Leesfragment: De kroon met twee pieken

12 september 2024, door Guido van Heulendonk

Nu op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs én de shortlist van de Libris Literatuurprijs: Guido van Heulendonks roman De kroon met twee pieken. Lees een fragment en koop dat boek!

De kroon met twee pieken inventariseert het leven van Werner Vrysoone, ambtenaar bij lokale overheden, en vader van twee dochters van wie er slechts een zijn eigen kind is.

Tussen de meisjes ontstaat een gespannen relatie die te maken heeft met botsende persoonlijkheden en traumatische verledens. In dit spanningsveld probeert Werner een goede vader te zijn, onpartijdig en betrokken. Buiten zijn wil om, echter, zal hij tot een bikkelharde keuze komen.

De kroon met twee pieken – een nieuwe roman van de meester van het ingenieus geconstrueerde verhaal – is een wervelende kroniek, caleidoscopisch gebouwd en vol eigenzinnige perspectiefwisselingen.



 

1.

En het gebeurde dat 2020 zijn einde naderde, en in de bijlagen de gebruikelijke lijstjes verschenen met het beste boek, de beste film of de belangrijkste gebeurtenis van het jaar.
Nadat hij in de laatste categorie vergeefs had gezocht naar een top drie zonder corona, legde Werner Vrysoone zijn krant opzij en roerde een extra suikerklontje door zijn thee.
Het was een natte, grijze middag in december – zo’n typisch weertje waarbij je dacht: fuck diabetes. Laat suiker het antidotum zijn tegen het komende duister.
In de badkamer zong Mary Jane.
‘On a Little Street in Singapore.’
Hij reconstrueerde de tekst uit de gesmoorde klanken die hem bereikten. Dat was makkelijk – ze zong het lied vaak, hij kende het inmiddels vanbuiten. Soms probeerde hij mee te zingen, maar dan maakte hij zich telkens belachelijk. De lome, jazzy melodie was veel te subtiel voor zijn Vlaamse stembanden. Dat Bob Dylan met zijn rauwe rasp er zoiets moois van had kunnen maken, was iets wat hem telkens weer verbaasde als hij Fallen Angels oplegde.
‘On a little street in Singapore/ We’d meet beside a lotus-covered door/ A veil of moonlight on her lonely face.’
Elkaar vinden in een kleine straat. In Singapore. Naast een deur behangen met lotusbloemen. En een maanlichtsluier over haar eenzame gezicht.
Mooi. Maar zo was het niet gegaan. Het was een banale borrel geweest bij gemeenschappelijke vrienden. Weliswaar ook ver weg, maar niet in Singapore. Toch, iedere keer als Mary Jane het lied zong, leek het hem alsof ze elkaar werkelijk zo ontmoet hadden.
En Mary Jane kwám uit Singapore – dat klopte dan weer wel.
Je kan niet alles willen.

Werner Vrysoone stond op, ging naar het raam. Op de verre ring, vele verdiepingen onder hem, begon het mistige verkeer samen te klonteren tot een lange, kronkelende slang, waarin koplampen en staartlichten evenzovele ogen leken op zoek naar de avond, die ongetwijfeld een even mat schouwspel zou bieden als de avond van gisteren, of de dag ervoor, of de dag dáárvoor, waarvan hij zich al niet meer herinnerde of dat een dinsdag of een woensdag was geweest.
Hij dronk zijn thee, rechtop, zijn blik op het grootstedelijk panorama gericht, de kathedraal, de kranen van de haven, waarboven – heel kort – een vliegtuig een laatste zonnestraal ving voor het verdween in een zwart wolkencomplex. Hij prees zich gelukkig niet aan boord te zijn.
Hij dacht: gesteld dat ik een lijstje moest opstellen, wat zou ik bovenaan zetten?
Voor boeken en films had hij te weinig expertise, vond hij. Belangrijkste gebeurtenis? Hij aarzelde. Naast hem stond een foto van kleinzoon Anton op de kast: tien geworden in november. Aan de kersttafel straks, bij de cognac, zou hij dat misschien kiezen. Maar hier was hij alleen. Hij dwong krantenkoppen naar boven. Kwam niet veel verder dan covid, of de Amerikaanse verkiezingen. Tot opeens – in de slipstream van Mary Janes gezang – een dag in juli zich aandiende. Hij wist niet meer precies welke, maar het was zeker juli geweest.
‘And when the lights are low, and it’s time to go...’
Hij knikte tegen zijn silhouet in het raam en dacht: ja, laten we dat nemen: de dood van Peter Green.

Het bericht had Werner Vrysoone werkelijk geraakt. Hij herinnerde zich zelfs, een beetje tot zijn eigen verbazing, exact waar hij was toen het op de radio kwam: in de draaistoel van Ronny, zijn licht astmatische kapper, die in plaats van een mondmasker een van die transparante speekselbakjes voor zijn baard had gebonden, waarover Werner had gehoord dat hun efficiëntiegraad tegen virusuitstoot nul was. Hij zat dan ook al de hele tijd Ronny’s pogingen tot dialoog af te blokken, elke aanzet naar politiek, het weer of de pandemie meteen de nek omwringend met een kort ‘zeker’, ‘h-hm’ of ‘precies’, toen het journaal eindigde met de mededeling dat Peter Green gestorven was. Oprichter van Fleetwood Mac, zei de nieuwslezer, een van de meest succesvolle bands uit de rockgeschiedenis. Vredig vertrokken in zijn slaap, drieënzeventig jaar oud, volgens de familie.
‘Wenkbrauwtjes ook?’ vroeg Ronny.
Werner keek in de spiegel naar de wenkbrauwtjes in kwestie en zag, zelfs zonder bril, de woeste, grijszwarte woekering die boven elk van zijn ogen als kreupelhout alle kanten uit schoot.
‘Nee,’ zei hij.
De haargroei van oudere mannen zette in bepaalde zones soms een eindspurt in, dat was algemeen bekend, en als overtuigd darwinist ging Werner ervan uit dat daar een evolutionaire reden voor was, en er dus existentieel voordeel bij te rapen viel. Dat wou hij niet mislopen, zelfs al bleef onduidelijk wat dat voordeel dan precies inhield. Bovendien vond hij zo’n perceeltje aanwas wel iets hebben. Het deed hem denken aan oude portretten, van vroege Amerikaanse presidenten bijvoorbeeld: gezichten vol wijze gestrengheid en diep in geschiedenis verankerde autoriteit.
Ronny, die kam en schaar al had geheven, schudde het hoofd en liet zijn tuig weer zakken. En toen zei de klant bij het raam – een veertiger waarop Ronny’s vrouw een glimmende kuif aan het bouwen was – dat Fleetwood Mac een schitterende groep was. Onsterfelijke muziek, zei hij, en dat zelfs zijn kinderen ervan hielden.
‘Terecht,’ knikte Mireille, haar palmen nog eens insmerend en ze rond de haarzuil passend, die steeds hoger werd. Werner dacht aan pottenbakkers.
‘Go Your Own Way,’ zei de kuif, ‘Don’t Stop, Second Hand News – werkelijk prachtige nummers.’
Werner aarzelde, maar greep niet in. Zei niet dat Peter Green met die songs niets te maken had. Niets te maken had met het mainstream popgroepje waartoe Fleetwood Mac was verwaterd nadat Green was opgestapt. Dat de genoemde hits even ver afstonden van Greens geniale muziek als André Rieu van Mozart. Dat de oorspronkelijke Britse Mac evenveel te maken had met de latere Amerikaanse versie als yorkshirepudding met hotdogs.
Hij voelde nochtans een grote drang om dat te zeggen, een soort opstandig protest bijna, dat hem een moment veertig jaar jonger maakte, maar hij zweeg. Enerzijds omdat hij geen speekselsproeiend debat wou, anderzijds omdat hem ook opeens diepe weemoed beving, een zweem van verdriet zelfs, wat natuurlijk belachelijk was maar het viel niet te ontkennen. En toen hij op straat stond, voegde zich daar ook nog eens schuld bij, alsof hij door zijn zwijgen verraad had gepleegd, tegenover zichzelf, maar ook tegenover Green. Alsof hij een oude vriend in de steek had gelaten. Conny misschien ook. Maar dat herriep hij vrijwel meteen. En iets zei hem dat Conny hem gelijk zou hebben gegeven.
Hij stapte in de taxi en nog voor hij zijn masker weer had opgezet, stroomden zijn ogen, en – leek het – de hele wagen vol.

 

Copyright © 2024 Guido van Heulendonk

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3