Nicolette Hoekmeijer vertaalde Carys Davies’ Clear als Helder, en daarmee haalde ze de shortlist van de Europese Literatuurprijs 2025! We vroegen haar haar vertaling toe te lichten. Lees over hoe twee mannen een taal vinden, nuances verloren gaan, en de zoektocht naar zachte regen.
- Lees een fragment uit Helder
- Lees Carys Davies' antwoorden op onze vragen
- Lees Reny van der Kamp over Clear
- Lees Lisanne de Zee over Carys Davies' West
- Lees de andere vertalers op de shortlist: Annet van der Heijden en Alyssia Sebes over Alana S. Portero, Irma Pieper over Ivan Klima en Adri Boon over Irene Solà
- Lees Hoekmeijer over het vertalen van Maggie Nelsons De Argonauten, Jess Walters Het nulpunt en Schitterende ruïnes en Tony Morrisons Een daad van barmhartigheid.
Twee mannen, op zoek naar een taal
Een van de hoofdpersonen van Carys Davies’ Clear is John Ferguson – een predikant die halverwege de negentiende eeuw, na een scheuring binnen de Schotse kerk zonder werk is komen te zitten. Hij laat zich in zijn wanhoop opzadelen met een in meerdere opzichten zeer dubieuze missie: Hij wordt door een landeigenaar naar een afgelegen eiland gestuurd. Het eiland heeft slechts één bewoner, Ivar, die John van het eiland moet zien te verwijderen, zodat het hele eiland kan worden bevolkt met schapen, die meer opbrengen dan pachters.
Ivar is de laatst overgebleven spreker van het Norn, een inmiddels uitgestorven Noord-Germaanse taal die vroeger werd gesproken op onder meer de Shetlandeilanden en de Orkneyeilanden. Een taal die John niet machtig is.
Ivar en John zijn op verschillende manieren volkomen van elkaar afhankelijk. Binnen een bestek van enkele weken zien we hoe John Norn leert en hoe er tussen Ivar en John communicatie ontstaat, en zich verdiept.
Nuances in taal: mime, toneelspel, denken
Het begint met concrete dingen, met aanwijzen en benoemen, het aanleggen van een woordenlijst. Eerst zelfstandig naamwoorden, de dingen om hen heen.
Al snel gaan de mannen handelingen uitbeelden en komen er werkwoorden bij. Daarna volgen de nuances, vaak door middel van mime en toneelspel.
Met die steeds genuanceerdere taal komen er ook steeds meer nuances in het denken en voelen. Zo raken de werelden van de mannen, en de mannen zelf, steeds inniger met elkaar verbonden.
Ook voor het begrip van de nuances grijpen de mannen logischerwijs veelal terug op de wereld om hen heen: veel natuur, zee, verschillende soorten wolken, miniem van elkaar verschillende weersgesteldheden.
Ik citeer [in mijn vertaling]:
Andere woorden waren lastiger, omdat ze vaak te maken hadden met variaties in het weer en de wind en het gedrag van het water, die voor Ivar heel duidelijk waren maar die John Ferguson niet met zekerheid kon duiden, of die hem in verwarring brachten – woorden als gilgal en skreul, pulter en yog, fester en dreetslengi, die allemaal een nauw omschreven en specifieke betekenis hadden waarbij zijn ervaring of zijn voorstellingsvermogen tekortschoot; met het gevoel dat hij in zekere zin had gefaald vertaalde hij ze allemaal als ‘een ruwe zee’.
Het ritme van zachte, lichte, motregen
De kunst bij het vertalen is om de beschrijvingen helemaal ‘in te drinken’, om in de beeldspraak te blijven, en vervolgens op zoek te gaan naar het Nederlandse equivalent dat precies die lading en associaties in zich draagt, en ook nog eens past binnen het ritme van de zinnen, die soms zacht of ingetogen deinen en soms heftiger tekeergaan.
Het regent veel – iets waar wij als Nederlanders natuurlijk ook wel verstand van hebben. In deze niet al te dikke roman regent het zeker tien keer. Hard, zacht, en alles daartussenin.
De eerste zin van hoofdstuk 2 luidt bijvoorbeeld: The weather was calm and it rained softly. Ik vertaalde Het was rustig weer en het regende zachtjes.
Maar regent het in Nederland eigenlijk wel zachtjes? Hebben wij het niet eerder over een lichte regen? Is Het was rustig weer en het regende licht dan beter? Hmmm, ik twijfel. Ergens vind ik licht mooier omdat er ook de algehele weersgesteldheid in resoneert: ‘licht’ lijkt ook een beeld op te roepen van een specifiek soort wolkendek. Maar iets aan de zin zit me niet helemaal lekker. Misschien de cadans.
Ik besluit het even te laten rusten.
Niet veel later regent het weer – een softly falling rain. Dat wil ik daar – ook vanwege het ritme – graag vertalen met een lichte regen.
Maar dat brengt me weer in de problemen, omdat ik het geen recht vind doen aan de nuances van de brontekst om die verschillende regens in het Nederlands twee keer precies hetzelfde te vertalen.
Zal ik het die eerste keer dan laten miezeren? Het past op zich prima, maar voor mijn gevoel kleeft er mismoedigs en venijnigs, iets hards, aan miezeren, wat niet past bij de zachtmoedige hoofdpersonen, noch bij de situatie en de setting. Ik denk dat het door de scherpe ie-klank komt.
Al sudderend valt me een paar dagen later, schijnbaar uit het niets, het woord motteren in. Een soort miezeren, maar dan zachter. Het was rustig weer en het motterde.
Voor mij zit het allemaal in dat ene woord, motteren: de context, de setting, de personages, de sfeer, de cadans.
Iemand vroeg me hoe ik op het woord motteren ben gekomen. Ik zou het niet kunnen zeggen. En precies dat is voor mij de magie van vertalen.Om met Don Draper uit Mad Men te spreken: Think about it deeply, and then let go.
Nicolette Hoekmeijer is docent aan de Vertalersvakschool in Amsterdam en vertaalde eerder onder andere werk van Maggie Nelson, Yaa Gyasi, Edward St. Aubyn, Nathan Englander, Toni Morrison, Kiran Desai, Edwidge Danticat en Candace Bushnell.