Leesfragment: Elke dag

05 februari 2026, door Maarten Asscher

12 februari verschijnt het nieuwe boek van Maarten Asscher: Elke dag. Over de drie stadia van sterfelijkheid! Wij publiceren voor.

In Elke dag reflecteert schrijver en poëzievertaler Maarten Asscher op zijn sterfelijkheid en hoe het besef daarvan zich gedurende zijn leven tot op heden heeft ontwikkeld. Als onderdeel van zijn kankerbehandelingen onderging hij een kuur met immuuntherapie. Een zeldzame bijwerking daarvan maakte dat zijn spiersysteem door zijn eigen lichaam werd aangevallen. Zijn onderlichaam raakte daardoor tijdelijk verlamd en ook zijn hartspier werd aangetast. Eenmaal thuis langzaam weer herstellende, voorzien van een pacemaker en een massa pillen, houdt hij zichzelf en de lezer een levenskunstige handspiegel voor.

Meer dan een tekst over ziekte en dood is Elke dag een combinatie van memoir, essay en filosofie, een klein maar betekenisvol vademecum, dat aan de hand van voorvallen, gedichten en favoriete schrijvers laat zien hoe een bijna-doodervaring onverwachts verrijkend en inspirerend kan uitpakken.



 

Vooraf: Zeven verdiepingen

Op een winternamiddag – het schemerde buiten al – was in mijn kamer op de intensive care een verpleegkundige met dingen bezig. Hij dacht geloof ik dat ik sliep, en met die verlamde oogleden van me was dat geen gekke gedachte. Maar door mijn wimpers keek ik wel degelijk naar wat hij aan het doen was. Na het wisselen van een infuuszak liep hij naar het dubbele raam, waarvan hij de beide jaloezieën liet zakken. Ik zuchtte, en mompelde:
‘Sette piani.’
Verrast keek hij naar het bed en vroeg wat ik zei.
‘Laat maar,’ reageerde ik. ‘Ik zal het je morgen vertellen.’ Van al het nietsdoen was ik nu te moe, maar ik was even vergeten hoe onregelmatig de dienstroosters van verpleegkundigen zijn. Bovendien werd ik de volgende dag zelf naar een andere kamer verplaatst, zodat ik de betreffende verpleger, Roy geheten, uiteindelijk niet meer gesproken heb. Daarom, beste Roy, wherever you are, hierbij alsnog de beloofde uitleg waarom ik moest denken aan ‘Sette piani’ (‘Zeven verdiepingen’), een kort verhaal van de Italiaanse schrijver Dino Buzzati. Hoewel hij nauwelijks iets mankeert, krijgt de advocaat Giovanni Corte vanwege een beginnende aandoening het advies zich in een gespecialiseerd ziekenhuis in de stad te laten nakijken. Na een reisje per trein arriveert hij op een ochtend in maart bij het zeven verdiepingen tellende gebouw, waar de dokters in dit vroege stadium van Corte’s ziekte beter dan elders met zijn klachten overweg kunnen. Hij krijgt een kamer op de zevende verdieping, met een weids uitzicht over de stad. In een gesprek met een van de verpleegkundigen hoort hij de volgende dag meer over het ziekenhuis. Patiënten blijken te worden ingedeeld overeenkomstig de ernst van hun toestand: heel lichte gevallen krijgen een plaatsje op de zevende verdieping, iets ziekere patiënten liggen op de zesde, mensen die er nog slechter aan toe zijn op de vijfde, en zo verder. Op elke verdieping zijn de dokters gericht op behandeling van juist dat stadium van de ziekte waarin de patiënt zich bevindt en beschikken zij daartoe ook over de benodigde gespecialiseerde medische apparatuur. Een uitstekend systeem, zo lijkt het, dat voorkomt dat de behandelingen van patiënten in uiteenlopende stadia van de ziekte door elkaar heen lopen.
Die middag maakt Giovanni Corte een praatje met een andere patiënt op zijn afdeling, wiens broer op de vierde verdieping ligt. De beide mannen bespreken de indeling en de gang van zaken in het ziekenhuis. Corte informeert waarom op de begane grond bijna alle jaloezieën neergelaten zijn. Dat zijn de kamers waar iemand ligt te sterven, krijgt hij te horen.
In navolging van zijn behandelend arts is de advocaat optimistisch over de kansen op volledige genezing en hij hoopt binnen afzienbare tijd weer naar huis te kunnen, maar in de tweede week van zijn verblijf wacht hem een onaangename verrassing. De hoofdzuster komt vertellen dat er de volgende dag een vrouw met twee kinderen zal aankomen en vraagt hem of hij zijn kamer ter beschikking zou willen stellen, zodat het drietal in naast elkaar gelegen kamers kan verblijven. Dat kan Corte beleefdheidshalve natuurlijk niet weigeren; helaas blijkt zijn vervangende kamer op de zesde verdieping te zijn, al wordt hem verzekerd dat dit slechts tijdelijk is en dat het niets te maken heeft met het stadium van zijn ziekte.
Giovanni Corte blijft ervan overtuigd – en iedereen bevestigt dat ook steeds – dat hij eigenlijk op de zevende thuishoort, en toch belandt hij na een tijdje nog een etage lager, nadat de directie heeft besloten tot een herziening van het puntensysteem waar de verdeling van de patiënten over de verschillende verdiepingen op is gebaseerd. De advocaat windt zich daarover zodanig op, dat hij tegen het verplegend personeel en tegen zijn arts begint te schreeuwen. Zijn temperatuur gaat omhoog en hij moet extra rust houden, waardoor hij al spoedig op de vijfde verdieping belandt. Daar is hij de minst zieke van alle patiënten, zo houdt hij zichzelf voor, behalve dat hij na een paar dagen een vervelend eczeem op zijn rechterbeen ontwikkelt. Dat is niet ernstig en gemakkelijk te behandelen, zo krijgt hij van zijn dokter te horen, maar de betreffende bestralingsapparatuur bevindt zich op de vierde verdieping.
Enfin, het verloop van het verhaal is wel duidelijk. Giovanni Corte blijft denken dat hij binnen een paar dagen terug kan naar de zevende verdieping en dan naar huis, maar telkens gebeurt er iets waardoor hij toch weer een verdieping lager terechtkomt: betere kwalificaties van het verplegend personeel, krachtiger bestralingsapparatuur, de jaarlijkse twee weken durende vakantie van de hele afdeling, enzovoort. En op een onvermijdelijke dag, louter op grond van wat hij ziet als verkeerde aannames en misverstanden, bevindt Giovanni Corte zich in een kamer op de begane grond, en moet hij vanuit zijn bed toezien hoe de jaloezieën langzaam naar beneden worden gelaten.

‘Zeven verdiepingen’ van Dino Buzzati las ik een kleine veertig jaar geleden voor het eerst, en ik vond het een verbluffend goed verhaal, vooral door zijn sterke, in alle eenvoud uitgewerkte symboliek. Nu ik zelf korte tijd met een aantal ernstige aandoeningen op de begane grond van dit denkbeeldige ziekenhuis gelegen heb, en daarna – anders dan Giovanni Corte – van verdieping tot verdieping weer terug naar boven gekropen ben, heeft Buzzati’s verhaal wat mij betreft een nog veel betekenisvollere lading gekregen, een waarheid, een inzicht in hoe een mens zich tot zijn sterfelijkheid verhoudt.
Boeken over ziekte en ziekenhuizen lees ik niet graag, en het zou dus ook niet logisch zijn er zelf eentje te schrijven. De clichés van die witte medische wereld met zijn terugkerende gesprekken, behandelingen, scans en controles, om van het vele wachten nog te zwijgen, liggen voortdurend op de loer. Het echte, essentiële onderwerp, zo realiseerde ik me, is ook niet ziekte, kanker of een ziekenhuisverblijf. Dat zijn slechts de symptomen, de gevolgen. Het onderliggende onderwerp is waar het om gaat, en dat is de menselijke sterfelijkheid.
Die sterfelijkheid gaat een heel mensenleven lang mee, maar er zijn door de jaren heen een paar momenten waarop het besef ervan verandert, als gevolg waarvan je ook zelf verandert. Tegenover de zeven verdiepingen van Dino Buzzati werden dat in mijn reflecties de drie stadia van sterfelijkheid. Het eerste stadium is dat je van de dood nog geen weet hebt en het onderwerp niet echt tot je doordringt. Het tweede stadium begint vanaf het moment dat je voor het eerst ten volle met het sterven van andere mensen geconfronteerd wordt. En het derde stadium breekt aan, als het ernaar uitziet dat de dood nu jou op het oog heeft. Dat werd het uitgangspunt voor de indeling van dit boek, in drie hoofdstukken. En zoals ik mijzelf mede met behulp van poëzie uit mijn ellende terug naar boven heb gewerkt, zo wordt elk hoofdstuk als het ware door gedichten voortgetrokken.
De dood is een naargeestig onderwerp, maar de menselijke sterfelijkheid is dat niet. Die geeft betekenis aan het leven, en kan daarmee bij uitstek een bron van levenskunst zijn. Het besef van sterfelijkheid is in mijn ogen ook eerder een positieve dan een negatieve kracht. Zo zag ik dat altijd al, ondanks het verdrietige verlies van dierbaren, maar ik ben het zeker aldus gaan zien sinds februari 2025, toen het er een paar dagen lang naar uitzag dat de jaloezieën op mijn kamer niet meer omhoog zouden gaan. Vanaf dat moment ontstonden, als het ware halverwege mijn ziekenhuisbed en mijn schrijftafel, deze bespiegelingen over de sterfelijkheid als levensverhaal.

 

Copyright © 2026 Maarten Asscher

Wil je van je bestaande account gebruikmaken op onze nieuwe website? Je behoudt dan onder meer je bestelgeschiedenis, reeds aangeschafte e-books en je persoonlijke verlanglijst. Als je toestemming geeft krijg je direct een mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Voer een geldig e-mailadres in

Hostname: pro-mbooks2