Leesfragment: Strovuur

08 maart 2025, door Gerwin van der Werf

Gerwin van der Werf heeft het Boekenweekgeschenk 2025 geschreven: De krater. Het geschenk, dat de winnaar is van een novellewedstrijd, is ons cadeau bij besteding vanaf € 15,- aan boeken tijdens de Boekenweek (12 t/m 23 maart). Tijd om de schrijver beter te leren kennen, tijd voor een fragment uit Strovuur (2020). Lees de eerste pagina’s en koop dat boek!

In Strovuur van Gerwin van der Werf besluit de zeventienjarige Fay aan het einde van een bloedhete zomer om met haar neef Elvin naar Parijs te reizen. Fay draagt een groot verdriet met zich mee, Elvin heeft een kort lontje, zijn Mitsubishi Sapporo heeft zijn beste tijd gehad. Ze komen dan ook al snel in de problemen: een hoop pech en vreemde ontmoetingen op het sinistere Vlaamse en Franse platteland maken van de reis een beproeving. Als Fay een zestiende-eeuws koorboek uit een klooster steelt, dreigt de boel te escaleren. Maar wat gebeurt er echt en wat zit er in Fays hoofd?

Strovuur is een roadnovel met de bravoure van de jeugd. Zelden wist een schrijver de stem van een jong meisje zo goed te vangen.



 

Eerste dag

I

Elvin en ik, we zouden naar Parijs maar we eindigden in Kruishoutem. Tenminste, zo kan je het zien. Je kan ook zeggen dat alles begon in Kruishoutem, dat klinkt ook wel goed, ‘het begon in Kruishoutem...’, dan is je verhaal al bijna af.
Mijn verhaal bedoel ik.
Ik ben Fay, zeventien jaar, ik heb een tattoo op mijn schouder en een gaatje in mijn hart. Verder ben ik normaal, je ziet niks aan me, ik ben goed in niet opvallen. Mijn moeder weet het niet eens, van die tattoo bedoel ik, niemand weet het, behalve Elvin. Elvin is mijn neef, hij is twintig en heeft geen tattoo maar wel een gele Mitsubishi Sapporo coupé uit 1980 met een grijs interieur en fijne zachte bekleding op de stoelen. Elvin noemt zijn auto ‘De Sapporno’, dan heb je meteen een idee van zijn humor. Ik noem het een verroeste pauperbak. Dat heeft niets met humor te maken, het is gewoon een feit. Hoewel, voor een auto van veertig jaar oud valt het wel mee met die roest, als je door je wimpers kijkt kan je net als Elvin prima negeren dat de auto van onderaf oplost, als een koekje dat je in de thee doopt.
Daarmee gingen we dus naar Parijs.
Ik had tegen Elvin gezegd dat hij niet mocht roken in de auto. Het was mijn manier om de baas te blijven tijdens de trip, door te zeggen dat hij iets niet mocht. Door mijn strenge verbod schoten we niet erg op want hij stopte zowat bij iedere P voor een rookpauze. Zo stonden we op een smerig terreintje net over de grens in de volle zon, Elvin stond tegen het geopende portier, met de rug naar mij toe. De rook kringelde de auto in, en dat had hij best in de gaten. Ik zat onderuitgezakt met gebogen knieën en de zolen van mijn sneakers tegen het dashboard geplant, een houding waarmee ik probeerde uit te drukken dat die lange rookpauzes van hem me totaal niet boeiden en dat ik nog steeds de baas was. Vergeleken met de auto’s die je nu ziet was het dashboard van de Sapporo mooi en strak, er zaten vijf ronde metertjes in: snelheid, toerental, benzine, en verder weet ik het niet, eromheen een fraai gevormde boog, een soort overkapping die eindigde waar ik mijn linkervoet had gezet. Het stuurwiel was het mooiste, het was groot, heel rank en zat op één punt vast – aan de onderkant, waardoor het leek alsof het zweefde. Ja, het klinkt misschien niet zo interessant, maar dat was waar ik de hele dag zo’n beetje naar keek. Achter de smalle versnellingspook zat een stokoude autoradio met een grote draaiknop waarmee je de zenders moest zoeken in al het gekraak eromheen. Dat vond ik leuk om te doen, het voelde alsof je je favoriete muziek met engelengeduld uit de ruisende kosmos plukte. Nu was de radio uitgeschakeld, want als we stilstonden trok hij de accu leeg, volgens Elvin. Vanonder de motorkap kwamen korte tikjes, om de paar tellen. En het was warm, warm, warm. Drie kraaien pikten papiersnippers uit een vuilnisbak, om en om alsof het een spelletje was. Er zijn zeventienjarigen die al heel wat bereikt hebben, die volle zalen toespreken of ergens kampioen in zijn. Er zijn zeventienjarigen die staan te springen om hun examenjaar in te gaan. Ik zat in een oude auto, in de hitte, op een parkeerterrein waar vrachtwagenchauffeurs in de bosjes poepen, met uitzicht op een volle vuilnisbak en ik voelde totaal niet de behoefte om ooit ergens kampioen in te worden of een volle zaal toe te spreken.

‘Laten we naar Parijs gaan,’ had Elvin gezegd en ik zei ja oké. Dat was twee dagen geleden. Normaal zou ik zeggen: ‘gast, ben je niet goed snik?’ maar er was niets normaals aan die avond, er hing iets in de lucht. We dronken bier bij hem op het kleine dakterras (dat eigenlijk van zijn bovenbuurman is, als hij nuchter is jaagt hij ons meestal weg), je kan er net met zijn tweeën zitten. De zon zakte achter de flats, de stad leek ziek van de warmte. Parijs, dat was precies het goede woord op dat moment. Je kon er zwemmen in fonteinen. Elvin had een slechte dag, hij was ontslagen als fietskoerier, hij had een klant uitgescholden voor nazi en daarna de pizza uit de doos gehaald en tegen het raam naast de voordeur geplakt. Hij wilde wel vertellen dat het een pizza quattro formaggi was, en dat-ie dus goed plakte, maar niet hoe het zover was gekomen: ‘Ik had het gewoon warm.’ Dat is leuk aan Elvin, hij is niet trots op zijn woede en schaamt zich ook nooit. De afgelopen zomer heb ik Elvin vaak opgezocht, hij heeft altijd lauw bier en dat roken van hem kalmeert me, zolang het op het balkon gebeurt en niet in huis of in de auto. Soms rook ik mee.
Komend jaar moest ik eindexamen doen, en niemand die in de gaten had dat school mij werkelijk niets kon schelen en dat examen nog minder. Dat niemand het zag komt omdat ik niet opval, dat had ik al gezegd, het is het enige waarvoor ik mijn best doe op school: niet opvallen. Dus ik doe niet irritant tegen leraren, zelfs niet lomp of ongeïnteresseerd. Ik haal geen dramatische enen en tweeën, alleen zesjes, ik weet precies hoeveel antwoorden ik moet invullen om een zes te halen. Zo bleef ik weer een schooljaar keurig onder hun radar. Op een dag zal ik zo onopvallend zijn geworden dat ik op geen enkele radar meer verschijn, dan ben ik een schaduw. Ik zei dus ‘ja oké’, en Elvin glimlachte van oor tot oor, daarom zei ik er snel achteraan: ‘Alles beter dan school.’ Hij moest niet denken dat er voor mij niets leukers bestond dan met hem naar Parijs gaan.
We reden een uur of zo over de snelweg, uit de radio kwamen enkel jarentachtignummers. ‘Wild Boys’ en ‘Karma Chameleon’, ik kende die rommel ook nog. De kosmische ruis op de achtergrond maakte de muziek nog ouder dan die al was. Van het asfalt kwam een slurpend geluid, alsof het half gesmolten was, de wind jakkerde om mijn oren, het ging mooi samen met het geknetter uit de radio. We kwamen in een file terecht, er zat geen beweging meer in. In de verte hing een rookwolk, kilometers verderop moest iets gebeurd zijn. Voor ik het doorhad zat Elvin tóch te paffen in de auto, de rook blies hij het raam uit, maar dat maakte weinig verschil. Ik hing mijn onderarm uit het raam en verbrandde hem aan het portier. Naast ons, op de linkerrijstrook, stond een vrachtwagen die siste en pufte alsof hij het zelf heet had. Voor ons stond een zwarte suv, twee kleuters op de achterbank zwaaiden naar ons. Elvin maakte de vergissing terug te zwaaien waardoor ze niet meer ophielden. Na een tijdje begon hij aan de radioknop te draaien, om een zender met verkeersinformatie te zoeken, maar er was geen enkel ander radiostation te vinden dan die met oude hits dus liet hij het erbij. ‘Vamos a la playa’. De kleuters drukten hun lippen en wangen tegen de achterruit.
‘Ik ga vragen of iemand weet wat er aan de hand is.’

[…]

 

© 2020 Gerwin van der Werf

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks3