Leesfragment: De tweelingen-trilogie

02 september 2024, door Ágota Kristóf

Een van de tips van Thomas Heerma van Voss (Het archief) is Ágota Kristófs De tweelingen-trilogie. Het dikke schrift. Het bewijs. De derde leugen (Le grand cahier, La preuve, Le troisième mensonge), uit het Frans vertaald door Henne van der Kooy. Lees bij ons een fragment en bestel je boek!

De tweelingentrilogie is een wreed, urgent drieluik over wat oorlog en ballingschap met mensen doet. Een meedogenloos beklemmend verhaal, verteld met de rauwe eenvoud van een sprookje, dat afpelt tot de duisterste kanten van de mens.

  • ‘Ágota Kristóf weet dat weemoed en onwetendheid niet van elkaar te scheiden zijn, dat vorm, stijl en inhoud onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dat de beste literatuur de menselijke smerigheid behoedzaam omarmt.’ — Arnon Grunberg
  • ‘Ágota Kristóf. De geheimtip onder boekhandelaren eindelijk opnieuw beschikbaar.’ — Steven Van Ammel, Passa Porta
  • ‘Literatuur met een angel. Een beklijvende leestrip die je de adem beneemt en de grond onder je voeten doet wegzakken.’ — Gert De Bie, Boekhandel Het Voorwoord
  • ‘Dit boek verdient meer lezers. Het maakte een verpletterende indruk op me. Heftig en rauw. Indrukwekkend!’ — Wicher van den Bemt, Boomker Boeken
  • ‘Kristóf laat niets van haar lezers heel. Een tijdloos literair monument over de wreedheid van oorlog.’ — Bart Nijensteen, Athenaeum Boekhandel Zuidoost
  • ‘Het contrast tussen het eenvoudige taalgebruik van de kinderen en de gruwelijke realiteit die daarachter schuilgaat, grijpt je naar de keel. Dit meesterwerk zou áltijd beschikbaar moeten zijn in de boekhandel!’ — Lies Van Den Berghe, Boekhandel Barbóék
  • ‘Een klap in je gezicht. De directheid van dit boek en de uitgebeende taal zijn onverbiddelijk.’ — Ellen Vonken, Libris Voorhoeve
  • ‘Kristófs schrijven treft doel als een verwonding.’ – La Quinzaine Littéraire
  • ‘Een briljant eerbetoon aan de literatuur. Hoe lezen en schrijven – verheven tot vertelmagie – de mens rechtop houden. Hoe leeg en beproevend het leven ook kan zijn.’ – Aftonbladet

Ágota Kristóf (1935-2011) werd in 1935 geboren in Hongarije, dat ze in 1956 met haar gezin ontvluchtte. Ze kwam terecht in Neuchâtel, waar ze in een horlogefabriek werkte. Haar meesterwerk, de tweelingentrilogie, schreef ze in het Frans, de taal van haar ballingschap. Kristófs werk wordt in meer dan veertig talen uitgegeven en wordt gezien als een hoogtepunt van het Europese postmodernisme. Ze overleed in 2011.



 

Het dikke schrift

De aankomst bij grootmoeder

Wij komen uit de Grote Stad. Wij hebben de hele dag gereisd. Onze Moeder heeft rode ogen. Zij draagt een grote kartonnen doos en elk van ons twee een koffertje met zijn kleren, plus het grote woordenboek van onze Vader, dat we aan elkaar overgeven als onze armen moe zijn.
Wij lopen lang. Het huis van Grootmoeder is ver van het station, aan het andere eind van de Kleine Stad. Hier zijn geen tram, geen bus, geen auto’s. Er rijden hier alleen een paar vrachtwagens.
Er zijn weinig mensen op straat, de stad is stil. Wij kunnen het geluid van onze voetstappen horen; wij lopen zonder te spreken, onze Moeder in het midden, tussen ons in.
Voor de ingang van Grootmoeders tuin zegt onze Moeder:
‘Wacht hier op mij.’
Wij wachten een poosje, dan gaan wij de tuin in, wij lopen om het huis heen, wij hurken onder het raam waar de stemmen vandaan komen. De stem van onze Moeder:
‘Er is bij ons niets meer te eten, geen brood, geen vlees, geen groente, geen melk. Niets. Ik kan niet meer voor hun voeding zorgen.’
Een andere stem zegt:
‘En toen herinnerde je je mij weer. Tien jaar lang heb je je niets herinnerd. Je bent niet gekomen, je hebt niet geschreven.’
Onze Moeder zegt:
‘U weet best waarom. Ik hield van hem, van mijn vader.’
De andere stem zegt:
‘Ja, en nu herinner jij je dat je ook een moeder hebt. Jij komt hierheen en vraagt mij je te helpen.’
Onze Moeder zegt:
‘Ik vraag niets voor mezelf. Ik zou alleen graag willen dat mijn kinderen deze oorlog overleven. De Grote Stad wordt dag en nacht gebombardeerd en er is geen eten meer. De kinderen worden naar het platteland gebracht, naar familie of naar vreemden, waar dan ook.’
De andere stem zegt:
‘Had ze daar dan heen gestuurd, naar vreemden, naar waar dan ook.’
Onze Moeder zegt:
‘Het zijn uw kleinzoons.’
‘Mijn kleinzoons? Ik ken ze niet eens. Hoeveel zijn het er?’
‘Twee. Twee jongens. Een tweeling.’
De andere stem vraagt:
‘Wat heb je met de andere gedaan?’ Onze Moeder vraagt:
‘Welke andere?’
‘Teven werpen vier of vijf jongen tegelijk. Je houdt er één of twee van, de andere verdrink je.’
De andere stem lacht heel hard. Onze Moeder zegt niets en de andere stem vraagt:
‘Hebben ze een vader, tenminste? Je bent niet getrouwd voor zover ik weet. Ik ben niet op je huwelijk uitgenodigd.’
‘Ik ben getrouwd. Hun vader is aan het front. Ik heb al zes maanden niets gehoord.’
‘Dan kun je die alvast wel afschrijven.’
De andere stem lacht opnieuw, onze Moeder huilt. Wij gaan terug naar het tuinpoortje.
Onze Moeder komt het huis uit met een oude vrouw
Onze Moeder zegt tegen ons:
‘Dit is jullie Grootmoeder. Jullie blijven een tijdje bij haar, tot het eind van de oorlog.’
Onze Grootmoeder zegt:
‘Dat kan lang duren. Maar ik zal ze laten werken, wees maar niet bang. Het eten is hier niet gratis.’
Onze Moeder zegt:
‘Ik zal u geld sturen. In de koffertjes zitten hun kleren. En in de doos lakens en dekens. Wees lief, kleintjes. Ik zal jullie schrijven.’
Zij kust ons en loopt huilend weg.
Grootmoeder lacht heel hard en zegt tegen ons:
‘Lakens, dekens! Witte hemden en lakschoenen! Ik zal jullie leren wat het leven is.’
Wij steken onze tong uit naar onze Grootmoeder. Zij lacht nog harder en slaat zich op de dijen.

Grootmoeders huis

Grootmoeders huis staat op vijf minuten lopen van de laatste huizen van de Kleine Stad. Daarna is er alleen nog de stoffige weg, die al spoedig door een slagboom wordt afgesloten. Het is verboden nog verder te gaan, een soldaat houdt er de wacht. Hij heeft een pistoolmitrailleur, een verrekijker, en als het regent schuilt hij in een wachthuisje. Wij weten dat er achter de slagboom, verscholen achter de bomen, een geheim legerkamp is en achter het legerkamp de grens, en een ander land.
Rondom Grootmoeders huis ligt een tuin met achteraan een riviertje, daarachter is het bos.
In de tuin staan allerlei soorten groenten en vruchtbomen. In een hoek staan een konijnenhok, een kippenhok, een varkenshok en een schuurtje voor de geiten. Wij hebben geprobeerd op de rug van het dikste varken te klimmen, maar het is onmogelijk erop te blijven zitten.
De groenten, de vruchten, de eenden en de kippen worden door Grootmoeder op de markt verkocht, net als de kippen- en de eendeneieren en de geitenkaasjes. De varkens worden verkocht aan de slager, die er met geld, maar ook met hammen en gerookte worsten voor betaalt.
Dan is er nog een hond om op de dieven te jagen en een kat om op de muizen en de ratten te jagen. Wij mogen hem geen eten geven, zodat hij altijd honger heeft.
Grootmoeder heeft ook nog een wijngaard aan de overkant van de weg.
Men komt het huis binnen door de keuken, die groot is en warm. Het vuur brandt de hele dag in het houtfornuis. Bij het raam staan een enorme tafel en een hoekbank. Op die bank slapen wij.
Van de keuken gaat een deur naar Grootmoeders kamer, maar die is altijd op slot. Alleen Grootmoeder gaat erdoor, ’s avonds, om te slapen.
Er is een andere kamer waar men in kan zonder door de keuken te gaan, rechtstreeks uit de tuin. Die kamer wordt bewoond door een Buitenlandse officier. De deur ervan is ook op slot.
Onder het huis is een kelder vol etenswaren en onder het dak een vliering waar Grootmoeder niet meer komt sinds wij de ladder hebben doorgezaagd en zij viel en zich bezeerde. De toegang tot de vliering is precies boven de deur van de officier en wij klimmen naar boven met een touw. Boven verbergen wij het opstelschrift, het woordenboek van onze Vader en andere dingen die wij moeten verstoppen.
Weldra hebben wij een sleutel gemaakt, die op alle deuren past en wij boren gaten in de vloer van de vliering. Met de sleutel kunnen wij als er niemand is ongehinderd overal in huis komen en door de gaten kunnen wij Grootmoeder en de officier in hun kamers bespieden zonder dat zij het weten.

 

© Nederlandse vertaling: Henne van der Kooy

Gerelateerde boeken

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2