Arnon Grunbergs met de Libris Literatuurprijs, de Gouden Uil en de Vijfjaarlijkse prijs voor proza van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bekroonde roman Tirza (2006) staat op plaats 3 in de lijst met beste boeken van de 21ste eeuw en op plaats 8 bij de lezers. Tijd voor een fragment!
Jörgen Hofmeester is vrijwel kapot. Hij is verlaten door zijn echtgenote, hij is ontslagen en zijn spaargeld is verdwenen in een hedge fund. Het enige wat hij nog heeft kunnen behouden zijn een huis in een fatsoenlijke buurt in Amsterdam, een goed salaris en zijn dierbaarste bezit: dochter Tirza. Maar na haar eindexamenfeest gaat ze met haar nieuwe vriendje naar Namibië. Hofmeester zal zijn dochter moeten loslaten.
I
De huur
1
Jörgen Hofmeester staat in de keuken en snijdt tonijn voor het feest. Met zijn linkerhand houdt hij de rauwe vis vast. Hij hanteert het mes zoals hij dat heeft geleerd op de cursus ‘Zelf sushi en sashimi maken’, die hij vijf jaar geleden samen met zijn echtgenote heeft gevolgd. Niet te veel druk zetten, dat is het geheim.
De keukendeur staat half open. Zoals Tirza hoopte is het zwoel. Al een paar dagen bestudeert ze intensief de weerberichten, alsof het slagen van haar feest afhangt van het weer.
De feestgangers kunnen straks de tuin in bezit nemen. Er zullen planten worden vertrapt. Jongelui zullen op het houten trappetje zitten dat naar de woonkamer leidt, anderen gaan op de vier tuinstoelen hangen die Hofmeester heeft aangeschaft toen ze hier zijn komen wonen. En weer anderen zullen doordringen tot de kleine schuur waar Hofmeester in het verleden na feesten al vaker lege bierflesjes heeft gevonden, halfvolle glazen wijn naast de maaimachine, flessen met exotische namen rondom de motorzaag waarmee hij op zondagen in de lente en herfst de appelboom snoeit. Een zak chips die men had vergeten open te scheuren en die hij op een ochtend gedachteloos heeft leeggegeten.
Tirza heeft vaker feestjes gegeven, maar deze avond is anders. Net als levens kunnen feesten mislukken of slagen. Hoewel Tirza het niet heeft gezegd, voelt Hofmeester dat veel van deze avond afhangt. Tirza, zijn jongste dochter, de best gelukte. Uitstekend gelukt, zowel vanbinnen als vanbuiten.
De mouwen van Hofmeesters overhemd zijn opgerold. Om het tegen vlekken te beschermen heeft hij een schort om, dat hij ooit had gekocht als cadeautje voor moederdag. Voor zijn doen ziet hij er mannelijk uit. Zes dagen heeft hij zich niet geschoren. Hij had er geen tijd voor.Direct na het opstaan werd hij in beslag genomen door gedachten die hij niet eerder had gehad, niet in die mate: plannen, herinneringen aan de kinderen toen ze nog maar net konden kruipen, ideeën die hem in de vroege ochtend briljant voorkwamen. Straks zal hij zich snel scheren. Representatief en charmant wil hij overkomen. Zo zullen de feestgangers hem zien: een man die niet voor niets heeft geleefd.
Hij zal rondgaan met sushi en sashimi, keurig uitgestald op een speciaal daarvoor in de Japanse winkel aangeschaft plateau. Met deze of gene zal hij een praatje maken, tussen neus en lippen zal hij zeggen: ‘Probeer de inktvis-sashimi.’ Een zichzelf wegcijferende ouder, dat zal hij zijn.Het geheim van het ouderschap: jezelf wegcijferen. Ouderliefde is het offer dat zwijgend wordt gebracht. Alle liefde is een offer. Niemand zal iets aan hem zien. Er is ook niets aan hem te zien. Sommigen zullen hem feliciteren met Tirza’s indrukwekkende cijferlijst, een enkele leraar die is uitgenodigd zal hem vragen wat Tirza nu gaat doen, en hij zal antwoorden, met het plateau in zijn hand: ‘Eerst gaat ze een tijdje reizen. Namibië. Zuid-Afrika. Botswana. Daarna komt ze terug om te studeren.’ Een uitstekende gastheer zal hij zijn, een die zes paar ogen tegelijk heeft. Niet alleen zal hij de gasten van voedsel en drank voorzien, ook de eenzamen en verwaarloosden zal hij nauwgezet in de gaten houden.Zij die niemand anders hebben om mee te praten dan het eigen glas of een sushi zullen door Hofmeester worden vermaakt. De verlegen feestgangers zal hij zijn gezelschap aanbieden. En gedanst, er zal ook worden gedanst.
Hofmeester grijpt in een emmer vol lauwwarme rijst, hij kneedt de rijst, en terwijl hij daarmee bezig is bekijkt hij het kozijn van de keukendeur alsof hij nooit eerder aan dit aanrecht heeft gewerkt. Hij ziet de afbladderende verf, een doffe plek op het behang naast het kozijn, waar ooit een schoen terechtkwam die Tirza hem naar zijn hoofd had geslingerd. Daarvoor had ze ‘klootzak’ geroepen. Of daarna, dat weet hij niet meer zeker. Nog een geluk dat het raam heel bleef.
Hij kijkt naar de rijst in zijn hand. De Japanner doet het altijd beter. Hofmeesters sushi is vormloos. De overgave waarmee hij kneedt verbaast hem, zoals hij zich verbaast over dwaasheden uit zijn verleden. Het soort dwaasheid dat niet al te veel schade aanricht.
Nog even werpt hij een blik op de afbladderende verf, die hem aan zijn eigen huid doet denken.Hij heeft er een zalfje voor, maar van insmeren is het al een paar dagen niet gekomen.Met de rijst in zijn hand begint hij erover na te denken dit huis, zijn huis, te verkopen. Eerst neemt hij de gedachte niet serieus, hij denkt erover na als over zaken die toch geen werkelijkheid zullen worden. Je laten invriezen na de dood en honderd jaar later wakker worden bijvoorbeeld. Maar langzaam groeit de overtuiging. De tijd is er rijp voor. Hoelang moet hij nog wachten, en waarop?
In het verleden had hij dergelijke plannen meteen verworpen. Zijn huis was zijn trots. De appelboom die hij zelf had geplant zijn derde kind. De gedachte huis en appelboom van de hand te doen als het water hem tot aan de lippen kwam had hij weliswaar eerder gehad, maar het ging niet. Het was onmogelijk, tegennatuurlijk. Waar moest hij heen met zijn familie? De appelboom kon niet meer worden uitgegraven. Hij zat aan dit huis vast, hij zat aan alles vast. En wanneer vrienden en bekenden niet veel aardigs over Hofmeester wisten te zeggen, wat van tijd tot tijd gebeurde, was er altijd een die opmerkte: ‘Maar Jörgen woont op stand.’
Op stand. Dat was essentieel voor Hofmeester. Ergens moesten ambities in uitmonden. Meestal was dat een adres. Een zekere verbetenheid nam bezit van hem als hij zijn straat noemde. Alsof zijn identiteit, alles wat hij was en waarvoor hij stond, samengebald werd in straatnaam, huisnummer en postcode. Meer nog dan de naam Hofmeester zelf, meer nog dan zijn beroep of de titel van doctorandus die hij soms voor zijn naam zette zonder daarmee de waarheid geweld aan te doen, verklapte zijn postcode wie hij was en wie hij wilde zijn.
Hij hoeft niet meer op stand te wonen. Dat besef, dat het niet meer nodig is, komt hem, terwijl hij een stuk tonijn over de rijst drapeert, voor als een verlossing.
Hij is te oud om ontslagen te worden, heeft hij te horen gekregen. En als je te oud bent om ontslagen te worden, ben je ook te oud om op stand te wonen. Als de verpleeginrichting nog maar een klein decennium van je verwijderd is, komt het daar niet meer op aan.Hij kent mensen van zijn leeftijd die al dementeren. Ze hebben veel gedronken, dat wel.
Weg uit dit huis,weg uit deze buurt, weg uit deze stad, dat is alles waaraan hij nog kan denken als hij zoekt naar de inhoud van het woord ‘oplossing’. Er zijn mensen die ’s ochtends wakker worden met de gedachte: er moet een oplossing komen voor dit alles, zo kan het niet verdergaan. Hofmeester is een van hen.
De kinderen zijn het huis uit of zijn bezig het huis uit te gaan, zijn werk heeft zich vervluchtigd tot een ijle bezigheid die niets meer met productiviteit te maken heeft, alleen nog met wachten. Hij kan naar het oosten. Vroeger toen hij Duits studeerde en meningen over expressionistische dichters verkondigde alsof hij hen persoonlijk had gekend, was hij van plan in Berlijn te gaan wonen en het grote boek over de expressionistische dichtkunst te schrijven. Dat kan hij nu gaan doen. Voor zo’n boek is het nooit te laat.
Hij zou zijn postcode, de indruk die zijn adres op sommige mensen maakt, missen. De suggestie van geslaagd zijn die eraan kleeft. De geur van het succes. Nu zijn jongste dochter naar Afrika vertrekt, moet hij zich ook maar losmaken van zijn postcode. Er hoeft geen ouderavond meer te worden bijgewoond, geen leraar meer de hand te worden geschud. Wie moet hij nog imponeren?
Hij moet toegeven dat alleen sentiment en angst voor verandering hem nog binden aan deze plek. Aangezien Hofmeester op een punt in zijn leven is beland dat hij vooral contanten nodig heeft en een vluchtroute, een uitweg, besluit hij zich van sentiment en angst niet veel meer aan te trekken.
Driftig snijdt hij de tonijn. Zo doet de sushimeester dat, hak, hak, hak. De vis moet het mes verwelkomen als een vriend. Hij steekt een stukje tonijn in zijn mond. De garnalen liggen op een theeschoteltje te wachten op hun rijst.
Vanochtend is hij naar Diemen gereden om inkopen te doen bij de horecagroothandel. De rauwe tonijn op zijn tong vindt Hofmeester een aangename sensatie. Vers. Daarop komt het aan bij sashimi.
Zijn echtgenote loopt de keuken binnen in haar ochtendjas, teenslippers aan de voeten. Ze vraagt: ‘Heeft Ibi gebeld?’
Hofmeester is nog niet aan haar aanwezigheid gewend. Ze is weggegaan, drie jaar geleden alweer. Ruim drie jaar geleden. De cursus ‘Zelf sushi en sashimi maken’ had niet geholpen.
Maar tegen alle verwachtingen in kwam ze terug. Zes dagen geleden. Om een uur of zeven ’s avonds.
Hofmeester stond in de keuken. Daar stond hij vaak sinds zijn echtgenote hem had verlaten, maar eigenlijk ook al voor die tijd. Het fornuis was zijn ware werkplaats. De echtgenote had zich nooit geroepen gevoeld zich in te zetten in de keuken.Haar talenten reikten verder dan lasagna, waren urgenter dan de opvoeding. Iets in haar leven had altijd zwaarder gewogen dan het voederen van haar familie.
De voordeurbel ging, zes dagen geleden, en Hofmeester riep: ‘Tirza, doe jij even open?’
‘Papa, ik ben aan de telefoon,’ riep ze terug.
Tirza telefoneert veel. Dat is normaal, heeft hij van andere ouders gehoord.Telefoneren kan uitgroeien tot een hobby.Zelf telefoneert hij zelden. Als de telefoon gaat, is het voor Tirza. En als een volleerd werknemer en een voortreffelijke papa zegt de vader dan: ‘Je kunt haar bereiken op haar mobiele telefoon. Dit is het nummer.’
[…]
Copyright © Arnon Grunberg 2006