Hendrik Hutter vertaalde Fernando Aramburu’s Los Vencejos als Het tellen van de dagen. Op ons verzoek licht hij de eerste twee alinea’s uit de roman toe. Over valse vriend ‘adolescencia’ en zijn interpretatieve vertaling van ‘arratrarse’.



Ik wil het graag hebben over de vertaling van de eerste twee alinea’s van het boek. De eerste luidt als volgt:

Llega un día en que uno, por muy torpe que sea, empieza a comprender ciertas cosas. A mí me ocurrió mediada la adolescencia, quizá un poco más tarde, pues fui un muchacho de desarrollo lento y, según Amalia, incompleto.
Er komt een dag waarop je, hoe hardleers je ook bent, bepaalde dingen begint door te krijgen. Bij mij gebeurde dat halverwege de puberteit, misschien wat later, want ik was een jongen die zich maar langzaam en volgens Amalia onvolledig ontwikkelde.

Tamelijk rechttoe rechtaan eigenlijk (doorgaans moet je veel meer puzzelen met de syntaxis om goedlopende Nederlandse zinnen te krijgen). Wel even opletten met dat ‘adolescencia’, deels een valse vriend, want volgens de Dikke Van Dale is een adolescent bij ons iemand van vijftien tot twintig jaar oud, terwijl in Spanje de ‘adolescencia’ de hele fase tussen kindertijd en volwassenheid omspant (onze puberteit dus, die volgens de meeste bronnen op internet rond het tiende levensjaar begint).

De tweede alinea:

A la extrañeza inicial siguió la decepción y luego ya todo ha sido un arrastrarse por los suelos de la vida. Hubo épocas en que me identificaba con las babosas. No lo digo por lo feo y viscoso ni porque hoy tenga yo un mal día, sino por la manera como estos bichos se desplazan y por la existencia que llevan, dominada por la lentitud y la monotonía.
Op de aanvankelijke verbazing volgde de teleurstelling, en sindsdien is het leven eigenlijk één grote vernedering geweest. Er waren tijden waarin ik mezelf identificeerde met slakken. Dat zeg ik niet omdat ze lelijk en slijmerig zijn of omdat ik vandaag een slechte dag heb, maar vanwege de manier waarop die beesten zich verplaatsen en vanwege het trage en monotone leven dat ze leiden.

Ook allemaal redelijk straightforward (ex­cu­sez le mot), behalve het stukje ‘en sindsdien is het leven eigenlijk één grote vernedering geweest’, dat je een meer interpretatieve vertaling zou kunnen noemen (‘arrastrarse por los suelos de la vida’ betekent letterlijk ‘kruipen over de grond van het leven’, zij het dat ‘arrastrarse’ ook ‘zich vernederen’ als betekenis heeft). En ‘Babosas’ zijn eigenlijk ‘naaktslakken’, maar dat vond ik een te specifieke, gemarkeerde vertaling, dus ik heb er ‘slakken’ van gemaakt.

In deze twee alinea’s wordt meteen duidelijk dat de hoofdpersoon (genaamd Toni, een filosofieleraar van in de vijftig) geen vrolijke frans is. Hij beschouwt zijn leven als mislukt en neemt het besluit om precies over een jaar zelfmoord te plegen. En in dat jaar ontdoet hij zich gaandeweg van zijn aardse bezittingen, met name van zijn geliefde boeken, die hij op diverse plaatsen achterlaat in de stad (in casu Madrid).

Maar op een zeker moment [let op: spoiler alert!] komt Àgueda weer in zijn leven, een scharrel van 27 jaar geleden en een fysiek onaantrekkelijke vrouw die evenwel gezegend is met een onverwoestbaar hart van goud. Zij voorkomt dat hij de hand aan zichzelf slaat en verzoent hem ten slotte met het leven. En dat is dan ook het ware inzicht dat Toni opdoet, niet dat het leven naar en akelig is, maar dat er schoonheid schuilt in de imperfectie (wellicht een platitude, maar zoals Ilja Leonard Pfeijffer heeft betoogd gaat het niet om de inhoud van een verhaal, maar om de manier waarop je het vertelt, en wat dat betreft is Aramburu een meester).
De laatste, ontroerende woorden van het boek zijn daarom: ‘[...] vanochtend heb ik een boek gekocht.’

Hendrik Hutter is vertaler Spaans/Engels/Frans-Nederlands. Hij heeft onder andere boeken vertaald van Fernando Aramburu, Rosa Montero, Pere Cervantes, Fernando Savater, Martín Caparrós, Dumani Mandela, Alberto Barrera Tyszka en, last but not least, Diego Armando Maradona.