Een vriend raadde mij An Army of Lovers Cannot Fail van Helene Giannecchini aan. Het boek, een ode aan queer vriendschap, wakkerde mijn verlangen naar meer aan. Meer boeken over queer geschiedenis. Meer over liefde, meer over vriendschap. En welk beter moment om deze flinke stapel te tippen dan nu de World Pride voor de deur staat? Bart Nijensteen tipt twaalf (12) boeken.


Giannecchini's boek begint in Amsterdam, bij het Homomonument, waar een regel van de Joodse homoactivist Jacob Israël de Haan (Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen) op de roze driehoek gegraveerd staat. Wat volgt is een alternatieve vertelling van de queergeschiedenis aan de hand van gevonden voorwerpen, dagboeken, verhalen en interviews, met als focus de rol van queer vriendschap.

Giannecchini brengt onze queer voorouders op indrukwekkend levendige wijze tot leven, in archieven, aan eettafels of met haar eigen geliefden, en herinnert ons er vooral aan dat community historisch gezien van levensbelang was (en nog steeds is). Voor Israel de Haan was vriendschap dan wel een schuilterm voor (queer) liefde, maar Giannecchini laat zien dat die twee veel minder van elkaar verschillen dan vaak wordt gedacht. Een fantastisch boek. Hierna wil je alleen nog maar meer!

Zo had Roger Butler uit The Light of Day van Christopher Stephens en Louise Radnofsky ook niet misstaan in het boek van Giannecchini. Het verhaal van de eerste homoseksuele man die in Engeland publiekelijk uit de kast kwam, via een ingezonden brief in de krant, wordt verteld door Butlers goede vriend, de veel jongere Stephens. Met het gigantische archief dat Butler hem heeft nagelaten schrijft hij een verhaal waarin zowel de vriendschap tussen Butler en Stephens als Butlers rijke archief over de strijd voor gay rights als rode draad door het boek lopen. Dankzij hun intergenerationele vriendschap is dit fascinerende verhaal bewaard gebleven. Hartverwarmend!

Of Dora, Gerd en arts Magnus Hirschfeld uit Transgender pioniers van Alex Bakker, die in een mix van fictie en non-fictie het verhaal van de eerste transgender personen die medische zorg ontvingen optekent. Het decor, Berlijn in de jaren twintig, een villa naast de Tiergarten,  spreekt zeer tot de verbeelding. Of de achttiende-eeuwse Franse spion Charles d'Éon uit En garde van Lianne Damen, een trans vrouw avant la lettre. Bakker en Damen slagen er allebei bijzonder goed in deze historische figuren een waardige binnenwereld te geven.

En natuurlijk Baldwin: A Love Story. Aan de hand van Baldwins grote liefdes (een opzet die Giannecchini overigens zeer zou aanmoedigen) vertelt Boggs het verhaal van deze iconische schrijver. Zijn tijd in New York, Parijs en Istanbul. Een flinke opgave, met een inleiding van meer dan honderd pagina's, maar voor de liefhebber meer dan de moeite waard.

Of de biografie van Andrew Durbin over Baldwins tijdgenoten schilder Paul Thek en fotograaf Peter Hujar: The Wonderful World That Almost Was. Ik kende Hujar alleen van zijn foto Orgasmic Man (1969), die op de cover van A Little Life prijkt, maar verder waren deze twee mij grotendeels onbekend. In dit boek lopen vriendschap, liefde en kunstenaarschap in elkaar over, met alle pieken en dalen van dien. Een fantastisch onderzoek, gebaseerd op dagboeken en andere bronnen, ook van vrienden als Susan Sontag en Andy Warhol. De hoeveelheid bronnen (meer dan vierhonderd) en de precisie waarmee Durbin twee kunstenaarslevens schetst, zijn bewonderenswaardig, vooral omdat zowel Thek als Hujar een soms onverklaarbaar, maar daardoor des te interessanter leven leidde. Je moet wel gek zijn om zo'n boek te schrijven (of lezen), maar als je je als lezer eenmaal waant in de wereld van Hujar en Thek, wil je nooit meer weg.

Of de biografie over mijn held, Derek Jarman: The Authorised Biography van Tony Peake. Eerder noemde Jarman in zijn dagboek zijn vrienden een warme gloed en ook in dit boek wordt duidelijk dat zij een familiefunctie vervulden. Op de set, in de tuin of aan zijn ziekenhuisbed: voor Jarman waren zijn vrienden zijn grote liefde.

Het is geen toeval dat de aidscrisis in veel van deze boeken een prominente rol speelt. Zonder (medische) hulp van de politiek of hun eigen familie was de queer gemeenschap grotendeels op zichzelf aangewezen. Zo ook in het heruitgegeven Love Junkie van Robert Plunket, waarin deze geschiedenis op verrassend luchtige wijze verteld wordt. Een veertigjarige, getrouwde vrouw, verveeld door haar heteroseksuele bestaan, wordt verliefd op een homoseksuele pornoster. Ze valt à la Alice in Wonderland in de gaywereld van New York in de jaren tachtig: een wereld van glitter, glamour en een handel in gedragen onderbroeken, maar ook van een virus dat een complete gemeenschap verscheurt. Toch is dit veruit het luchtigste en grappigste boek van dit lijstje. Denk: Sex and the City meets Edmund White. En alsof dat nog niet genoeg is: Madonna heeft de filmrechten gekocht! Nu hopen dat ze zelf de hoofdrol vertolkt.

Dat roept ook de vraag op waar de Nederlandse aidsroman blijft. Natuurlijk is er Mystiek lichaam van Frans Kellendonk, een klassieker die ik tot voor kort nooit gelezen had, maar nu ten zeerste aanbeveel. Het verhaal over de familie Gijselhart (een oer-Hollandse gierige vader, een homoseksuele zoon en een enigszins hysterische dochter) leest als een modern sprookje, waarin aids (of, zoals zoon Leendert zegt: 'dat bizarre vierletterwoord') op fascinerende wijze wordt gethematiseerd. Maar naast Kellendonk is er weinig Nederlandse literatuur over aids.

Hoe dat kan vraagt ook onderzoeker Jesse van Amelsvoort zich onlangs af in de Volkskrant. Hij werkt aan een boek over het cultureel geheugen rondom hiv en aids. Wie zich ondertussen wil verdiepen in de geschiedenis, vindt in Queer geschiedenis van Nederland van Marijke Huisman een inclusieve reconstructie van het Nederlandse queer verleden, waarin gelukkig ook aandacht is voor Zwarte queer- en transgeschiedenis. Perspectieven die nog te vaak ontbreken. Of in Tussen feest en protest van Michiel Klaassen en Menno Sedee de geschiedenis van specifiek de Amsterdamse Pride.

Ook in het prachtige fotoboek A Queer Gaze van Marian Bakker, die het queer leven in de jaren tachtig en negentig in Nederland vastlegt, resoneren de thema's die al deze boeken met elkaar verbinden: liefde en vriendschap. Niet alleen als onderwerp, maar als overlevingsstrategie: de kracht waarmee een gemeenschap zichzelf, ondanks verlies en uitsluiting, steeds opnieuw weet te dragen.