net alsof je tegelijk drie baby’s aan de borst hebt. Alsof je drie minnaars tegelijk aan het verleiden bent.
Waarom komt al het personeel dat je achter de schermen hebt nooit in beeld?
‘We houden van onze mensen alsof ze familie zijn, dus we doen ons best om hun privacy te bewaken, net zoals ze willen. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ze door mijn sociale media op een of andere manier in de problemen zouden komen.’
Toen ik de keuken binnenkwam stond producent Shannon in de hoek te rommelen met een statief en zaten mijn vier oudste kinderen aan tafel te ontbijten, allemaal in een dikke wollen trui. Nanny Louise hielp Jessa van drieënhalf en schonk sinaasappelsap in haar glas.
‘Dat kan ik zelf,’ zeurde Jessa.
Nanny Louise, die ook ons thuisonderwijs verzorgde, knikte en zei: ‘Natuurlijk kun jij dat. Kijk maar, je doet het toch ook? Helemaal zelf. Grote meid.’
Jessa grijnsde; de mondelinge verklaring van haar zelfstandigheid was genoeg om haar te doen vergeten dat Nanny Louises hand het glas nog steeds vasthield. ‘Grote meid,’ echode ze. Nanny Louise kantelde het glas en de kleine meid dronk gulzig. Ik keek het goedkeurend aan terwijl de pulp over haar kin droop. Het was zelf geperst sap. Later die week zou de tutorial online gaan.
‘Goeiemorgen,’ begroette ik de kamer. Vijf hoofden draaiden zich naar me toe. Een kwetterkoortje van Morgen, Mama, kwam als antwoord.
Ik maakte een rondje om de tafel, kuste alle perfecte wangetjes, streelde alle perfecte hoofdjes. Al mijn kinderen, ook de jongens, hadden lang haar. De meisjes leken op mij: sproeten, smalle gezichten, donker haar, een uitdrukking van doordringende ernst. Als je een van ons zou betrappen op een pruilgezicht, zou dat zomaar beelden kunnen oproepen van een zestiende- eeuwse martelares in hongerstaking. De jongens leken allebei op Caleb: blozende wangen, brede grijns vol tanden. Als ze in een groepje liepen (wat ze vaak deden; de jongens waren gek op Caleb) deden ze me denken aan een drietal politici in ganzenpas, speurend of er ergens een baby te kussen viel.
Ik lette zelden op de verschillen tussen de kinderen. Zowel de meisjes als de jongens praatten hetzelfde, lachten hetzelfde. Hun kleding was een regenboog van neutrale kleuren. Dezelfde olijfkleurige, beige en oker lading werd al meer dan tien jaar over onze groeiende stamboom uitgestort.
Geweldig toch hoelang goed katoen het uithoudt.
[…]
© 2026 Caro Claire Burke LLC
© 2026 Nederlandse vertaling Thijs van Nimwegen en Arjaan van Nimwegen / Indigo