Gisteravond sprak Thomas Heerma van Voss de Abraham Kuyperlezing uit, ‘Menselijke moeite’, over AI en de literatuur. Hij kon er nog net de rel rondom Olga Tokarczuk in verwerken. Het bijbehorende boekje is afwisselend zoekend en woedend. Door Daan Stoffelsen.



De titel van lezing en boekje, Menselijke moeite, is heel treffend. Tegenover de lege massaproductie die ons vorige week op de voorpagina kreeg, of de hommageboekjes voor Charlie Kirk die een dag na zijn dood verschenen, staat tijd. Goede boeken, goede kunst kost tijd en moeite. En moeite maakt waard, maakt bewust en vaardig. Dat geldt voor kunst en wetenschap, fictie en non-fictie.

‘Misschien is het naïef om te denken dat met de Libris Literatuurprijs uitsluitend een boek wordt bekroond. Zo’n prijs behelst niet alleen de erkenning: dit is mooi, dit zit vernuftig in elkaar. Maar ook: dit heeft veel inspanning gekost, hieraan ligt veel menselijke moeite ten grondslag.’

Heerma van Voss was een jaar Vrije Schrijver, in residentie bij de Vrije Universiteit. Hij gaf daar lessen creative writing, maar ging ook langs experts in kunstmatige intelligentie, die afwisselend lyrisch met voorbehoud en kritisch met realiteitszin zijn. Het verbreedt zijn betoog, dat ook brede verbanden legt tussen nepnieuws en de manieren waarop mensen in leugens trappen: ‘Nee, fictie is een inherent onderdeel van hoe we onze omgeving zien, filteren, al eeuwen vormen. Bedrijven als OpenAI, Microsoft en Meta — namen die, merk ik nu ik dit typ, vanzelfsprekend link aan onheilspellende nieuwsberichten en grove privacyschendingen — hebben dat niet veranderd.’

Het pijnpunt is niet alleen dat die moeite iets moois of interessants voortbrengt, dat ervaring en ambacht beter maakt. Maar dat de schrijver die steeds meer uit handen geeft, ook verantwoordelijkheid, auteurschap prijsgeeft. En uiteindelijk vertrouwen. Van wie is dit boek? Is het van die unieke persoon met die onvervreemdbare stijl of komen haar woorden uit een database waar ook jouw en mijn teksten in verhaspeld worden. Wie fabuleert de bekroonde fictie?

Die vertrouwensvraag werd maar eens onderstreept door Olga Tokarczuks vermeende gebruik van A.I., en de daarop volgende terugtrekkende beweging. Wat moeten we geloven van deze Nobelprijswinnares?

De strijd is nog niet over, de afkeer groeit. Heerma van Voss, die ik ken als een vriendelijk, hartelijk, bedachtzaam mens, excelleert in bijtende zinnen.

‘Was deze hele technologie maar nooit uitgevonden, die hoogdravende en zelfoverschattende term “intelligentie” alleen al, dat woord is net zo misleidend en stupide als het “sociale” dat bedrijven strategisch voor “media” hebben geplakt, dit gaat niet om slimheid maar om leegte, om totaal opgefokte hebzucht die ons wordt opgedrongen als vooruitgang, AI heeft eigenlijk amper iets echt moois voortgebracht en haalt niet alleen onze meest luie maar ook onze slechtste kanten naar boven, alsjeblieft, ik háát het, had het hele internet überhaupt maar nooit bestaan.’

Ik heb nooit de fout begaan om een meisje te zeggen dat ze zo mooi was als ze boos was, maar ook voor fouten maken is het nooit te laat: prachtige woede. Dat zie je AI niet doen. Er blijven, ook bij Heerma van Voss, voldoende vragen open. Waar ligt de grens, bijvoorbeeld. Zijn Tokarczuks principes, in Antonia Lloyd-Jones’ vertaling, voldoende: ‘I make use of artificial intelligence on the same principles as most people in the world – I treat it as a tool that allows faster documenting and checking of facts.’ Of moeten we zeggen: ook die beperkte toepassing parasiteert op andermans teksten, op onze energievoorzieningen en watervoorraden, dit moeten we afleren voor het te laat is?

De strijd gaat door, met menselijke moeite zoeken we verder.

Daan Stoffelsen is webshopmanager van Athenaeum|Scheltema. Hij gebruikt zo min mogelijk AI, tegen alle adviezen in.

P.S. Ook Heerma van Voss gebruikt trouwens een culinaire metafoor (kan AI dat eigenlijk? Metaforen bedenken?): ‘Zoals de meeste mensen niet hoeven te weten hoe de koe die ze ’s avonds opeten geslacht is, zo zijn velen niet bezig met hoe een tekst precies tot stand is gekomen, of die feitelijk helemaal correct is en wie eigenlijk welke formulering bedacht.’