Het gegeven is geweldig: een roman schrijven rondom de enige wind in Groot-Brittannië met een naam. Helm. Maar hoe? In Sarah Halls mozaïekroman voelt de wat flatulente, puberale verteller Helm aanvankelijk als wind tegen, maar de geestige, spannende verhalen door de eeuwen heen overtuigen — en voeden het denken over natuur.
Ik volg Halls oeuvre sinds 2012. Volgens Scheltema-collega Chris had er best een boek van haar op de lijst met 25 beste Britse en Ierse romans van de eeuw gemogen, ze werd als enige tweemaal bekroond met de BBC National Short Story Award, en stond al eens op de longlist en de shortlist van de Booker Prize. Ik ben fan. Maar ik moet toegeven dat Helm stug begint, slecht grijpbaar is, en dat het even duurt voor je vertrouwd bent met Halls personages. (Maar dan!)
Een scheppingsverhaal en een sjamaan
Dat is inherent aan hoe Helm begint, met een melig scheppingsverhaal rondom een ongrijpbaar personage - die wind dus:
‘Helm doesn’t know when Helm was born.
Or brewed. Conjured or conceived.
First formed above the highest mountain.
First blown into the valley.
Long before humankind — that brief, busy interlude.’
Halls Helm is een natuurkracht met een eigen wil, voorkeuren, interesses (‘Confession: Helm really likes watching sex.’) en humor. Tegelijk is zijn verhaal dat van zijn naamgevers, zijn slachtoffers, zijn onderzoekers, zijn vernietigers (door mensgemaakte klimaatverandering): ‘Human-fucking-beings. They are so fun and terribly worrying.’ Het boek gaat dan ook vooral over die mensen, nietig in vergelijking met de verwoestende wind. Hall begint met NaNay, een vrouw uit lang vergeten, neolithische tijden die als meisje een visioen had over een goddelijke steen. En hoe zij, nog heel jong, ziekte, huiselijk geweld en de confrontatie met Helm overleeft.
‘The voice of the Halron [Helm, maar dan een prehistorische naam - DS] bellowed over her, as if calling to a far mate. NaNay opened her eyes and looked up at the disappearing sky. The creature was horrible above, mantling, covetous of its mountain.’
Als sjamaan leidt ze, geholpen door Helm, de jagers, bosmensen, handelaars naar die steen met een gezicht, die uiteindelijk in een mysterieuze steencirkel belandt.
Hall excelleert in verhalen en het grotere verhaal
Dat verhaal zal Hall telkens oppakken, en verweven met dat van een ridder-monnik die de duivelse wind komt uitdrijven, een meteoroloog van de industriële revolutie, een plastics-wetenschapster, een onaangepast meisje, een gepensioneerde politieagent en zweefvlieger, een geile ballonvaarder, et ceteri. De steencirkel keert ook telkens terug. Zoals de wind-verteller een lichtheid en samenhang geeft, zo geven die verhalen diversiteit en menselijkheid. Het zijn kleine maar mooie mensen: NaNay is fantastisch in haar tijdloosheid, Michael Lang is een bizarre zeloot, Thomas Bodger is een fantast en escapist, Rebecca een enigma, Janni is een verdrietige heldin, Selima kan een goede vriendin worden, met haar humeuren en al te invoelbare angsten.
‘She finishes the cigarette and drops it into the cup, nerves still fizzing. The kettle rumbles away, shaking and steaming. She opens her laptop. Just. Get. On. With. It. The truth. The truth. The truth is — she has not wanted to think about where she is and what might happen. The fact that she is alone up here, miles and miles from anyone. And if anything goes wrong, if anything bad does happen — what then?’
Weer excelleert Hall hier in verhalen, menselijk en telkens op maat in taal en vorm, die spannend of sensueel zijn, grappig, indrukwekkend. Maar in het grotere geheel wekt ze vragen op over onze verhouding met de natuur, iets wat niet losstaat van het decor van veel van haar fictie: Cumbrië, Noord-Engeland, waar ze opgroeide en terugkeerde. De ongewoon onspectaculaire (en geweldige) roman The Wolf Border, over de herintroductie van wolven in een afgesloten natuurpark, is daar het beste voorbeeld van.
Tegelijk is het een universele en urgente kwestie: wat is natuur, is het iets goddelijks of duivels, iets om te bestrijden of te ondergaan, iets om mee te leven? Heeft het rechten (Robert MacFarlane stelde de vraag onlangs nog eens)? Het is een vraag voor sjamanen en meteorologen, maar vooral voor de armzalige stervelingen die met regelmaat ontworteld plantgoed of een weggevlogen dak of schaap moeten vervangen. Of iemand moeten begraven. Het is even spiritueel als wetenschappelijk, en zelfs persoonlijk: in een interview met The Observer noemt Hall Helm, waar ze mee opgroeide, ‘almost like a childhood friend’.
Die vraag raakt Hall én ons persoonlijk. Helm pakt levensechte mensen op, verhalen die je raken en reiken naar vragen van alle tijden, en smijt ze voor je neer. En zo wordt iets ongrijpbaars ijzersterke fictie, met implicaties die verder reiken. Lezen.
Daan Stoffelsen is webshopmanager bij Athenaeum | Scheltema.