Exclusief voor Athenaeum | Scheltema bewerkte Dieuwertje Mertens een fragment uit haar roman Moeders. Heiligen tot een kerstverhaal. We delen het uit in onze boekhandels, maar je kunt het ook hier lezen. We wensen je fijne leesdagen!

Dus je wilt dat ik over mijn bevalling vertel, Mercedes?
Leuk dat een vrouw 2025 jaar na dato eens aan mij vraagt hoe het was. Weet je hoeveel wilde verhalen van kerkvaders de ronde doen? In de verbeelding van deze zedenprekers heb ik lichaam, noch stem. Hocus Pocus Pilatus Pas, dat daar ineens het kindje Jezus was.
De heilige Bonaventura schreef bijna 1300 jaar na mijn bevalling:
De maagd rees op en stond rechtop tegen een kolom die daar stond. Maar Jozef bleef gezeten... nam wat hooi uit de kribbe, legde het aan de voeten van onze lieve Vrouw en wendde zich af. Toen kwam de Zoon van de eeuwige God uit de moederschoot zonder enig geruis of letsel, in een oogwenk.
Geloof je dat, Mercedes? Zie je hoe een man die nota bene de bijnaam ‘de dokter van het lijden’ had, het mijne terugbracht tot ‘een oogwenk’? Maar de details, waarover hij lang en diep heeft nagedacht, ontroeren me. Hij gaf me een kolom - een object om tegenaan te leunen -, want het lukte Bonaventura toch niet om een geheel pijnloze voorstelling van zaken te maken. En wat deed die man van mij? Wendde hij zijn blik af om mijn kuisheid te bewaren of om de gruwel niet te hoeven aanschouwen?
We kunnen de arme Bonaventura zijn gebrekkige voorstellingsvermogen niet kwalijk nemen: hij was een broedermaagd en had van het vrouwenlichaam geen benul. Toch wilde hij de mensen geruststellen: geen geruis, geen letsel; ‘een oogwenk’.
In de zestiende eeuw verklaarde broeder Francisco Suárez het uitblijven van de pijn als volgt:
Die kommervolle uitputting die alle vrouwen belast, heeft alleen zij niet ervaren die als enige heeft ontvangen zonder lustgevoelens.
De waarheid is: vele vrouwen hebben ontvangen zonder lustgevoelens, maar ik ben niet een van hen. Halleluhja!
Maar als we baren zijn we gelijk in onze strijd op leven en dood. Hoeveel vrouwen hebben in hun barensnood niet tot mij gebeden? Die kommervolle uitputting vergeten we nooit, ze transformeert ons. Er is een voor en een na: een zielsverhuizing.
Ik heb om Ima geroepen. Was het niet de ster boven Bethlehem die de wijzen uit het Oosten de weg naar de stal wees, dan was het wel mijn geschreeuw dat tot ver buiten de stad tot in de heuvels te horen moet zijn geweest. Jozef had zijn gezicht misschien wel graag willen afwenden, maar hij móést me helpen. Hij legde hooi op de vloer, waar ik op handen en knieën de weeën opving. Hij wreef over mijn rug terwijl ik perste. Tussen mijn benen stond de wereld in brand tot ik eindelijk werd verlost en Jozef Jezus aannam in zijn grote eeltige handen: een glibberig klein roze diertje, weerloos en onthutst. Zo rechtstreeks uit de vrouwenschoot had Jozef geen van zijn kinderen ontvangen. Tranen liepen over zijn wangen. Ons kindje huilde met hem mee met wijd opengesperde mond. Ik drukte hem tegen mijn borst en de liefde begon te stromen.
Rara, hoe blijft een maagd na een bevalling ongeschonden?
Volgens een Franse legende ging Jozef een vroedvrouw zoeken en kwam hij met Zebel bij de stal net nadat Jezus was geboren. Zij bukte, voelde tussen mijn benen en riep blij: ‘Een maagd heeft gebaard!’ Haar collega Salomé zei: ‘Dat geloof ik pas als ik met mijn vinger haar toestand heb onderzocht.’
Toen ze onder mijn rokken voelde of het maagdenvlies nog intact was, begon ze te krijsen. Ze stak een zwart stompje in de lucht. Haar hand was in het vuur van ongeloof verbrand en verkoold.
Salomé viel op haar knieën en bad tot de Heer. Hij zond de engel Gabriël. Die zei: ‘Als u bereid bent het kind vast te houden, zal u een groot geluk ten deel vallen.’ Ze luisterde naar hem en smeekte me om Jezus even te mogen vasthouden met haar verkoolde handje. Ik stemde in, waarop ze genas.
O wat een wonder!