Bert Natter staat met zijn roman Aan het einde van de oorlog op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2026! Tijd om hem onze vragen voor te leggen. Lees over Littell, Harvey, O'Connor, Brouwers, Gabriel, Dick Laan, Melville!



 

Met welke schrijver zou je op date willen?

Of het echt ‘op date’ is, zou ik niet zeggen, maar ik zou graag een keer Jonathan Littell spreken, ook al zou het waarschijnlijk geen echt gesprek worden, maar een interview van een fan. Zijn boek De welwillenden is voor mij een van de beste romans ooit geschreven en ik zie het, met bijvoorbeeld Zone of interest van Martin Amis, als een van de eerste boeken waarin op een nieuwe manier, als het ware voorbij goed en kwaad, over de Tweede Wereldoorlog werd geschreven. Op mijn eigen, bescheiden wijze heb ik geprobeerd met Aan het einde van de oorlog bij die beweging aan te sluiten.

Welk boek houdt je op de been in moeilijke tijden?

Ik vond In Orbit van Samantha Harvey een hartverwarmend boek, ook al is de boodschap van het boek misschien somber. Maar de liefdevolle manier waarop in deze roman door de personages en de verteller van enige afstand naar onze planeet wordt gekeken vind ik troostrijk.

Welk boek heeft je hardop doen lachen?

Het is geen uitsluitend criterium, maar als ik niet een keer hardop om een boek heb kunnen lachen, dan ontbreekt er iets aan en ik ben nogal goedlachs, bij iemand die in America’s Funnniest Home Video’s door een stoel zakt, rol ik al over de grond. Ik heb een paar keer hardop om Vertrek(punt) van Julian Barnes gelachen. Zo beschrijft hij hoe hij lange gesprekken voert met een vriendin, die hem vertelt over de therapeut met wie ze over haar problemen spreekt (vertaald door Jelle Noorman):

‘Wat zegt je therapeut ervan? Of behoort dat tot het biechtgeheim?’ 
‘Ze zegt dat ze dit soort gevallen wel vaker is tegengekomen.’
‘En?’
‘Soms komt het goed en soms ook niet…’
‘Hoeveel rekent ze?’
Jean negeerde dit en stak een sigaret op.
‘Ik ben tenminste gratis,’ zei ik luchtigjes.
‘Jij bent gratis omdat ik verdomme geen reet aan je heb.’

Welk boek dring je op aan je vrienden?

Vrij veel boeken, maar de laatste tijd onder andere: Walvistij van Elizabeth O’Connor. Een prachtige, kleine historische roman over een geïsoleerd eiland, zo naturel opgeschreven dat je alles gelooft wat erin wordt verteld.

Welk boek heeft je leven veranderd?

Ik denk dat Winterlicht van Jeroen Brouwers mijn leven heeft veranderd, toen ik dat had gelezen, kreeg het schrijverschap voor mij een romantische glans die het natuurlijk in werkelijkheid niet bleek te bezitten, maar waarin ik als jongeling van nog geen vijftien, dankzij het pathos en sentiment van de auteur, kon geloven. Ik wilde na lezing van dat boek, samen met mijn beste vriend Ronald Giphart, nog maar één ding: zelf schrijver worden.

Schrijver Bert Natter bij Boekhandel het Martyrium met zijn roman Aan het einde van de oorlog en zijn nieuwste boek, Zonderhond

Welk boek heeft je een geweten geschopt?

Een boek dat me op latere leeftijd inzichten verschafte over hoe de wereld in elkaar zit, was zeker de dubbelbiografie Love and Capital (2011) van Mary Gabriel over Karl Marx en zijn vrouw Johanna Freiin von Westphalen (later Jenny Marx). Het is een fantastische biografie. Gabriel brengt en passant Marx’ geschriften terug tot de essentie: wat hebben mensen aan de verworvenheden van de Franse Revolutie, zoals vrijheid van meningsuiting, als ze dankzij de Industriële Revolutie zo hard moeten werken dat ze elke dag blij mogen zijn als hun kinderen niet verhongeren? Zo had ik er voor ik dit boek las nog nooit naar gekeken.

Welk boek herlees je ieder jaar?

Er is geen boek dat ik elk jaar herlees, maar er zijn gedichten die ik minstens één keer per jaar lees, zoals ‘Het veer’ en ander werk van van Nijhoff en ‘Het schip’ van Ida Gerhardt, waarin zij een fragment van een kennelijk vroege herinnering weet aan te kleden tot een ontroerend verhaal van iemand die ouder is en terugkijkt op een onbezorgde kindertijd:

Het schip

Er kwam een schip gevaren;
het kwam van Lobith terug,
met grint en rivierzand geladen.
Het richtte zijn boeg naar de brug.
De scheepsbel was helder te horen,
de brugwachter kwam al in zicht;
een halfuurslag viel van de toren.
Het schip voer door schaduw en licht.
Met boegbeeld en naam kwam het nader,
de ophaalbrug ging omhoog;
een deining liep door het water
dat tegen de schoeiing bewoog.
Er stond een kind op de kade
— ik was het, ik was nog klein —
het had niets meer nodig op aarde
om volkomen gelukkig te zijn.

Welk boek maakte van jou een lezer?

Ik las altijd al veel, maar toen ik in de tweede klas op de middelbare school voor het eerst literatuur moest lezen, koos ik Brandende liefde van Jan Wolkers, De God Denkbaar Denkbaar de God van W.F. Hermans en De vadsige Koningen van Hugo Raes. Dat was wel een inwijding in de schone letteren! Gelukkig kreeg ik alleen vragen over het boek van Wolkers, ik denk dat de docent ook geen chocola van Hermans en Raes kon maken. Maar ik was in één keer genezen van de thrillers van Alistair MacLean en Robert Ludlum die ik tot dan toe verslond. Ik zag opeens wat er nog meer kon in een boek als je misdaad en moord niet centraal stelt.

Wat was het eerste boek dat je las?

Het eerste boek dat ik me herinner te hebben gelezen, is Pinkeltje in Madurodam van Dick Laan. Het maakte grote indruk op me. Dat kleine mannetje dat door dat miniatuurstadje rond stapte.

Welk boek had je zelf willen schrijven?

Moby Dick van Herman Melville. Ik dacht altijd dat het een veredeld jeugdboek was, tot ik het echt eens las, toen de vertaling van Barber van de Pol was verschenen. Dat meesterwerk heeft alles: experiment, humor, drama.

Waar genoot je het meeste van tijdens het werken aan dit boek?

Als het gaat over Aan het einde van de oorlog spreken veel mensen me aan over de gruwelijkheid in het boek en hoe ik daar tijdens het schrijven mee om was gegaan. Voor mij was het werk aan het boek toch vooral het met literaire stijlmiddelen en montagetechnieken het scheppen van een taalkunstwerk — van het bouwen daaraan genoot ik het meest.