Leesfragment: De Burgess-broers

22 september 2025, door Elizabeth Strout

Vanaf morgen in de boekhandel, en woensdag op het ILFU: Elizabeth Strouts roman De Burgess-broers (The Burgess Boys), nu vertaald door Inge Kok! Wij publiceren voor. Lees nu een fragment en reserveer je boek.

De broers Jim en Bob Burgess zijn jaren geleden vertrokken uit het slaperige Shirley Falls in Maine. Jim is een succesvolle bedrijfsjurist in Manhattan. De jongere Bob heeft zich verzoend met een carrière in de rechtsbijstand. Sinds hun vroege jeugd staat hun soms broze band in het teken van een tragisch ongeluk dat hun vader het leven kostte.
Wanneer hun geboortestad wordt opgeschrikt door een haatmisdrijf, dat nota bene door hun eigen neef is gepleegd, voelen Jim en Bob zich geroepen om de gemeenschap en hun familie te hulp te schieten. En dus keren de Burgess-broers terug naar de coulissen van hun jeugd, waar oude spanningen aan de oppervlakte komen die hen voorgoed zullen veranderen.

Het ontbrekende puzzelstuk in de populaire Lucy Barton-serie.



 

Proloog

Mijn moeder en ik hadden het vaak over de familie Burgess. ‘De Burgess-kinderen’, noemde ze hen. We hadden het voornamelijk over hen als we elkaar belden, omdat ik in New York woonde en zij in Maine. Maar we hadden het ook over hen als ik haar opzocht en in het hotel in de buurt logeerde. Mijn moeder was niet in veel hotels geweest en het werd een van onze favoriete bezigheden: in een kamer – groene muren met sjabloonafdrukken van roze rozen – zitten praten over het verleden, wie uit Shirley Falls was vertrokken, wie er was gebleven. ‘Ik moet veel aan die Burgess-kinderen denken,’ zei ze dan, terwijl ze het gordijn wegtrok en naar de berkenbomen keek.
De Burgess-kinderen hielden haar bezig, denk ik, omdat hun ellende zich in het openbaar had afgespeeld, en ook omdat mijn moeder hen jaren geleden in de vierde klas van de zondagsschool had gehad. Ze gaf de voorkeur aan de jongens. Aan Jim, omdat hij toen ook al kwaad was en die woede voor haar gevoel probeerde te beheersen, en aan Bob, omdat hij een groot hart had. Ze gaf niet veel om Susan. ‘Dat gold bij mijn weten voor iedereen,’ zei ze.
‘Susan was knap toen ze klein was,’ herinnerde ik me. ‘Ze had van die krullen en grote ogen.’
‘En toen kreeg ze die geschifte zoon.’
‘Treurig,’ zei ik.
‘Er zijn heel veel dingen treurig,’ zei mijn moeder. Mijn moeder en ik waren toen inmiddels allebei weduwe, en het was altijd even stil nadat ze dit had gezegd. Vervolgens voegde een van ons eraan toe dat het zo fijn was dat Bob Burgess uiteindelijk een goede vrouw had gevonden. De vrouw, Bobs tweede en naar we hoopten zijn laatste, was een unitarische voorganger. Mijn moeder hield niet van unitariërs; ze dacht dat het atheïsten waren die de pret van Kerstmis niet wilden missen, maar Margaret Estaver kwam uit Maine, en dat was voldoende. ‘Bob had met iemand uit New York kunnen trouwen nadat hij daar zo lang had gewoond. Moet je zien wat er met Jim is gebeurd, nadat hij met die snob uit Connecticut trouwde,’ zei mijn moeder.
We hadden het natuurlijk vaak over Jim gehad: zijn vertrek uit Maine nadat hij op het ministerie van Justitie van Maine de supervisie had gehad over moordzaken, onze hoop dat hij zich kandidaat zou stellen voor de gouverneursverkiezingen, het raadsel waarom hij dat ineens niet had gedaan, en daarna hadden we het – uiteraard – over hem gehad in het jaar van het Wally Packer-proces, toen Jim elke avond op het nieuws was. Het proces vond plaats toen het voor het eerst was toegestaan om rechtszaken op televisie uit te zenden, en een jaar later zou O.J. Simpson de herinnering van veel mensen aan de zaak Packer overschaduwen, maar tot dat moment waren er in het hele land fans van Jim Burgess, die vol verbazing keken hoe hij vrijspraak kreeg voor de soulzanger Wally Packer met zijn zachtmoedige gezicht, die met zijn croonende stem (Take this burden from me, the burden of my love) het grootste deel van onze generatie naar de volwassenheid had geleid. Wally Packer, die naar verluidt iemand had betaald om zijn witte vriendin te doden. Jim liet het proces plaatsvinden in Hartford, waar ras een factor van betekenis was, en hij zou de juryleden op een briljante manier hebben geselecteerd. Vervolgens beschreef hij welsprekend en met niet-aflatend geduld hoe misleidend het weefsel kon zijn waarin de essentiële elementen van crimineel gedrag, intentie en handeling, tot een geheel waren gesponnen – of in deze zaak, beweerde hij, juist niet tot een geheel waren gesponnen. Er stonden spotprenten in nationale tijdschriften, op een ervan was een vrouw te zien die naar haar rommelige woonkamer staarde met het opschrift: ‘Als ik de intentie heb dat deze kamer schoon wordt, wanneer wordt hij dan schoon?’ Opiniepeilingen toonden aan dat de meeste mensen net als mijn moeder en ik geloofden dat Wally Packer schuldig was. Maar Jim was verbluffend en werd daardoor beroemd. (Enkele tijdschriften zetten hem op een lijstje als een van de meest sexy mannen van 1993, en zelfs mijn moeder, die elke verwijzing naar seks verfoeide, nam hem dat niet kwalijk.) Er werd gezegd dat O.J. Simpson Jim in zijn ‘droomteam’ wilde hebben; daar werd druk over gepraat op de televisiezenders, maar zonder enig commentaar uit het Burgess-kamp kwam men tot de conclusie dat Jim ‘op zijn lauweren rustte’. De strafzaak tegen Packer had mijn moeder en mij iets gegeven om over te praten in een periode waarin we niet erg met elkaar ingenomen waren. Maar dat was voorbij. Als ik nu uit Maine vertrok, gaf ik mijn moeder een zoen en zei ik dat ik van haar hield en zij zei hetzelfde tegen mij.
Weer terug in New York, waar ik haar op een avond in mijn appartement op de vijfentwintigste verdieping belde, terwijl ik door het raam keek hoe de avondschemering de stad raakte en lichtjes als vuurvliegjes verschenen in de velden van gebouwen die zich voor me uitstrekten, zei ik: ‘Weet je nog dat Bobs moeder hem naar een psych stuurde? De kinderen praatten erover op het schoolplein. “Bobby Burgess moet naar een gekkendokter.”’
‘Kinderen zijn vreselijk,’ zei mijn moeder. ‘Werkelijk waar.’
‘Het was lang geleden,’ vergoelijkte ik. ‘In die tijd ging niemand naar een psychiater.’
‘Dat is wel veranderd,’ zei mijn moeder. ‘Mensen met wie ik ga squaredansen hebben kinderen die naar therapeuten gaan en ze lijken allemaal een of andere pil te slikken. Ik moet zeggen dat daar ook niet meer over wordt gezwegen.’
‘Herinner jij je vader Burgess nog?’ Dat had ik haar al eerder gevraagd. Dat deden we nu eenmaal, we herhaalden dingen die we al wisten.
‘Jazeker. Lang, weet ik nog. Werkte in de fabriek. Een voorman, geloof ik. En toen bleef ze helemaal alleen achter.’
‘En ze is nooit meer hertrouwd.’
‘Nooit meer hertrouwd,’ zei mijn moeder. ‘Ik weet niet wat haar kansen waren in die tijd. Drie kleine kinderen. Jim, Bob en Sue.’

Het huis van de familie Burgess lag ongeveer anderhalve kilometer buiten het centrum. Een klein huis, maar de meeste huizen in dat deel van Shirley Falls waren klein, of niet groot. Het huis was geel en stond op een heuvel met aan één kant een wei die in het voorjaar zo heldergroen was dat ik als kind wenste, weet ik nog, dat ik een koe was, zodat ik de hele dag op dat malse gras kon kauwen, zo heerlijk zag het eruit. Er stonden geen koeien in de wei bij het huis van de familie Burgess, er was niet eens een moestuin, het gaf gewoon even het gevoel van boerenland in de buurt van de stad. ’s Zomers was mevrouw Burgess soms in de voortuin, sleepte ze een tuinslang om een struik heen, maar doordat het huis op een heuvel lag, leek ze altijd ver weg en klein, en ze beantwoordde nooit mijn vaders wuivende gebaar wanneer we langsreden, vermoedelijk omdat ze het niet zag.
Er wordt gedacht dat kleine stadjes bruisen van roddels, maar als kind heb ik de volwassenen zelden over andere gezinnen horen praten, en de toestand bij de familie Burgess werd net zo verwerkt als alle andere tragedies, zoals de arme Bunny Fogg die van haar keldertrap viel en pas drie dagen later werd gevonden, of mevrouw Hammond die een hersentumor kreeg toen haar kinderen net elders waren gaan studeren, of de gekke Annie Day die haar jurk optrok waar jongens bij waren, hoewel ze al bijna twintig was en nog steeds op school zat. Het waren de kinderen – vooral de jongere, wij – die roddelden en onaardig waren. De volwassenen wezen ons streng terecht, dus als iemand een kind op het schoolplein hoorde zeggen dat Bobby Burgess ‘de jongen was die zijn vader had gedood’ of ‘naar een gekkendokter moest’, dan werd de overtreder naar de kamer van de directeur gestuurd, werden de ouders gebeld en kreeg het kind geen tussendoortje voor de pauze. Dat gebeurde niet vaak.

[…]

 

© 2013 Elizabeth Strout
© 2014 nawoord Elizabeth Strout
© 2025 Nederlandse vertaling Inge Kok

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2